Wetenschap - 1 januari 1970

'Uitkopen van de schelpdiervissers is weggegooid geld'

De Adviesgroep Waddenzeebeleid, ook wel bekend als de Commissie Meijer, loopt te hard van stapel, meent dr Aad Smaal, hoofd van het Centrum voor Schelpdieronderzoek. De wetenschappelijke onderbouwing van haar aanbevelingen is discutabel en inconsequent, stelt Smaal, en de inbreng van schelpdieronderzoekers is ver te zoeken. De aanbevelingen van de adviesgroep voor de kokkelvissers - ze moeten binnen zeven jaar kokkels gaan kweken en al meteen meer voedsel reserveren voor de vogels - vindt Smaal bovendien niet reëel.,,Het is alsof een fietsenmaker morgen een Ferrari moet bouwen.''

De Commissie Meijer stelde onlangs voor om gaswinning onder de Waddenzee toe te staan. Daartegenover staan strenge maatregelen voor de schelpdiervisserij. Zowel de kokkel- als de mosselvissers moeten binnen zeven jaar innoveren tot een duurzame sector die zich volledig richt op het kweken van schelpdieren zonder op schelpdierbroed te vissen, en die in de tussentijd sterk aan banden wordt gelegd. Grote gebieden worden gereserveerd voor de wadvogels.

Waarom was er zo weinig inbreng vanuit hoek van de visserij?
,,De vissers hebben met Stichting ODUS een voorstel op tafel gelegd voor een duurzamere visserij. Dat hebben wij doorgerekend. Als je kokkels kweekt, dan zorg je direct dat er genoeg voedsel ligt voor de vogels, de bodemberoering wordt minder, plus je houdt een leefbare sector over. Die input is een reactie vanuit de sector op EVA II, het evaluatieonderzoek van de schelpdiervisserij dat in december werd gepresenteerd. En daar zijn nog nauwelijks reacties op gekomen. En dan fietst Commissie Meijer daar dwars doorheen.
Ons centrum is er in het geheel niet bij betrokken. We hebben een middagje meegepraat met mensen van IMSA (het onderzoeksbureau van Wouter van Dieren dat een lijst van verstorende activiteiten op het wad maakte naar aanleiding van overleg met wadonderzoekers en belanghebbenden, M.W.) over EVA II. Over de rapportage daarvan hadden we commentaar, maar dat is niet verwerkt.
De grootste bezwaren heb ik tegen de werkwijze van IMSA. Je gaat samen zitten, en dan moet je scoren wat je het ergste vindt. Iedereen kan er zo zijn eigen politieke mening kwijt. Het feit dat mensen van de actiegroep Wilde Kokkels ook gewoon mee konden scoren zegt al genoeg. De uitkomst weerspiegelt de samenstelling van het deelnemersveld. Het is geen wetenschappelijke exercitie. ''
Maar ze hebben toch ook de resultaten van EVA II gebruikt?
,,De commissie Meijer is niet consequent in de manier waarop ze met EVA II omgaan. Ze citeren selectief. Zo stellen ze bijvoorbeeld dat de conditie van de scholeksters in de gesloten gebieden beter is dan die in de open gebieden, maar wat ze niet vermelden is dat de aantallen scholeksters in de gesloten gebieden sneller af zijn genomen dan in de open gebieden. Dan voel je nattigheid.
Verder vind ik dat de commissie de gaswinning op een hele andere manier beoordeelt dan de schelpdiervisserij. Op de ene pagina is de kokkelvisserij niet acceptabel, omdat het een te groot effect heeft op de Waddenzeebodem, maar een bladzijde verder is de Waddenzee een zeer dynamisch systeem dat zonder problemen de bodemdaling als gevolg van gaswinning kan opvangen. Ze meten met twee maten.''

Waarom zijn de maatregelen te strak en te streng?
,,De voedselreservering is bijvoorbeeld onlogisch. Nu wil men dat wordt overgegaan van vissen naar kweken. Als je kweekt voeg je per saldo schelpdierbiomassa toe. De commissie stelt zelf dat er dankzij de mosselkweek vijftien procent meer mosselen in de Waddenzee zijn. Als je dan in jaren met weinig schelpdieren voedsel reserveert voor vogels, ben je in feite vogels aan het kweken. Dat is niet natuurlijk, terwijl de commissie het natuurlijke systeem voorop wil stellen.''
De schelpdiervissers zijn al langer bezig met innovatie, dus de overgang van vissen naar kweken hoeft toch geen probleem te zijn?
,,De termijn van zeven jaar is heel strak. Het is alsof een fietsenmaker morgen een Ferrari moet bouwen. Kokkelkweek is wereldwijd niet aanwezig. Bovendien moet je een goede broedval hebben wanneer je wilt experimenteren met uitdunnen en verzaaien, en die komt gemiddeld eens in de zes jaar voor. Je kunt het in die zeven jaar dus maar een keer uitproberen. Met de kokkelhatchery zijn we druk bezig om kokkelzaad te kweken, maar ook daar heb je tijd nodig om stappen te nemen, om de zaak op te schalen, enzovoorts, en dan moet je nog zoeken naar goede plekken om het zaad uit te zaaien.''

Maar wat moet er dan gebeuren?
,,Uiteraard is innovatie nodig, en de sector heeft daar zelf plannen voor gepresenteerd. Dit om de nadelige effecten die uit Eva II komen, op te lossen. Bovendien: als je doortrekt wat er nu gebeurt, zal het in de toekomst alleen nog maar meer gaan knellen, met de klimaatverandering en de afnemende draagkracht van de Waddenzee. Maar innovatie werkt niet onder te grote druk, dan is er geen ruimte voor het nemen van risico en het accepteren van tegenslagen. Innovatie kan best betekenen dat je in de toekomst werkt op andere manieren en met andere schepen. Binnen EVAII was er op zeker moment sprake van om diverse opties via scenario's door te rekenen, maar daar is toen niet op ingegaan.
Terecht stelt de commissie Meijer dat uitkopen van de schelpdiervissers eigenlijk weggegooid geld is. Niet vissen betekent namelijk niet dat er geen problemen zijn in het waddenbeheer. We zien een geweldige ontwikkeling van de Japanse oester, die nu nog een goede kwaliteit heeft. Maar wachten met beheer van deze voorraad betekent dat zich riffen gaan vormen, en dat er voedselcompetitie met de kokkel en mossel gaat optreden, net als in de Oosterschelde. Uiteindelijk gaat dit ten koste van de voedselvoorraad voor de vogels, want de Japanse oester eten de wadvogels niet.
Men zal dadelijk dus toch weer aan de gang moeten om de het oesterprobleem aan te pakken. Als je op een verstandige manier kokkel en mossels kweekt, dan heb je geen problemen met de vogels, je hebt minder bodemberoering, en je kan en passant de oesters de baas blijven... Je zou kunnen zeggen dat schelpdiervissers mede natuurbeheerders kunnen worden, een soort agrarisch natuurbeheer maar dan in buitengewoon extensieve vorm. Tussen de grootschalige mechanische kokkelvisserij en het arbotechnisch slechte handkokkelen zit nog een wereld aan mogelijkheden.''

Martin Woestenburg

Re:ageer