Wetenschap - 28 januari 2016

Tussen vluchtelingen

tekst:
Linda van der Nat

De vluchtelingenproblematiek houdt veel Nederlanders bezig. Marit de Looijer en Renee Middendorp gingen nog een stapje verder. Voor hun masterthesis vertrokken ze naar Libanon en de Spaanse enclave Melilla, waar ze het leven van vluchtelingen van dichtbij meemaakten. ‘Ik heb me vaak schuldig gevoeld.’

Foto’s Marit de Looijer en Renee Middendorp. Beelden van Afrikaanse vluchtelingen op het hek rond Melilia gingen de afgelopen jaren de hele wereld over.

Marit de Looijer
Marit de Looijer

In de olijfboomgaard van de Libanese broers Ali en Omar wonen 53 Syrische families. Drie jaar geleden zijn ze gevlucht uit het door burgeroorlog geplaagde Syrië, nu wonen ze in een geïmproviseerd tentenkamp tussen de bomen. Door deze opvang in de boomgaard valt er een bron van inkomsten voor de broers weg. De twee beschouwen het echter als hun plicht om de Syriërs te helpen. Ze bouwden douches en toiletten, geven water en zo nu en dan voedsel.

Het tentenkamp van Ali en Omar was een van de negen nederzettingen van vluchtelingen die masterstudent Marit de Looijer bezocht voor haar afstudeeronderzoek. Ze wilde weten hoe vluchtelingen en gastgemeenschappen met elkaar onderhandelen over een plek om te wonen, omdat er geen officiële kampen zijn. ‘De regering wil geen nieuwe opvangkampen meer, omdat ze vreest dat het broeinesten worden van terrorisme. Libanon vangt een ongeëvenaard aantal vluchtelingen op per hoofd van de bevolking. Dat drukt een zware last op het land, dat enorm verdeeld is op religieus, politiek en sociaal gebied.’

Syrische vluchtelingen in Libanon hebben hun toevlucht gezocht tot een onaf gebouw.
Syrische vluchtelingen in Libanon hebben hun toevlucht gezocht tot een onaf gebouw.

Het gebrek aan opvang heeft ruim een miljoen Syrische vluchtelingen er niet van weerhouden hun toevlucht te zoeken in het instabiele land. Inmiddels wonen er in totaal bijna twee miljoen vluchtelingen in Libanon, op een bevolking van 4,5 miljoen. De vluchtelingen die nu in Libanon komen, wonen in gehuurde kamers, in de karkassen van onafgemaakte gebouwen, in autogarages, in zelfgebouwde wijken en in tentenkampen zoals die van de broers Ali en Omar. ‘Of een vluchteling ergens mag wonen, wordt bepaald op basis van wie je bent, wie je kent, wat je gelooft en wat je hebt. De onderhandeling daarover is heel complex en emotioneel. Dat was voor mij de reden naar het land af te reizen,’ aldus de studente International Development Studies. ‘Het leek mij superinteressant om te onderzoeken hoe dat werkt.’

Hoog hek

Renee Middendorp bij het hoge hek rond de Spaanse enclave Melillia in Marokko.
Renee Middendorp bij het hoge hek rond de Spaanse enclave Melillia in Marokko.

Renee Middendorp, ook masterstudent International Development Studies, vertrok vorig jaar mei naar Melilla, een stukje Spanje in het noordoosten van Marokko, om haar afstudeeronderzoek te doen. Ze wilde de vluchtelingen daar een gezicht geven: de economische vluchtelingen uit West-Afrika, jonge jongens uit de arme delen van Algerije en Marokko en Syrische vluchtelingen die via deze kleine Spaanse enclave Europa proberen te bereiken, in de hoop op een betere toekomst.

‘Melilla is een vreemde plek,’ vertelt Renee. ‘Een stuk Europees grondgebied van 12 km2, met een haven en een zes meter hoog hek eromheen. Er zijn zowel zichtbare als symbolische grenzen en ik heb onderzocht welke rol die grenzen spelen in het dagelijks leven van de mensen in Melilla, in de context van het vluchtelingendebat en het migratiebeleid.’ Daarvoor sprak ze niet alleen met vluchtelingen en migranten, maar ook met hulpverleners, politieagenten en grenswachten. ‘Het leerde me dat er meerdere kanten aan een verhaal zitten en dat iedereen, zij het op een heel verschillende manier, geraakt wordt door het leven met die grens.’

Straatjongens

Impressie tentenkamp 4.JPG

Renee en Marit dompelden zich allebei onder in het leven ter plekke. Voor Marit was dat noodzakelijk, zegt ze. ‘Het is naïef om te denken dat je in Libanon zonder een sociaal netwerk goed je werk kunt doen of veilig kunt zijn. Je moet vriendschappen sluiten en banden aangaan, zodat mensen weten waar je mee bezig bent en zich verantwoordelijk voor je voelen.’ Renee verbleef in een huis waar ook een lokale activiste woonde. Zij hielp de straatjongens uit Marokko en Algerije en bracht Renee in contact met de jongens die de haven gebruiken om illegaal met een boot Europa te bereiken. ‘Verspreid over de stad zijn het honderden jongens, die vaak al jaren op straat rondzwerven. ‘s Avonds laat verzamelen ze zich in de steegjes in het oude deel van de stad, dichtbij de haven. Het ligt wat hoger, waardoor ze goed zicht hebben op de haven en op de politie. Ze proberen elke avond om op de laatste boot naar Malaga te klimmen.’

