Wetenschap - 7 november 2002

Tuinders moeten samen windmolens bouwen

Tuinders moeten samen windmolens bouwen

Als het aan het LEI ligt, gaan tuinders in Nederland op grotere schaal windenergie produceren. De schroom die ze nu hebben om windmolens op hun land te plaatsen is volgens het LEI zeker niet altijd terecht.

Met name windmolenparken waaraan meerdere tuinders deelnemen hebben veel potentie, stelt projectleider ir Anita van der Knijff. Het LEI en adviesbureau Ecofys zijn begonnen met het adviseren en actief begeleiden van tuinders die windmolens willen plaatsen. Dit gebeurt onder andere in de omgeving van Heerhugowaard, waar vijf turbines moeten komen.

Van der Knijff legt uit dat als een tuinder op eigen houtje een enkele windmolen op het land probeert te plaatsen, hij snel stuk loopt op het provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid. De meeste streek- en bestemmingsplannen sluiten solitaire turbines op tuinbouwbedrijven uit. Maar als een tuinder het groter aanpakt, wordt het sneller toegelaten. Hier zijn de tuinders zich vaak niet van bewust, zegt Van der Knijff. "Het gaat dan om lijnopstelling van meerdere turbines. Dit kan aan de randen van tuinbouwgebieden."

Voor een dergelijk duur project zullen tuinders de handen ineen moeten slaan en andere partners moeten zoeken, zoals energiebedrijven. Het voorbereidingstraject kan wel enkele jaren duren. "Tuinders lopen het risico dat alle tijd en moeite voor niks is en concentreren zich daarom liever op hun bedrijf." Om het ze gemakkelijker te maken hebben het LEI en Ecofys een stappenplan ontwikkeld. Hierin staat hoe de tuinders moeten omgaan met onder andere planologische randvoorwaarden en technische en financi?le aspecten.

Met het oog op beperking van landschapsverstoring is het bijvoorbeeld slim om de turbines te plannen langs een weg, dijk of sloot. Dit kan eerder op goedkeuring rekenen van gemeenten en provincies. De onderzoekers adviseren ook om de lokale bevolking vroeg te informeren zodat men tijdig rekening kan houden met eventuele bezwaren. De openheid naar de omwonenden bespoedigde bijvoorbeeld de recente realisatie van het windpark Wagendorp in de Wieringermeerpolder.

Het financi?le voordeel van windturbines is duidelijk volgens Van der Knijff:"We hebben berekend dat een moderne turbine op jaarbasis alleen al voldoende elektriciteit produceert om meerdere glastuinbouwbedrijven te voorzien. De extra elektriciteit kunnen ze verkopen. In gebieden met veel wind, langs de kust, het IJsselmeer en de Waddenzee is de investering terug te verdienen in tien jaar, in de andere gebieden in zo'n 13 jaar."

Tuinders in Nederland lopen nu ver achter op de overige agrari?rs met productie van schone energie. In de agrarische sector staan momenteel 275 windturbines, waarvan het merendeel op akkerbouwbedrijven en melkveehouderijbedrijven. Slechts enkelen staan op glastuinbouw-, bloembollen- en boomkwekerijbedrijven. | H.B.

Re:ageer