Wetenschap - 1 januari 1970

Tripsen verspreiden plantenvirus via speeksel

Tripsen blijken schadelijke virussen te verspreiden doordat zij hun speeksel in planten spuiten. Dit ontdekte de promovendus drs Frodo Kindt door het voedingsgedrag van de tripsen in detail te bestuderen en de piepkleine beestjes letterlijk aan een lijntje te houden.

Om het voedingsgedrag van insecten elektronisch te kunnen registeren, maken onderzoekers al langer gebruik van aangelijnde insecten. De insecten worden daartoe voorzien van een dun draadje op de rug, dat als een elektrode functioneert. De andere elektrode is gekoppeld aan de plant waarop het insect gaat eten. Het elektrische circuit wordt dan gesloten en uit de veranderingen in de spanningspatronen kunnen dan verschillende stadia van de voedselopname worden onderscheiden. Dit systeem is onder meer gebruikt om het voedingsgedrag van bladluizen op verschillende slarassen in kaart te brengen. Kindt: ,,Tripsen zijn lastiger aan te lijnen als bladluizen, omdat ze nog een stuk kleiner zijn. Het draadje wordt met een druppeltje lijm op de diertjes bevestigd en daarvoor moet je ze eerst verdoven’’.
Kindt combineerde de beschreven techniek met video-opnames om te bestuderen hoe tripsen het zeer schadelijke tomatenbronsvlekkenvirus verspreiden. Dit virus wordt uitsluitend door tripsen overgedragen en vormt een probleem in de teelt van een groot aantal gewassen. Kindt keek naar verschillen in voedingsgedrag op tripsresistente en tripsgevoelige paprikaplanten. ,,Het idee hierachter is dat de tripsen de resistente paprikaplanten wel vies zullen vinden en dus na een eerste prik meteen stoppen of juist heel vaak gaan prikken voordat ze zich gaan voeden. Maar dat was niet wat we vonden. Het voedingsgedrag op resistente planten was nagenoeg hetzelfde als op de tripsgevoelige planten.’’ Via een omweg kon hij wel aantonen dat de virusinfectie door de tripsen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt veroorzaakt op het moment dat de trips zijn speeksel in de plant brengt.
Het gebruik van tripsresistentie planten blijkt dus niet direct te zorgen voor een verminderde virusoverdracht. Collega-promovendus ir Paul Maris ontdekte dat resistentie wel een indirect effect heeft. Op resistente planten komen namelijk minder tripsen voor, waardoor er minder virus wordt overgedragen. Planten die geïnfecteerd zijn met het virus blijken geurstoffen te produceren die tripsen aantrekken. Hierdoor leggen de tripsen steeds meer eitjes op deze planten. Zowel virus als trips zijn hierbij gebaat: het virus kan zich zo snel onder de larven verspreiden en de tripsen blijken zich op geïnfecteerde planten sneller tot volwassenen te kunnen ontwikkelen. | G.v.M.

Frodo Kindt promoveert op vrijdag 16 april bij prof. Marcel Dicke, hoogleraar Entomologie, en prof. Rob Goldbach, hoogleraar Virologie.
Paul Maris promoveerde vrijdag 2 april bij prof. Rob Goldbach, hoogleraar Virologie. Beide onderzoeken werden financieel ondersteund door technologiestichting STW.

Re:ageer