Organisatie - 29 november 2007

Trots en droefenis

Bijna wekelijks verschijnen er universitaire ranglijsten. Lijsten die bij bestuurders, docenten en universitaire managers voor trots en droefenis zorgen. Er is trots als de universiteit 264e staat op de wereldlijst van de Chinezen, want het betekent dat de universiteit op de 87e plaats staat van de beste Europese universiteiten. Dat is niet niks, want Bologna en Lund staan niet in je schaduw, laat staan Hasselt en Heidelberg. De folders en waaiers worden herdrukt en aan het eind van het jaar krijgen de medewerkers een brief met een cadeaubon van tien euro waarin ze voor hun eminente prestaties worden bedankt.
Droefenis heerst er als de universiteit niet meer op een lijst voorkomt. Maar er is altijd een excuus. De meting was gebaseerd op verouderde cijfers. De lijstenmakers hebben er geen rekening mee gehouden dat de universiteit onlangs de Spinozaprijs, de Nederlandse Nobelprijs, heeft gewonnen. En er is geen rekening met de omvang van de derde geldstroom gehouden.
Binnen de universiteit speelt de ranglijst ook een steeds grotere rol. De verkiezing door studenten van de beste docent brengt veel vreugde, maar ook geknars der tanden bij verliezers. Maar hier gelden eveneens uitvluchten en excuses. De criteria zijn onduidelijk. Moeilijke vakken kunnen nooit een winnaar opleveren.
Daarom moeten er meer ranglijsten zijn, want onze trots moet groeien. Het is hoog tijd voor ranglijsten met bijvoorbeeld de beleefdste, geestigste, mooiste, meest schoongewassen, jongste en bestgeklede docent. Dat is goed voor ons zelfvertrouwen en de voorlichtingswaaier, en het lokt nieuwsgierige studenten naar Wageningen.

Re:ageer