Organisatie - 22 april 2015

'Uitval promovendi veel kleiner'

tekst:
Albert Sikkema
1

Promovendi in Wageningen en andere universiteiten haken niet massaal af, stelt Johan van Arendonk, dean of science in Wageningen. In Wageningen haalt ruim 80 procent van de promovendi de eindstreep. Dat is een stuk meer dan de bijna 60 procent die het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP) vermeldde.

<infographic: Studio Lakmoes>

Promovendi haken massaal af, stelde het HOP vorige week. Het persbureau presenteerde cijfers van de VSNU van promovendi die in 2008 zijn begonnen. De gepresenteerde cijfers zijn onvolledig en tendentieus, reageert Van Arendonk.

De VSNU-gegevens waarop het HOP zich baseert, lopen van 2008 tot 2013, stelt Van Arendonk, dus het totaal aantal gepromoveerden binnen zes jaar van cohort 2008 is onvolledig. Dat percentage weten we pas met de  - nog niet gepubliceerde - cijfers van 2014 erbij. Bovendien stelt het artikel dat promovendi na 6 jaar afhaken. Dat klopt niet volgens Van Arendonk – ook daarna promoveren nog aio’s die hun onderzoek vanwege ziekte of zwangerschap moesten onderbreken. Gemiddeld promoveert 75 procent van de promovendi op de Nederlandse universiteiten, stelt Van Arendonk op basis van cijfers van de VSNU. In Wageningen ligt het ‘promotie-rendement’ op ruim 80 procent.

De dean of science kan ook aangeven om welke redenen 20 procent van de promovendi afhaakt. Zeven procent van de promovendi haakt binnen anderhalf jaar af als gevolg van het ‘go-no go gesprek’ met de promotor, waarin wordt beoordeeld of de promovendus op schema zit om te promoveren. Drie procent haakt in de jaren daana toch af. Meestal komt dat door persoonlijke problemen, zegt Van Arendonk. En nog eens tien procent van de promovendi maakt wel het onderzoek af, maar niet het proefschrift. Ze publiceren hun onderzoek dus wel in wetenschappelijke tijdschriften, maar ze schrijven geen proefschrift. Vaak komt dat door tijdgebrek, bijvoorbeeld omdat de promovendus een baan heeft aangenomen, of door problemen in de persoonlijke sfeer.

Volgens Van Arendonk neemt het percentage promovendi dat de eindstreep haalt, de laatste jaren juist toe. Bovendien neemt de snelheid van promoveren op de Nederlandse universiteiten gestaag toe, zegt de dean of science. Hij baseert zich op cijfers van de vereniging van universiteiten, VSNU.


<infographic: volgens het Rathenau-instituut (cijfers tussen 2004 en 2011) haalde 28 procent van de promovendi aan de Nederlandse universiteiten de eindstreep niet>


Re:acties 1

  • Bas Belleman, Hoger Onderwijs Persbureau

    Die bijna zestig procent rendement van Wageningen is de stand na zes jaar, meldden wij in ons artikel. Natuurlijk promoveren sommigen nog later. We schreven letterlijk: "Na zeven jaar is slechts twee op de drie promovendi klaar met het proefschrift. De rest gooide de handdoek waarschijnlijk al eerder in de ring (daar zijn geen cijfers over) of zwoegt nog lange tijd door."

    De VSNU-cijfers zijn voor het zesde jaar van de lichting 2008 net zo volledig als voor de lichting van 2007 en eerdere jaren. De VSNU baseert zich op jaaropgaven en 2013 is het zesde jaar voor de lichting die in 2008 begon. De cijfers wijken ook niet of nauwelijks af van cijfers over eerdere jaargangen.

    De 75 procent die Van Arensdonk noemt, zie je tot de lichting van 2004, die het beter deed dan de jaargang 2005. De jaren erna komen waarschijnlijk iets lager uit. De trend komt nu dichter bij de zeventig procent, zoals ook uit de Rathenau-cijfers blijkt.

    Maar dan nog: zelfs als ‘slechts’ één op de vier Nederlandse promovendi het proefschrift nooit afmaakt, zoals Van Arendonk zegt, gaat het nog steeds om honderden promovendi.

    Reageer
    • Jan

      Een promovendus die eind 2008 start, heeft er eind 2013 5 jaar opzitten, geen 6 jaar. Niet zo moeilijk...

      Hoe dan ook, 40% 'uitval' is een uitzonderlijk hoog percentage wat ik in mijn omgeving totaal niet herken. Van Arendonk lijkt de cijfers beter te beheersen.


Re:ageer