Wetenschap - 23 oktober 2008

Tulpenvelden

‘Tulpenteelt in gevaar, doodsteek voor bollenbranche’, kopte de Telegraaf vorige week. Aanleiding is een Wagenings on­derzoek naar de effecten van strengere Europese regels voor gewasbescherming. Volgens onderzoeker ir. Piet Spoorenberg van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving heeft de Telegraaf in ‘prachtig proza’ het zwartste scenario geschetst, en de nuances weggelaten.

‘De Europese Commissie wil 19 gewasbeschermingsmiddelen verbieden, het Europees parlement zelfs 114. Wij, PPO en LEI, hebben in opdracht van LTO uitgezocht of beide scenario’s leiden tot derving van opbrengsten en inkomsten voor de telers van dertien voor Nederland representatieve gewassen zoals aardappelen, spruitkool, tulp en roos.
Als het Europees parlement zijn zin krijgt, daalt de opbrengst van pootaardappelen in Nederland met vijftien procent, de wintertarwe met achttien procent, tulp met tachtig procent, roos met negentig procent en spruitkool met bijna honderd procent. Dan kun je de tulpen dus niet meer fatsoenlijk telen. De Telegraaf heeft dat in prachtig proza opgeschreven.
Maar ik denk niet dat het zo’n vaart zal lopen, omdat de Europese Commissie veel minder stoffen wil verbieden, waardoor de effecten minder groot zijn. In dat geval neemt de opbrengst van pootaardappelen met 7 procent af, van spruitkool met 10 procent, van roos met 29 procent, tulp met 45 procent en de wintertarwe blijft gelijk. Verder wil de commissie het verbod op middelen gefaseerd invoeren, zodat de sector de tijd krijgt om alternatieven te ontwikkelen. Minister Verburg wil ook zo’n overbruggingsperiode. Zonder dat kunnen de tulpentelers inderdaad niet meer rendabel produceren.
Bij alternatieven voor de verboden stoffen kun je denken aan minder schadelijke middelen, maar ook aan resistentieveredeling. Punt is wel: de ontwikkeling van nieuwe bestrijdingsmiddelen en resistentie kost zo tien jaar of meer. Daar komt bij dat die ontwikkeling zich met name richt op belangrijke gewassen als tarwe en aardappel, en niet of nauwelijks op kleine teelten als spruitkool en tulp. Verder heeft de sierteelt als probleem de grote variëteit, waardoor het heel lastig is om resistentie van de ene naar de andere tulp of roos over te zetten. Kleine teelten die afhankelijk zijn van een klein gewasbeschermingspakket in de volle grond, hebben dus een groter probleem dan kasgroenten, waarbij de biologische plaagbestrijding inmiddels is ingevoerd.’

Re:ageer