Wetenschap - 1 maart 2007

Uitgezette korhoenders gaan ‘bij bosjes sneuvelen’

Na ruim zes jaar discussie zet Nationaal Park de Hoge Veluwe dit najaar gefokte korhoenders uit. De Raad van State heeft hiervoor eind februari toestemming verleend. Onderzoekers van Alterra zijn teleurgesteld.

436_nieuws.jpg
436_nieuws.jpg

Foto: Ruben Smit

Het korhoen is een bedreigde soort in Nederland en komt alleen nog in het natuurgebied de Sallandse Heuvelrug voor. Om het dier terug te halen naar de Hoge Veluwe startte het natuurpark een fokprogramma. Maar de in gevangenschap levende korhoenders planten zich zelden natuurlijk voort, krijgen antibiotica door hun voedsel en zijn gewend aan de veilige omgeving zonder roofdieren. ‘In het wild hebben ze heel weinig kans om te overleven’, zegt Hugh Jansman die vanuit Alterra betrokken is bij onderzoek naar de wilde populatie korhoenders op de Sallandse Heuvelrug.
Onlangs nog bracht Alterra samen met Plant Research International een rapport uit met de boodschap dat herintroducties beter moeten worden overwogen. ‘Als ik nu de ontheffing lees voor de korhoenders zie ik vele mitsen en maren. Toch geeft de rechter toestemming. Nu is het onze taak om wetenschappelijke argumenten te leveren en niet om ons met de rechtszaak te bemoeien. Maar ik denk dat deze herintroductie heel voorbarig is’, zegt Jansman. ‘Binnen enkele weken zal de helft van de uitgezette dieren zijn gestorven en een jaar later lopen er misschien nog een paar rond. Alle andere pogingen in Europa zijn stopgezet omdat de dieren bij bosjes sneuvelen.’
Alterra ziet liever dat het Nederlandse natuurbeleid zich richt op het behoud van de resterende maar bedreigde populatie op de Sallandse Heuvelrug. Want zelfs die goed aangepaste populatie heeft moeite met overleven. ‘We zien in heel Europa dat de wilde korhoenders het steeds slechter doen en weten eigenlijk niet precies waarom. Zolang we niet weten hoe we het die korhoenders naar de zin moeten maken, is het niet kansrijk om elders een populatie uit te zetten met kwalitatief mindere dieren. Ook is er een reëel risico dat deze dieren ziektes verspreiden naar de wilde populatie of dat er genenvermenging optreedt. De kans is misschien niet groot, maar het is onverantwoord om het risico te nemen.’

Re:ageer