Wetenschap - 10 januari 2002

Universiteit past zich aan aan studiehuisstudenten

Universiteit past zich aan aan studiehuisstudenten

Afgelopen jaar kwam de eerste lichting studiehuisleerlingen naar de universiteit. Vijftien procent van de eerstejaars stroomde binnen zonder vakkenpakket, maar m?t profiel.

De studenten met het profiel Natuur & Gezondheid of Natuur & Techniek zijn welkom bij haast alle studierichtingen van Wageningen Universiteit. In deze profielen hebben studenten bepaalde onderdelen van de vakken scheikunde, natuurkunde, biologie of wiskunde niet gehad op het vwo. Daarom moet het wetenschappelijk onderwijs zich aanpassen aan het studiehuis.

"Ik probeer docenten ertoe te brengen hun vakken aan te laten sluiten op het studiehuis", vertelt ir Pentcho Bodegom, de uitvoerder van het project Vakkenaansluiting WU-vwo. "Het studiehuis eindigt namelijk ergens, de docenten van Wageningen Universiteit moeten daar verder."

Voor een goede aansluiting kan de Wageningse docent de vwo-eindtermen bestuderen en zo zijn vak aanpassen en laten aansluiten op het vwo. In deze eindtermen staat precies omschreven wat een student moet kunnen en kennen. Per eindterm zijn er lesstofverwijzingen naar vwo-literatuur, waarmee een student zichzelf kan bijspijkeren. Daarnaast kunnen docenten aangeven welke vwo-eindtermen minimaal als begintermen voor hun vak zijn vereist. Zo kunnen studenten zelf nagaan of ze probleemloos kunnen deelnemen aan het universiteitsvak.

Verder enqu?teert Bodegom studenten over de mate waarin zij de vwo-eindtermen onder de knie hebben. Naar aanleiding van die enqu?te weten de studenten waarin zij eventueel tekort schieten. Bovendien weet de docent waar de hele doelgroep in tekort schiet. Heeft de hele groep ergens moeite mee, dan moet de docent met dit gegeven aan de slag.

Vanaf september werken vier docenten met de enqu?tes. Dr Jan Knuiman doceert Algemene en fysische chemie, en onderzoekt of de studieresultaten van de studiehuisstudenten beter of slechter zijn dan die van de oude groep. "Voor mijn onderzoek leg ik eerst de gemiddelde tentamencijfers van beide groepen naast elkaar. Daarnaast heb ik alle studenten de enqu?te van Bodegom laten invullen, want ik toets alleen op groepsniveau."

Knuiman verwacht niet dat er verschillen zullen zijn tussen de studiehuisstudenten en de anderen. "Studiehuisstudenten herkennen de onderwerpen op de enqu?te wel, maar in de praktijk blijkt dat ze minder ervaren zijn. De lesstof is niet zozeer veranderd, maar in het studiehuis krijgen ze minder oefeningen."

Dankzij de begeleiding kunnen zowel studenten als docenten zich aanpassen. Komend trimester zullen studenten hun achterstand wegwerken. Docenten hebben dan misschien al iets aangepast in het onderwijs. De laatste stap is, dat alle propedeusevakken volgend jaar deze methode hanteren.

Maar Bodegom heeft meer noten op zijn zang. "Het zou ideaal zijn, wanneer ook de Wageningse docenten vakinhoudelijke eindtermen formuleren en lesstofverwijzingen in de database opnemen. In de toekomst kunnen de MSc'ers die eindtermen weer als begintermen gebruiken. Bij veel docenten stuit dit idee echter op weerstand. Het argument is vaak dat er gewoonweg geen tijd is. Ik wijs dan op de examens, daarin wordt de student op zijn vaardigheden en kennis getoetst. Dat zijn dus ook eindtermen, alleen dan anders geformuleerd." | M.Hk

Re:ageer