Organisatie - 17 december 2009

Uitgemolken

Wageningen UR gaat het praktijkonderzoek voor de veehouderij saneren. Waarschijnlijk moeten zes van de negen proefboerderijen tussen 2010 en 2012 de deuren sluiten. Alleen Leeuwarden, Sterksel en Hengelo blijven over. Een rondje langs de stallen.

De Nij Bosma Zathe bij Leeuwarden wordt uitgebouwd tot Nij Waiboerhoeve, hét praktijkcentrum voor de melkveehouderij
Melkveeproefbedrijf Aver Heino in Heino staat op de nominatie om gesloten te worden, maar bedrijfsmanager Zwier van der Vegte heeft nog een laatste strohalm: de provincie Overijssel. 'De provincie heeft voor de komende drie jaar dertig miljoen beschikbaar voor landbouw en kennisontwikkeling. Ze wil investeren in onderzoek voor een melkveehouderij die past binnen de natuur- en landschapsdoelstellingen.' Voorwaarde van de provincie en Wageningen UR is commitment van landbouworganisatie LTO. Het lastige is: de contacten tussen de provincie en LTO verlopen wat stroef. En als LTO niet meedoet, haakt ook de provincie weer af, zegt Van der Vegte.
'Koeienhotel'
Aver Heino is een biologisch melkveebedrijf. Een van de stallen is omgedoopt tot 'koeienhotel', waar educatieve programma's voor kinderen en volwassenen plaatsvinden. Verder heeft het bedrijf een zaal voor cursussen en excursies. Het onderzoek voor de biologische melkveehouderij, op het gebied van voeding en bemesting, loopt terug. De enige optie voor Aver Heino is: inzetten op onderzoek voor multifunctionele landbouw en plattelandsontwikkeling.
De discussie over het voortbestaan van de praktijkcentra loopt al vanaf begin 2009. Met de 'strategische keuze' van Wageningen UR om het melkveeonderzoek in Leeuwarden onder te brengen, 'verliezen we de regio-uitstraling', zegt Van der Vegte. Hij doelt op veehouderij in Oost- Nederland, in het typerende coulissenlandschap, begrensd door natuur- en waterrichtlijnen.
Daarbij verwijst hij ook naar de voorgenomen sluiting van het nabijgelegen proefbedrijf voor de biologische varkenshouderij in Raalte. Ook daar is het besluit van Wageningen UR - het praktijkonderzoek voor de varkenshou derij gaat naar Sterksel - hard aangekomen, maar er wordt nog gepraat tussen de belanghebbenden, zegt bedrijfsleider Marcel van Tongeren. 'Bel over enkele maanden nog eens.' Bij Aver Heino heeft LTO tot eind januari de tijd om met de provincie tot een akkoord te komen. Anders gaat de stekker eruit.
Hutjemutje
Ook het enige proefbedrijf voor de pluimveehouderij, het Spelderholt in Lelystad, moet sluiten, zo blijkt uit de plannen die begin december naar buiten kwamen. De omvang van het bedrijf is onvoldoende om commercieel te draaien, zegt bedrijfsleider Johan Pikstra. Dit jaar heeft het Spelderholt ruim drie ton aan onderzoeksopdrachten, voor komend jaar staan proeven op stapel ter waarde van 350 duizend euro. De stallen zitten hutjemutje vol. Toch is de proefboerderij verliesgevend, vooral door de 'schandalig hoge' huisvestingslasten van 520 duizend euro die Wageningen UR oplegt, zegt de bedrijfsleider.
Zes jaar geleden verkaste het Spelderholt van Beekbergen naar Lelystad. 'Toen waren we groter in omvang. We zaten op het terrein van het Fonds Pluimveebelangen, zonder huisvestingslasten. Daar hadden we alles', blikt Pikstra met weemoed terug. 'Maar toen werd het onderzoek uit het pluimveegebied weggehaald. We kregen vier stalletjes in Lelystad.' Die zijn verschillend van grootte. De vleeskuikenstal heeft acht compartimenten, de vermeerderingstal vier, de kleine leghennenstal twee en de grote leghennenstal zes compartimenten; elk met een eigen klimaatregeling. 'Dat vind je nergens in Europa.'
Maar de onderzoeksmarkt binnen de pluimveesector is versnipperd. 'De leghennen-, vleeskuikens- , vleeskuikenouderdieren- en kalkoenensector komen met verschillende onderzoeksvragen', zegt Pikstra.
Rendement
Wat hem vooral steekt, is dat Wageningen UR een rendement van twaalf procent eist van het pluimveeproefbedrijf. 'De nieuwbouw in Lelystad kostte 4,3 miljoen euro. Die is betaald met subsidie van het ministerie van LNV en de provincie Flevoland; Wageningen UR heeft het geen cent gekost. Nu wil het bestuur de gebouwen in tien jaar afschrijven.' Het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) heeft geprotesteerd tegen de sluiting bij de Raad van Bestuur, weet de bedrijfsleider. 'Wat er verder gaat gebeuren, weet ik niet, maar vooralsnog hebben we volgend jaar vier volle stallen, om onderzoek voor LNV en PPE te verrichten.'
Voor de Waiboerhoeve, het praktijkcentrum voor de melkveehouderij in Lelystad, is de toekomst eveneens somber. Het melkveeonderzoek wordt geconcentreerd nabij Leeuwarden, waar de proefboerderij Nij Bosma Zathe wordt uitgebouwd en omgedoopt tot Nij Waiboerhoeve. De bedrijfsleider in Lelystad heeft geen behoefte om commentaar te leveren op de sluiting. Tot twee maanden geleden zag het er naar uit dat het melkveeonderzoek in Lelystad zou worden geconcentreerd, maar toen ging de provincie Friesland met de geldbuidel zwaaien.
