Wetenschap - 1 januari 1970

Twijfels over veiligheid quercetine

‘Quercetine vermindert de risico’s van een hoog cholesterol’, belooft de ene advertentie. ‘Bestrijdt een breed scala aan prostaatproblemen’, zegt een andere. Maar de stof heeft twee gezichten. Een Wageningse promovenda vindt de verkoop gevaarlijk omdat de veiligheid van de supplementen onvoldoende is onderzocht.

Ir. Hester van der Woude weet na jaren van onderzoek nog steeds niet of quercetine, een flavonoïde die we binnenkrijgen via thee, rode wijn, uien en appels, nu gezond is of niet. ‘Door onderzoek met cellen in reageerbuizen heb ik ontdekt dat quercetine dingen doet die positief kunnen uitvallen, maar ook dingen waar we absoluut niet gerust op zijn. De gezondheidseffecten van supplementen en functional foods met extra quercetine ken je pas als je proefdieronderzoek doet, en uiteindelijk onderzoek met mensen. Mijn proefschrift vertelt waar je bij dat onderzoek op moet letten.’
Van der Woude ontdekte dat de flavonoïde in normale concentraties de werking van het vrouwelijke geslachtshormoon estradiol imiteert. ‘Dat kan betekenen dat quercetine de kans op sommige soorten kanker verhoogt’, zegt Van der Woude. Ze legt uit dat estradiol zich in cellen kan vastmaken aan de alpha- en de bèta-receptor. Quercetine hecht zich vooral aan de bèta-receptor. ‘Volgens een nieuwe theorie hangt prikkeling van de alpha-receptor samen met een verhoogde kans op kanker, terwijl prikkeling van de bèta-receptor de kans op kanker juist vermindert. Wat de stof betekent voor de kans op kanker weten we dus niet.’
Een ander voorbeeld van de Januskop van quercetine vond Van der Woude in het DNA van de cellen die waren blootgesteld aan de stof. Quercetine had zich vastgemaakt aan het erfelijk materiaal. Als zo’n cel zich deelt, kunnen er mutaties in het DNA sluipen. De kans bestaat dat de nieuwe cellen veranderen in kankercellen.
‘Maar niet alle quercetine-moleculen hechten zich blijvend aan het DNA’, vervolgt Van der Woude. ‘Ze kunnen zich ook weer losmaken. Gedurende een etmaal herstelt wel het grootste gedeelte van de beschadiging. Maar niet alles, dus.’

Veiligheid
De industrie heeft de quercetine op de markt gebracht omdat de stof in een paar experimenten vrije radicalen wegving, ofwel instabiele moleculen die cellen kunnen beschadigen. In advertenties zeggen ze dat het cellen gezond zou houden, en goed zou zijn bij hoog cholesterol en prostaatproblemen.
De verkoop van stoffen als quercetine is nauwelijks gereguleerd. De stof komt gewoon voor in groente, thee en fruit, en valt dus niet onder de medicijnen. Maar omdat ze in geconcentreerde vorm worden verkocht vallen ze dus ook niet onder de voedingsmiddelen. Dat zou moeten veranderen, vindt Van der Woude. ‘We krijgen via groenten en fruit dagelijks zo’n twintig milligram quercetine binnen. In supplementen kan die hoeveelheid echter oplopen tot vijfhonderd milligram per pil. Zulke producten zou je eerst moeten beoordelen op hun veiligheid.’
Dat is drs. Vincent de Boer met haar eens. De Boer, gestationeerd op Rikilt, doet net als Van der Woude onderzoek naar quercetine bij de leerstoelgroep Toxicologie. De Boer heeft een zonniger kijk op het plantenstofje. ‘Dat komt vooral doordat ik naar gezondheidsbevorderende aspecten kijk. Als je ratten inspuit met een kankerverwekkende stof, dan remt quercetine het ontstaan van tumoren. Quercetine verhoogt bovendien de activiteit van het eiwitje SIRT1. Dit verlengt bij eenvoudige organismen als gistcellen en fruitvliegjes hun levensduur.’ Of quercetine ook bij mensen een dergelijk effect heeft is niet bekend, maar De Boer vindt de resultaten veelbelovend.
Toch vindt ook De Boer dat producten met sterk geconcentreerde natuurstoffen niet zomaar op de markt zouden mogen komen. ‘Ik geloof in de potentie van deze producten, maar ik vind ook dat ze eerst moeten worden onderzocht. Eigenlijk zouden de fabrikanten het onderzoek moeten doen dat wij nu uitvoeren.’

Wantrouwen
Quercetine is maar één verbinding waar bedrijven zich in hebben vastgebeten. Er zijn er nog tientallen. Een andere stof die in de mode is, signaleert De Boer, is het aan quercetine verwante epigallocatechin-3-gallaat ofwel EGCG. Dit zit vooral groene thee. In geconcentreerde vorm stimuleert ECGC het afslanken, beweert de afslankindustrie.
‘Er zijn inderdaad aanwijzingen dat EGCG werkt’, zegt De Boer. ‘De stof zou de opname van vetten in de darmen kunnen remmen, en misschien ook in de vetweefsels de opslag van vet kunnen verminderen. Maar hard bewijs is er nog niet.’ Desondanks overspoelen afslankproducten met EGCG de markt, ook al zijn de mogelijke bijwerkingen van EGCG nooit grondig onderzocht. Dat ze er zijn is waarschijnlijk. Canadese onderzoekers publiceerden onlangs een dierstudie in Free Radical Biology & Medicine die suggereert dat hoge doses EGCG schade toebrengen aan de lever.
Van der Woude en De Boer staan met hun scepticisme in een Wageningse traditie. Hoogleraren als de organisch chemicus prof. Aede de Groot hebben altijd gewaarschuwd tegen het vrijelijk vermarkten van stoffen als quercetine. ‘Een plant maakt dit soort stoffen niet omdat die zo gezond voor ons zijn’, zegt De Groot. ‘Meestal zijn die verbindingen juist bedoeld om de plant te beschermen tegen insecten en dieren, en misschien wel tegen ons. Ik denk daarom dat we de meeste stoffen in de natuur moeten wantrouwen. We zouden ze pas op de markt mogen toelaten als ze grondig zijn onderzocht.’

Willem Koert

Hester van der Woude promoveert op 7 april bij prof. Ivonne Rietjens, hoogleraar in de Toxicologie.

Re:ageer