Wetenschap - 5 december 2002

Universiteit gebruikt meer vissen voor experimenten

Universiteit gebruikt meer vissen voor experimenten

Wageningen universiteit heeft vorig jaar opnieuw meer proefdieren gebruikt. Het aantal dieren dat is gebruikt voor experimenten is gestegen van 10.638 in 1998 tot 18.139 in 2001. Dat blijkt uit het jaarlijkse overzicht van de Keuringsdienst van Waren over het aantal dierproeven in Nederland.

Volgens proefdierdeskundige Frank van den Broek is de stijging met name te wijten aan het aantal vissen dat gebruikt wordt, in 2001 waren zij goed voor 66 procent van het totaal aantal dieren. Ook experimenten met vissenlarven tellen mee voor de registratie. Van den Broek: "Vorig jaar was er bijvoorbeeld een proef met 1250 vissenlarven. Die wogen samen niet meer dan een paar gram."

Behalve het grote aantal larven, zorgt ook de fysiologie van de vissen er volgens de proefdierdeskundige voor dat er relatief veel vissen gebruikt worden in experimenten. Vissen zijn koudbloedig, de omgeving heeft daarom meer invloed op de fysiologie van de dieren dan bij warmbloedigen. Om statistisch significante resultaten te boeken zijn daarom meer herhalingen nodig.

Naast de vissen gebruikte de universiteit vorig jaar 3340 kippen, 1071 ratten, 937 varkens, 616 muizen, 177 runderen en 1 paard in proeven. | K.V.

Fotobijschrift: Vissen zijn goed voor 66% van het aantal proefdieren van de universiteit. | foto G.A.

Re:ageer