Dairy Campus
'Friesland is het land van water en melk', zegt Klaas Arie Beks, projectleider Kenniscampus van de provincie Friesland. Leeuwarden heeft al het waterkenniscentrum Wetsus en nu gaat de nieuwe Dairy Campus rond proefboerderij Nij Bosma Zathe gestalte krijgen. De provincie heeft tien miljoen euro toegezegd voor een innovatieprogramma op de melkveecampus. Dat geld is afkomstig van het ministerie van Economische Zaken, dat Friesland compensatiegeld heeft gegeven voor het niet doorgaan van de Zuiderzeespoorlijn. 'Wij zijn de enige provincie die geld steekt in onderwijs en onderzoek', zegt Beks.
Eerder investeerde de provincie tien miljoen euro in basisscholen om de onderwijsachterstand op het Friese platteland weg te werken. De nieuwe masterstudie Marine Policy van Van Hall Larenstein kreeg een miljoen en de provincie haalde de Waddenacademie binnen, inmiddels een KNAW-instelling. 'We hebben nu zeven wetenschappelijke instellingen.'
Op de Dairy Campus gaat het nationale onderzoeksprogramma Duurzame Veehouderij van start. Melkveeonderzoekers doen samen met de toeleverende en verwerkende industrie - bijvoorbeeld stallenbouwers, Friesland Campina en Nestlé - onderzoek om de opbrengsten in de melksector te verhogen. Het gaat om productinnovatie, zegt Beks. 'De melkveesector verdient straks geen geld meer met alleen melkproductie. De verdiensten zitten in productontwikkeling in de industriële keten.' Het onderwijs, gericht op na- en bijscholing, zal hierop aansluiten. De relatie met VHL, die een nieuwe lector Melkveehouderij mag aanstellen, wordt versterkt.
De campus is meer dan een virtuele term, verzekert Beks. 'Nij Bosma Zathe ligt straks aan de rijksweg, met een station op vijfhonderd meter afstand. Daar gaan we bouwen. Het trainingscentrum PTC+ in Oenkerk wordt waarschijnlijk verplaatst naar de campus. VHL blijft zitten waar ze zit, maar de reistijd is slechts tien minuten. Wij kunnen innovatie, onderzoek en onderwijs concentreren. Die combinatie was in Flevoland niet te maken.'
Hoe Nij Bosma Zathe wordt uitgebouwd naar Nij Waiboerhoeve, is nog onduidelijk. Bedrijfseconomisch heft het praktijkcentrum een moeilijk jaar achter de rug, vanwege de lage melkprijzen. Wageningen UR nam de boerderij in 2000 gratis over van een landbouworganisatie, maar is daarna gaan investeren in bijvoorbeeld mestvergisting op het bedrijf. Over die investeringen betaalt de proefboerderij nu huisvestingskosten. Dat is anders dan bij het Spelderholt, waar de totale vervangingswaarde van het complex via huisvestingslasten in rekening wordt gebracht, beaamt manager Paul Vriesekoop van de Animal Sciences Group. 'Die verschillen in afdracht per proefboerderij komen voort uit afspraken in het verleden.'
Body
'Het rendement van de proefbedrijven is niet leidend geweest bij de planvorming', zegt directeur Martin Scholten van de Animal Sciences Group. 'Het onderwijs en onderzoek zijn richtinggevend. We willen toe naar onderzoeksboerderijen van nationale en internationale betekenis die voldoende body hebben om aan de praktijk gerelateerde kennisvragen in de toekomst te blijven beantwoorden. Een boerderij voor pluimveeonderzoek is zelfs niet op nationale schaal vol te houden, omdat de onderzoeksvraag uit deze sector te klein is', aldus Scholten.
'Als we puur naar het rendement hadden gekeken, was Nij Bosma Zathe afgevallen. Maar Leeuwarden biedt inhoudelijk het meeste perspectief, door de impuls van de provincie. Het best renderende bedrijf is op dit moment misschien wel Cranendonck. Daar doet een zzp-er de bedrijfsvoering; onderzoek vindt er niet plaats. Dat stoten we af, want Wageningen UR is geen boer.'
Dat de praktijkcentra huisvestingslasten moeten afdragen aan Wageningen UR, vindt Scholten normaal. 'In het verleden zijn de centra met geld van derden gebouwd. Nu moeten we zelf middelen opbouwen om de centra in de lucht te houden.' De huisvestingslasten zijn gebaseerd op de vervangingswaarde van de centra. 'Dat pakt ongunstig uit voor de proefboerderijen, want daarvoor droegen ze niets af. Daarmee werden de kosten van de centra gemaskeerd.'
Proefboerderijen dicht
Wageningen UR brengt het aantal proefboerderijen voor de veehouderij fors terug.
Het Nederlandse praktijkonderzoek voor de melkveehouderij wordt geconcentreerd in Leeuwarden; dat voor de varkenshouderij in Sterksel.
Proefbedrijf De Marke in Hengelo blijft voorlopig bestaan vanwege langjarige onderzoeksprogramma's. De overige proefbedrijven worden in principe gesloten. Dat maakte directeur Martin Scholten van Animal Sciences Group op 1 december bekend.
Het Spelderholt, proefbedrijf voor de pluimveehouderij, gaat dicht. Dat geldt ook voor de Waiboerhoeve (melkveehouderij), Cranendonck (melkveehouderij) en Raalte (biologische varkenshouderij). De proefboerderijen in Zegveld (melkveehouderij veenweiden) en Aver Heino (biologische melkveehouderij) worden wellicht omgevormd tot regionale kenniscentra.

Re:ageer