Wetenschap - 9 februari 1995

Tropische dierenarts Zwart met emeritaat

Tropische dierenarts Zwart met emeritaat

Onlangs ging prof. dr D. Zwart, hoogleraar Tropische veehouderij aan de Landbouwuniversiteit, met emeritaat. Tijdens zijn afscheidsreceptie werd de verbaasde dierenarts benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en kreeg de bijbehorende versierselen opgespeld. Niet alleen wegens zijn grote wetenschappelijke verdiensten hier, maar ook in de tropen. Het relaas van een pensionaris die niet alleen geinteresseerd was in kamelenurine, maar ook in nauwere samenwerking tussen vakgroepen.


Tijdens mijn studie ben ik puur als dierenarts opgeleid en volgepropt met feiten. Toen ik in 1955 in Nieuw-Guinea ging werken, was ik de enige dierenarts in een team van landbouwkundigen. Ik ervoer meteen de spanning van het disciplinaire. Zo moest ik plotseling oordelen over bedrijfskredieten, terwijl ik nooit economie had gehad. Ik moest dus samenwerken met anderen." Prof. dr D. Zwart vertelt hoe hij, om de dienstplicht te ontlopen, via het ministerie voor Overzeese gebiedsdelen in de voormalige kolonie belandde en alras ontdekte dat de kennis van het eigen vakgebied niet volstond. Zwart is gezeten in een kamer die alle sporen draagt van een gehaaste ontruiming. Niet vanwege zijn pensionering, maar wegens een mogelijke dijkdoorbraak, legt hij uit naar boven wijzend, waar tussen plafond en TL-armaturen talrijke boeken zijn gepropt; verwachte waterhoogte twee meter.

De stapeltjes bevatten tevens geschriften van Zwarts' opvolger prof. dr ir H. Van Keulen, wiens leeropdracht niet langer de Tropische veehouderij is, maar Dierlijke produktie systemen. Deze nieuwe tak, vertelt Zwart, gaat uit van de systeemanalyse. Je maakt dan bijvoorbeeld eerst een theoretisch model van een bedrijf en signaleert de belangrijkste knelpunten. Dit voorkomt, aldus Zwart, dat je als veevoederdeskundige automatisch inzoomt op verbetering van de voederopname en belangrijker problemen mist. Frappant is nu, stelt de pensionaris, dat proefschriften uit de koloniale tijd, zoals over de rundveeteelt op Bali, al op deze benadering stoelden. Maar daarna kregen meer gespecialiseerde studies de overhand.

Een van die vervolgstudies schreef Zwart zelf in zijn tweede tropische onderkomen, de Landbouwuniversiteit van Ghana. Hier werd zijn hulp ingeroepen op de universiteitsboerderij bij de bestrijding van levercirrose bij varkens. In het daarop volgende promotie-onderzoek toonde hij aan dat bepaalde schimmels in het voer, giftige stoffen afscheidden die de gevreesde ziekte veroorzaakten. Ook al is zo'n zoektocht naar verbanden tussen voeding en ziekten tegenwoordig gemeengoed, indertijd, vertelt Zwart, was het grensverleggend. Helaas, constateert hij spijtig, waren de aanbevelingen in financiele zin eveneens grensverleggend. Zo was de gesuggereerde toevoeging van melkpoeder duur en nauwelijks uitvoerbaar.

Onderwijsplezier

Het onderzoek was overigens wel tekenend voor de ontwikkeling van het denken binnen de academische wereld, meent hij. Kort na de Eerste Wereldoorlog deden Pasteur en Koch grote medische ontdekkingen, waardoor in een keer korte metten werd gemaakt met gevreesde ziektes als runderpest. Maar toen deze reuzenstappen eenmaal waren gezet, kreeg de zoektocht naar hogere produkties een zeer divers karakter. Zwart keek naar de samenhang tussen voeding en ziektes, anderen onderzochten stalsystemen, ziektes, ruwvoeders en genetische eigenschappen. De specialismes ontwikkelden zich in rap tempo en algemenere studies verdwenen van het toneel.

