Wetenschap - 1 januari 1970

Trommelmug

Trommelmug

Trommelmug


Insecten zijn in. Je hoeft maar een lezingencyclus te organiseren en je zit
gelijk in Twee Vandaag. Leuk hoor, die kleine friemelaars. Interessant ook.
Ze hebben een betere PR dan onze eigen landbouwhuisdieren. Maar ja, het is
ook al weer erg lang geleden dat we huis en haard deelden met koeien,
varkens en kippen. Je kunt zeggen dat, met het groeien van de afstand
tussen onzer beider bedden, we onze voormalige vrienden steeds
afstandelijker zijn gaan behandelen. En zo kwamen koeien in
visgraatmelkstallen terecht, varkens in donkere hokken met anti-
staartbijtvoorzieningen (mochten ze nog tanden en staarten hebben), en
moeten kippen zich behelpen in hokkerige kooien à 60 - oh nee - 75
vierkante cm. Ga er maar aanstaan. En dan hebben we het dan nog niet over
hun rantsoen waarin granen en knollen verdrongen zijn door citruspulp,
beendermeel, visafval en andere industriële restproducten inclusief soms
wat motorolie (maar wie zal zeggen hoe weinig dat is). Wel afgewerkt
natuurlijk, want het mag niets kosten.

Nee, dan onze dierlijke vrienden die wél huis en haard met ons delen. Hond
en kat vinden dagelijks een uitgebalanceerd menu in de bak, worden
verschoond, uitgelaten, gewassen, vertroeteld, geliefkoosd, preventief
ingeënt (wie het ooit zou wágen om een verbod op preventief enten tegen
kattenniesziekte of honden-TBC zou het niet lang houden in dit land..),
noem maar op. En ik kan maar niet uitmaken of onze trouwe viervoeters nou
beter behandeld worden omdat ze bij ons in huis slapen, of dat het andersom
is. Wellicht dat de plaats die wordt ingenomen in onze sociale hiërarchie
linea recta wordt bepaald door het aantal uren dat een dier in dichte
nabijheid van de mens doorbrengt. Geen wonder dat varken, kip en koe met de
voortschrijdende techniek naast onze zorg ook onze sympathie hebben
verloren. Terwijl de enorme toename van vrije tijd – in combinatie met het
afkalven van de sociale en familiebanden – de ideale voedingsbodem is
gebleken voor een steeds intiemere band met hond en kat. En terwijl het
paard zich, dankzij zijn dienstbaarheid voor sport en ontspanning, een
tussenpositie heeft verworven. Opvallend genoeg zijn het dus juist de
lievelingsdieren van de voormalige landadel die bij de burgerij in het
gevlij zijn gekomen. Een typisch staaltje van kopieergedrag.

Des te opvallender is de opmars van het insectenleger. Eeuwenlang op leven
en dood bestreden zijn ze nooit uit huis verdwenen. Verklaart dát hun
spectaculaire stijging op de maatschappelijke ladder? Of is dit een gevolg
van het feit dat we ze niet uit onze huizen – en daarmee uit onze harten –
hebben kunnen verdrijven? Hoe het ook zij, de opmars van het insect is een
feit. En dus heeft Wageningen er een fenomeen bij. Was het eerder het
college eten van levende insecten, nu gaat het over veel meer. Bijna alles
wat ze kunnen heeft onze interesse. En dus zijn er colleges over de
muzikale kwaliteiten van de trommelmug, het liefdesleven van het
lieveheersbeestje, de paringsdans van de paardenkever en het migratiegedrag
van de wandelende tak. En waarom ook niet? Wageningen vaart er wel bij. Ook
handig trouwens dat insecten eetbaar zijn. Want, zoals veel van onze oude
geliefde (ex-)huisdieren kunnen beamen: de liefde van de mens gaat door de
maag.

Egbert Lev

Re:ageer