Organisatie - 30 januari 2015

Universiteit moet promovendi beter selecteren

tekst:
Albert Sikkema

Internationale commissie toetst PhD-programma. De universiteit moet PhD-studenten beter selecteren.

De inhoudelijke begeleiding van de promovendi kan beter en het beoordelingssysteem aan het eind van het promotietraject is niet transparant en kan worden opgeheven. Dat adviseerde een internationale visitatiecommissie op 16 januari aan Wageningen Universiteit.

De vierkoppige commissie, geleid door de Zwitser Jacques Lanarès, beoordeelde het PhD-programma van de universiteit. Dat programma zit erg goed in elkaar, vonden de commissieleden uit Zwitserland, Ierland, Duitsland en Denemarken, maar de commissie was gevraagd te kijken waar het beter kan.

Zo heeft de universiteit geen uniforme wervingsstrategie en toelatingscriteria voor promovendi, constateert de commissie. De beoordeling van promovendi vindt nu vaak plaats op het niveau van onderzoekscholen en leerstoelgroepen. Die hebben elk hun eigen maatstaven. De commissie adviseert om dat centraal de regelen. Johan van Arendonk, dean of sciences, kan wel iets met die suggestie. ‘Het wordt steeds lastiger om goede promovendi in het buitenland te vinden en op de cijferlijst kun je niet goed selecteren. Ik kan me voorstellen dat we toelatingsgesprekken houden met buitenlandse kandidaten in hun eigen land.’

Voorts merkte de visitatiecommissie op dat de kwaliteit van de PhD-begeleiding uiteen loopt. Soms krijgen promovendi niet de promotor die qua leeropdracht het beste aansluit bij hun onderzoek. Dat is niet wenselijk, aldus de commissie. Van Arendonk herkent die kritiek. ‘Door de groei van het aantal studenten en promovendi kraakt het aan alle kanten, waardoor de begeleiding in sommige groepen in de knel kan komen. Prima dat de commissie dat heeft opgepikt in de gesprekken.’

Die commissie wil graag ook uniforme regels binnen de universiteit voor het co-auteurschap. Dieregels zijn er, reageert Van Arendonk. ‘Co-auteurs moeten een substantiële bijdrage leveren, maar per onderzoeksveld wordt daar verschillend mee omgegaan. Ik denk dat we daar een goede discussie over moeten hebben op de werkvloer.’

Tot slot wil de commissie af van de Wageningse regel dat maar 3 procent van de promoties ‘cum laude’ mag zijn. ‘Wees geen slaaf van de percentages’, zei commissievoorzitter Lanarès, ‘maar beoordeel per onderzoeksveld welke promoties er uitspringen. Op zo’n goede universiteit als Wageningen mogen best meer PhD’s cum laude promoveren.’ De externe commissie komt over zes weken met het visitatierapport.



Re:ageer