Wetenschap - 28 november 2002

Tuinarchitect Springer zag ontwerpen als het schilderen met bomen en heesters

Tuinarchitect Springer zag ontwerpen als het schilderen met bomen en heesters

Romantisch is de eerste indruk uit de tentoonstelling over de tuinarchitect Leonard Springer in het Haarlemse Teylers Museum. De Haarlemmer werkte tussen 1897 en 1900 als leraar Tuinkunst aan de Rijkstuinbouwhogeschool in Wageningen. Veel van de tentoongestelde werken komen uit de speciale collectie van de bibliotheek van Wageningen UR.

Leonard Springer wordt algemeen erkend als sleutelfiguur in de tuinarchitectuur van de negentiende en twintigste eeuw, en als laatste en belangrijkste vertegenwoordiger van de landschapsstijl. Hij was een romanticus, en dat is op de tentoonstelling duidelijk te zien. De door hem ontworpen parken zijn landschapjes op zichzelf met ronde vormen, gevarieerde bossages, grote gazons en door het park rollende paden. Maar ook de door hem verzamelde etsen en schilderijen wijzen op een voorliefde voor de romantiek.

Dat is niet zo verwonderlijk. Springers idee?n als tuinarchitect werden in het eind van de negentiende eeuw gevormd door de toen heersende landschapsstijl, met als inspiratiebron Duitse en Franse tuinarchitecten, romantische schilders als Nicolas Poussin en Claude Lorrain, maar ook de wandelingen die Springer met zijn vader maakte door de weelderige Veluwse bossen bij Elspeet of langs de enorme eiken in Duitsland. Schilderen met bomen en heesters, zo omschrijft Springer het vak van de tuinarchitect. In het ontwerp dat hij in 1875 maakte voor de prijsvraag van de Internationale Gartenbau Ausstellung - hij won een bronzen medaille - lijken de bosschages dan ook met de penseel neergezet als donkergroene dotten op het lichtgroene gazon, en de paden lijken net op met de pen getekende doedels.

De meer geometrische vormgeving van de nieuwe architectonische tuinstijl die rond 1900 zijn intrede doet, kan Springer dan ook niet bekoren. Als gemeentebesturen hem vragen om naast wandelpaden ook rechthoekige sportvoorzieningen in zijn parken op te nemen, verbergt Springer deze in subtiel geplaatste bossages of werkt hij ze weg in de hoeken van het park. Toch zie je op de ontwerpen meer geometrische vormen. Het ontwerp dat hij maakte voor de tuin van het Paleis Noordeinde bijvoorbeeld ziet er al veel meer ontworpen uit dan zijn eerdere ontwerpen. Zijn latere werk wordt dan ook wel omschreven als 'gemengde stijl'. Springer is vooral bekend geworden door zijn parkontwerpen. Hij ontwierp het Oosterpark in Amsterdam, het Rijsterborgherpark in Deventer, het Wilhelminapark in Tilburg en het Groningse Stadspark.

Naast tuinarchitect was Springer dendroloog, historicus en onderwijzer. Hij legde de basis voor de geschiedenis van de Nederlandse tuinarchitectuur, en onderwees drie jaar Tuinkunst in Wageningen, maar hij ontwierp ook educatieve tuinen en parken. In Haarlem ontwierp hij een instructietuin voor kinderen, en hij heeft arboreta op zijn naam staan, waaronder Poort-Bulten in De Lutte en De Dreijen in Wageningen. Op de tentoonstellingen zijn naast de grote, kleurige ontwerpen ook foto's te zien en delen van de dendrologische verzameling van Springer. | M.W.

Componeren in groen - De tuinen van Leonard Springer, t/m 19 januari 2003 in het Teylers Museum, www.teylersmuseum.nl. In het Jan Kopshuis heeft conservator Liesbeth Missel van de speciale collectie ook een kleine expositie gemaakt.

Fotobijschrift:

Kinderen lopen door de Centrale Schooltuin bij de ru?ne van Huis ter Kleef in Haarlem, een instructietuin die Leonard Springer in 1910 ontwierp | Foto Spaarnestad Fotoarchief, Haarlem.

Re:ageer