Wetenschap - 13 maart 2008

Twee plagen beter dan één

Voor glastuinders die gebruikmaken van biologische bestrijding is het soms beter om meerdere plagen in hun gewassen te hebben. Roofmijten die de plagen bestrijden hebben daardoor een gevarieerder dieet, en ontwikkelen zich sneller.
Uit onderzoek van Wageningen UR Glastuinbouw blijkt bijvoorbeeld dat de roofmijt Amblyseius swirskii een vijftien keer hogere dichtheid kan bereiken in een kas als witte vlieg en trips samen aanwezig zijn, in vergelijking met de situatie waarbij slechts één van deze plagen aanwezig is.
Onderzoeker ir. Gerben Messelink zegt dat de hogere dichtheden bereikt worden doordat er minder jonge mijten doodgaan als er divers voedsel aanwezig is, en de mijten sneller volwassen worden. ‘Het effect lijkt op het eerste oog niet zo heel groot, maar omdat de mijten met vijf dagen een korte generatietijd hebben, heeft een klein verschil in overlevingskans al snel een groot effect op de populatiegrootte.’
Voor tuinders is het volgens Messelink in sommige gevallen beter om een plaag niet helemaal uit te roeien. ‘Een beetje plaag is niet zo erg. Je zou soms zelfs kunnen overwegen om bewust een plaag te introduceren. Gewassen met plagen en bestrijders vormen een voedselweb. Als je beter begrijpt hoe dat werkt, kun je slimmer sturen.’
Ook leveranciers van biologische bestrijders zouden rekening moeten houden met het verschijnsel. Roofinsecten die verschillende plagen tegelijk bestrijden worden steeds populairder. Messelink: ‘Bij het zoeken naar nieuwe biologische bestrijders wordt nu vaak alleen gekeken hoe goed ze één plaag onderdrukken. Het is verstandig om ook te onderzoeken hoe ze zich gedragen als er meerdere plaagorganismen beschikbaar zijn als voedsel. Dan zouden ze het wel eens veel beter kunnen doen.’

Re:ageer