Organisatie - 1 januari 1970

Uitvinders zijn jonge mannen

Willy Wortel is geen oud mannetje, maar een frisse dertiger. Hij doet zijn uitvindingen doorgaans niet alleen op een zolderkamertje, maar werkt in een groot bedrijf.

Dat blijkt uit de voorlopige Nederlandse resultaten van de zogeheten PatVal?enquete (Value of European Patents), een onderzoek naar de factoren die bepalend zijn of een uitvinding tot een waardevolle innovatie leidt. Het onderzoek wordt ook uitgevoerd in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Groot?Brittannië. In ons land werden ruim tweeduizend uitvinders benaderd.
De uitkomsten zijn niet erg verrassend. De 'gemiddelde' uitvinder is een man (98 procent), is ten tijde van de uitvinding in de dertig, en heeft een universitaire opleiding (51 procent). Bijna eenderde (31 procent) heeft een hbo?opleiding en een zesde deel (17 procent) is lager opgeleid. Het wekt ook geen verbazing dat de opleidingsrichtingen overwegend technisch zijn, zoals werktuigbouw (23 procent) en chemische technologie (22 procent).
Slechts zes procent van de uitvinders werkt als zelfstandige. Bij universiteiten en publieke onderzoeksinstellingen (zoals TNO) is slechts vier respectievelijk drie procent werkzaam. Het merendeel (64 procent) is in dienst bij een groot bedrijf (meer dan 250 werknemers). Dat de klassieke uitvinder à la Willy Wortel bijna niet meer voorkomt, blijkt ook uit het feit dat het gros (84 procent) aangeeft dat interactie met naaste collega's van belang was tijdens het inventieproces. |
HOP

Re:ageer