Impressie tentenkamp 3..JPG

Het werd een surreële ervaring. ‘Ik zat bij een groepje van vijftien jongens, tussen de 12 en 18 jaar. In dat steegje wachtten ze op de laatste boot, kletsten ze met elkaar en maakten ze muziek. Er hing een hele gemoedelijke sfeer, plezierig bijna, terwijl het leven voor deze jongens heel zwaar is. Ze worden gediscrimineerd, genegeerd en belaagd. De Guardia Civil weet niet goed wat ze met deze jongens aan moet en dat uit zich vaak in pesterijen en geweld. De agenten scheren de hoofden kaal van de jongens of pakken hun schoenen af. Ik heb ook veel littekens gezien van snijwonden, waarschijnlijk door politiegeweld.’

Tranentrekker

Met de keuze voor vluchtelingen als onderzoeksonderwerp hebben de studentes het niet per se gemakkelijk voor zichzelf gemaakt. Marit: ‘Ik ben best wel een emotioneel persoon, ik kan voor de tv zitten janken om iets in het nieuws. Maar ik weet van mezelf dat als ik emotioneel word, ik niet meer goed kan luisteren en de juiste vragen kan stellen.’ Bij de vluchtelingen wist ze dan ook haar wetenschappelijke, objectieve houding te bewaren. ‘Ik heb echt tegen mezelf gezegd: je bent nu hier en je hebt een taak. Je zit niet gewoon koffie te drinken, je moet informatie krijgen en analyseren. Maar na mijn bezoek aan de olijfboomgaard van Ali en Omar heb ik zitten huilen in de bus terug naar Beiroet. Het regende, het was koud, en die mannen, vrouwen en kinderen daar liepen op blote voeten. Hun hele situatie was zo uitzichtloos.’

Impressie tentenkamp 2.JPG

In het weblog dat ze tijdens haar verblijf in Melilla bijhield, schrijft Renee over twee jongens van 12 en 14 die op een nacht bij haar logeren. ‘Hoewel we slaapplekken genoeg hebben, liggen ze samen overdwars in één bed. Nu heb ik altijd al een beetje een zwak voor slapende mensen, zeker kinderen, maar deze aanblik doet mijn hart breken. Ze hebben weinig gunstige vooruitzichten (…), de meesten zijn hun ouders kwijtgeraakt, ze ervaren hun ongewenstheid iedere dag, de straat is hun leerschool en ze hebben maar één droom: naar Europa. De oudste maakt de jongste wakker door zachtjes over zijn hoofd te aaien. Wat een tranentrekker dit. Ik laat ze de spullen in de badkamer gebruiken. Met hun haar in de gel en een wolk parfum om hen heen laat ik ze de deur uit, ieder met een gedoneerd rood rugzakje van een of andere liefdadigheidsorganisatie, een banaan en een flesje water in hun hand, mijn schamele donatie.’

‘Die hele situatie was zó emotioneel,’ zegt Renee. ‘Ik voelde op dat moment heel sterk dat deze jongens veel te jong waren om in deze situatie te zitten. En ik voelde me schuldig omdat ik ook iets wilde van ze, namelijk informatie voor mijn onderzoek. Ik besefte echter ook dat dit mijn eigen gevoelens waren en dat ik ze hierdoor juist tot “slachtoffer” maakte. Dat was zeker niet de intentie van mijn onderzoek.’

Schuldig

Marit aan het werk.JPG
Marit in tentenkamp1..JPG
Marit in tentenkamp2..JPG

Het was niet de enige keer dat Renee zich schuldig voelde, of zich schaamde voor haar bevoorrechte positie. ‘Als ik me claustrofobisch voelde in de afgesloten stad, kon ik de bergen in om frisse lucht op te snuiven. Het kostte me soms een uur, maar feitelijk kon ik zonder al teveel moeite de grens over. Terwijl er mensen zijn die wel tien pogingen hebben gedaan het hek over te klimmen. Daarbij voelde ik me soms machteloos, omdat ik niet veel meer voor hen kon betekenen dan hun ervaringen op papier te zetten.’

Ook Marit worstelde met die machteloosheid. ‘Maar ik ben altijd oprecht geweest naar de mensen die ik sprak en ik had het idee dat ze mijn bezoeken waardeerden. Ze zeiden: Je bent niet zo’n journalist die maar één keer komt. Je zit al negen dagen bij mij in de tent, ook al regent het, ook al is het koud.’