In Ghana zette Zwart ondertussen zijn eerste schreden als docent. Ook al was het vakgebied vertrouwd - anatonomie en fysiologie van het maag-darm kanaal en de reproduktie - zijn improvisatievermogen werd zwaar beproefd. Zwart: Ik had geen dictaten en ontbeerde didactische scholing, maar had wel een fantastische baas die me alle ruimte gaf. Bovendien vond ik het tot mijn stomme verwondering erg leuk om les te geven aan Afrikanen." Dat internationale onderwijsplezier is nimmer verdwenen, vertelt hij. Zo mocht hij op Zodiac graag gemengde werkgroepen van Nederlandse en buitenlandse M.Sc.-studenten begeleiden, daarbij eveneens terend op zijn ervaringen uit zijn tweede Afrikaanse bestemming: Nigeria.

In dit land gaf hij les aan veterinary-assistants. Deze veldwerkers teerden op hun uitgebreide praktijkkennis en Zwart moest hun theoretisch niveau opkrikken. De emeritus hoogleraar spreekt van stimulerende confrontaties, die grappige weetjes opleverden. Zo vertelden ze dat je aan de urine van kamelen kunt ruiken of ze zijn besmet met slaapziekte. Pas jaren later las ik in een artikel om welke stoffen het handelde."

Zure druiven

Door zijn vele veldervaringen werd zijn inzicht in veehouderij-systemen flink aangescherpt. Toch dook hij in 1966 - vlak voordat in Nigeria de Biafra-oorlog uitbrak - in Utrecht de specialistische diepte in als hoogleraar Tropische en protozoaire ziekten. Maar, vertelt hij, via tropencursussen, consultancies en gastcolleges in Wageningen, bleef de ruimere interesse gevoed en daardoor was de overstap in 1986 naar de sectie Tropische veehouderij vrij eenvoudig.

Deze sectie onderzocht bijvoorbeeld in India de mogelijkheden om rijstestro te gebruiken als ruwvoer, hetgeen noopte tot inzicht in de samenhang tussen veehouderij en akkerbouw. Ook andere projecten in Sri Lanka, Zambia, Vietnam en Indonesie kenden dergelijke verbrede onderzoeksvragen.

Maar wat aanvankelijk oogde als een wetenschappelijk paradijs, leek na een half jaar een kat in de zak. Tellingen van de vaste commissie wetenschap leerden dat de sectie nauwelijks publiceerde en plotseling stond de financiering op losse schroeven. Voor de beginnend hoogleraar waren de druiven zuur, hij kreeg nog even het voordeel van de twijfel, maar maatregelen waren onontkoombaar. Nu kon hij onmogelijk de zoekgeraakte onderzoeksresultaten van zijn voorganger te voorschijn toveren, maar wel het beleid ten aanzien van Vietnam ombuigen. Zwart zette vraagtekens bij de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek en bepleitte een inkrimping van de research-activiteiten van zijn sectie in dat Aziatische land. De ironie wilde dat dit goed spoorde met het beleid van toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Eegje Schoo. Zij zette forse financiele strepen in de wetenschappelijke samenwerking met het communistische Vietnam en ook Zwarts' sectie moest inleveren. De medewerk
ers hadden zo'n miljoen gulden aan materiaal verstouwd. Een tijd en energievretende operatie zonder noemenswaardige wetenschappelijke output. Zwart: Heel mooi die bewogenheid, maar als de vcw de publikaties telt, val je wel door de mand."

Promotieperikelen

Een andere bewogen keuze kon hij niet ombuigen: de samenwerking met de Indonesische universiteit van Malang. Doordat niet was gekozen voor een goeddraaiende universiteit als Bogor, werd aanvankelijk veel tijd besteed aan curriculumontwikkeling. De publikaties kwamen pas later, daar plukken we nu de vruchten van." Wel lukte het om stagiaires met meer gerichte opdrachten weg te sturen, waarna de begeleiders de praktijkgegevens verwerkten in artikelen.

