Organisatie - 1 januari 1970

Twijfels over bevoegdheid ID-Lelystad

Het laboratorium van ID-Lelystad dat in 2001 mond- en klauwzeer aantoonde in monsters uit Kootwijkerbroek heeft zijn werk goed gedaan. Maar het is de vraag of het instituut wel bevoegd was de tests uit te voeren. Het Europese Hof van Justitie moet uitsluitsel brengen.

Dit blijkt uit de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) die vorige week openbaar is gemaakt. Het college concludeert dat er geen reden is om de uitslag van de mkz-testen in twijfel te trekken. Zo heeft er geen verwisseling of besmetting van de monsters plaatsgevonden. Er zijn wel fouten gemaakt bij de verzending, datering en nummertoekenning van de monsters, maar die hebben niet geleid tot onrechtmatige conclusies.
Het college vraagt zich wel af of ID-Lelystad bevoegd was de test uit te voeren. De naam van het instituut kwam immers niet voor op de Europese lijst van bevoegde instituten. Op die lijst stond het Centraal Diergeneeskundig Instituut (CDI), een voorloper van het ID-Lelystad. Het CBB wil de vraag over de bevoegdheid nu voorleggen aan het Europees Hof. Ook wil zij van dit hof graag horen of het ministerie niet zelf onderzoek had moeten doen naar de uitvoering van de laboratoriumtests toen daar onder belanghebbenden in Kootwijkerbroek twijfels over rezen.
Woordvoerder drs Luuk Elzinga van CIDC-Lelystad, waar de wettelijke onderzoekstaken voor dierziekten nu zijn ondergebracht, is blij met de uitspraak. ‘Het heeft wel lang geduurd, maar alle verdachtmakingen aan ons adres zijn nu van tafel.’ De discussie over de bevoegdheden ziet hij als juridische haarkloverij. ‘Organisatorisch en qua taken stammen wij in een rechte lijn af van het CDI.’ Een uitspraak van het Europees Hof over de kwestie laat waarschijnlijk nog minstens een jaar op zich wachten. / GvM

Re:ageer