Na hun thuiskomst hadden beide studentes nog wel wat te verwerken. Renee: ‘Er hangt een nare sfeer in Melilla, aan alles zit een zweem van geweld. Maar boos worden heeft geen zin, dus krop je het op. Eenmaal thuis bleven de verhalen en gebeurtenissen door mijn hoofd malen, de hele tijd. Het voelt ook raar om het nu voor mijn scriptie allemaal in een theoretisch kader te gieten. Mijn bureau staat zo ver af van wat er daar is gebeurd.’

Marit ervoer na haar terugkeer in het veilige, stabiele Nederland een omgekeerde cultuurshock. ‘Voor ik vertrok, ontploften er nog autobommen in Libanon. VN-medewerkers reden er in gepantserde wagens. Ik moest steeds goed kijken wat wel en niet kon en ik luisterde goed naar mensen als ze zeiden dat ik bij bepaalde bushaltes niet moest uitstappen. Ik was constant op m’n hoede. Toen ik terugkwam, hoefde dat ineens niet meer. Dat voelde zo raar. Mijn omgeving was veranderd, maar ik stond nog in de stand van Libanon.’

Vluchtelingendebat

Spaanse anti-nationalistische activisten betuigen met graffiti hun steun aan de vluchtelingen: ‘Immigranten, alsjeblieft, laat ons niet alleen met de Spanjaarden’.
Spaanse anti-nationalistische activisten betuigen met graffiti hun steun aan de vluchtelingen: ‘Immigranten, alsjeblieft, laat ons niet alleen met de Spanjaarden’.

Met een Syrische vrouw heeft Marit nog altijd contact. ‘Toen ik haar ontmoette, woonde ze bij haar schoonfamilie in een groot, half afgebouwd universiteitsgebouw. Zeven verdiepingen hoog, met kale, betonnen muren en elektriciteitsdraden die kriskras door het gebouw hangen. Er wonen daar 1500 mensen, van wie de helft kinderen. Ze is net zo oud als ik, 25. We whatsappen nog wel eens, maar de verbinding is vaak slecht. Ze zit inmiddels met haar twee zoontjes in een opvangkamp aan de Syrisch-Turkse grens. Haar situatie is hopeloos, maar elke keer dat we contact hebben, vraagt ze of ze nog wat voor me kan doen, voor mijn onderzoek.’

Ook Renee voelt zich nog verbonden met de vluchtelingen die ze ontmoette, zij het op een minder directe manier: ‘Ik heb me voor mijn onderzoek verdiept in het migratiebeleid en het vluchtelingendebat en ik wil daar in de praktijk iets mee blijven doen. Ik ben bijvoorbeeld actief voor Vluchtelingenwerk. Mijn onderzoek heeft me een beter inzicht gegeven in de realiteit van de vluchtelingenproblematiek. Dat inzicht mis ik in hoe er in Nederland over het onderwerp wordt gepraat.’

Ook Marit heeft moeite met de harde toon in het vluchtelingendebat. ‘Ik probeer begrip op te brengen voor de mensen in Nederland die zich zorgen maken over het aantal vluchtelingen dat hierheen komt. Ik weet dat er in Nederland ook mensen zijn die werkloos en arm zijn en vrezen voor hun sociale positie. We moeten ook oog hebben voor hun situatie.’ Maar, voegt ze eraan toe, ‘in Libanon is er daadwerkelijk reden om ongerust te zijn. Het land heeft veel meer vluchtelingen en is veel instabieler. Voor de broers Ali en Omar is het heel lastig om het tentenkamp in stand te houden. Ze hebben zelf weinig inkomsten en vanuit de eigen gemeenschap krijgen ze steeds vaker de vraag waarom ze de vluchtelingen nog helpen. Toch houden ze vol. Ze zeggen: “Allah heeft deze mensen op ons pad gebracht. Nu is het aan ons om goed voor hen te zijn.” Ik hoop dat we in Nederland ook zo gastvrij kunnen zijn.’


Disaster studies

Impressie tentenkamp 1..JPG

Marit de Looijer en Renee Middendorp deden hun onderzoek in Libanon en Melillia binnen de mastertrack Disaster studies. Die richt zich op de sociale dynamiek en effecten van crises en rampen. Aan bod komen onder meer noodhulp, disaster risk reduction en vluchtelingenproblematiek.

Disaster studies is een klein maar groeiend thema binnen de universiteit, zegt universitair docent Bram Jansen van de leerstoelgroep Sociology of Development and Change. Hij houdt zich specifiek bezig met vluchtelingenvraagstukken en begeleidde de afgelopen drie jaar een stuk of twintig studenten die hun stage of afstudeeronderzoek hebben gedaan in landen als Kenia, Soedan, Libanon, Malta, Jordanië en Turkije.

‘Disaster Studies lijkt een beetje een vreemde eend in de bijt op deze universiteit, maar het past juist heel goed binnen het Wageningse domein,’ aldus Jansen. ‘Vluchtelingenstromen hebben impact op de leefomgeving.’ Studenten leveren met hun onderzoek een belangrijke bijdrage aan de kennis over de trends in de vluchtelingenproblematiek, aldus Jansen.


Re:ageer