Promoties vormden een structureler probleem. Zo telde zijn sectie geen enkele Wotro-onderzoeker (tweede geldstroom) en slechts een aio. Het merendeel van de onderzoekers werkte in door het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking (DGIS) gefinancierde projecten. En DGIS is niet primair geinteresseerd in promoties." Dit bleek bij het geitenproject in Nigeria. Onder druk van DGIS ging de sectie in de tweede fase van het project samenwerken met Ontwikkelingseconomie, om de rentabiliteit van deze produktietak te achterhalen. Deze bleek uiterst laag, maar, constateerden de onderzoekers, de spaar- en verzekeringsfunctie was groot: de beesten vormden het appeltje voor de dorst in schrale tijden. Deze conclusie volstond voor DGIS, waarna het project in 1993 werd afgesloten. Maar voor publiceren is meer tijd nodig, vertelt Zwart. Dus wordt het bij DGIS verdiende studieverlof gewijd aan het schrijven van artikelen en wordt deze laatste fase ook deels betaald met wachtgelden. Het
is niet de bedoeling maar ik maakte er gebruik van."

Deze constructies zijn eigen aan het tropenonderzoek", meent de pensionaris. Resultaten komen soms pas na tien jaar los. Ik oogst nu wat mijn voorgangers hebben gezaaid." En uiteindelijk bleek de oogst groot genoeg om het voortbestaan van de sectie te verzekeren. Maar voortborduren op de werkwijze - afstuderen, werken en promoveren - wordt steeds lastiger. De banen voor pas-afgestudeerde ingenieurs liggen niet voor het oprapen. Ze ondervinden toenemende concurrentie uit ontwikkelingslanden en ontwikkelingsorganisaties als DGIS vragen vooral mensen met ervaring. Juist daarom, benadrukt Zwart, is het goed dat we de koers verleggen naar de systeemanalyse en niet langer pure tropeningenieurs opleiden.

Confrontatie

Is de ommezwaai dan een overlevingsstrategie en niet zozeer ingegeven door inhoudelijke motieven? Beslist niet, haast Zwart zich te zeggen, de nieuwe inhoudelijke koers staat voorop. Het is noodzakelijk om de landbouwontwikkeling vanuit meerdere disciplines tegelijk te beschouwen. Alleen daarmee kun je de in de ontwikkelingslanden benodigde produktiviteitsstijging verkrijgen, want technische reuzenstappen a la Pasteur liggen niet langer in het verschiet en eenzijdige specialistische teelttechnische maatregelen - zoals ten tijde van de Groene Revolutie - volstaan evenmin. Je zult je rekenschap moeten geven van de gehele bedrijfsstructuur en het ingewikkelde economische en sociale samenspel tussen actoren. Zoals in Azie, waar zo'n negentig procent van alle dieren gehuisvest is bij een bonte verzameling van bedrijfjes met een omvang van minder dan twee hectare.

En daarmee is het cirkeltje rond en worden de koloniale proefschriften over de rundveeteelt op Bali weer in ere hersteld en opgevolgd door nieuwe systeem-analytische geschriften. Zwart: Anders weten afgestudeerden alles van de anatomie van het paard en niks van de boerderij, dus gaan we op zoek naar de knelpunten op bedrijfs- en regionaal niveau." Maar, benadrukt Zwart, specialisten zijn allerminst uit den boze. Het gaat er alleen om dat ze elkaar - al dan niet gedwongen door de financier - interesseren voor hun vakgebied en de krachten bundelen. Daarom, meent Zwart, moet je goed kunnen luisteren en de confrontatie niet schuwen.

Zelf teert hij daarbij op zijn samenwerking met buitenlandse collega's en zijn internationale onderwijservaringen. Zo verhaalt hij over de decaan van Malang uit Indonesie, die in Nederland zijn onderzoeksgegevens uitwerkte over de melkveehouderij op Java. Een van de conclusies luidde dat kleine boeren slechts 22 procent ontvingen van de werkelijke prijs, een kritische boodschap die het Indonesische regime beslist niet in dank zou afnemen. Daarop werd Zwart gevraagd, of hij zijn naam wilde zetten onder de publikatie, om de kans op een aanvaring met de autoriteiten te verkleinen. Dat was een moeilijk moment", herinnert de pensionaris zich. Maar ik weigerde, want ik had er niet aan meegewerkt en ik verwees naar de wetenschappelijke vrijheid waar hij zich ook op kon beroepen. Ik maakte zelfs grapjes dat ik hem wel zou komen opzoeken als hij werd vastgezet. Maar zoiets doe je alleen als je een echte goede relatie hebt." De decaan keerde toch veilig naar zijn land terug e
n werd kort daarna tot hoogleraar benoemd.

Re:ageer