Student - 26 maart 2015

Trein

Het was een brakke vrijdag zoals zo vaak. Ondanks haar koppijn en
moeheid had Bianca een blij gevoel. Ze zat in de trein richting thuisthuis. Het was een tijd geleden dat ze daar was geweest, maar nu moest ze wel. Het was immers de verjaardag van haar moeder.

Wat voorafging: Bianca hoeft over mannelijke belangstelling niet te klagen. Toch is het lang geleden dat ze echt verliefd is geweest.

Mortierstraat wall.jpg

‘Wat een treurig weer’,dacht Bianca. Straks moest ze nog het laatste stukje naar huis fietsen. Dat hoort erbij wanneer je in een buitengebied woont. Terwijl ze terugdacht aan gisteravond verscheen een glimlach op Bianca’s gezicht. Het was eindelijk weer eens een echt leuk open feest. Het had haar verbaasd hoeveel mensen ze tegen was gekomen. Eén jongen zat nog in haar hoofd, ze had hem bij het feest kort gesproken toen ze muntjes ging kopen. Hij had fonkelende ogen en bruin glanzend haar. Naar zulke ogen kon ze uren blijven kijken.

Bianca’s trein kwam aan op Utrecht Centraal, twintig minuten voordat ze de aansluiting moest halen. Allemaal verschillende mensen liepen er rond, de één rennend en de ander met een blindenstok. Ze zag een horde mensen bij elkaar staan en hoorde pianomuziek. Sinds kort stond er een piano middenin de stationshal, waar regelmatig op gespeeld werd. Alleen de muzikaliteit van de reizigers viel vaak tegen. Nu klonk het goed, een jongen met krullen speelde en een getint meisje zong. Bianca wurmde zich tussen de menigte om beter te kijken. Ze hoorde: ‘Cause all of me, loves all of you’. Ze dacht weer aan de jongen van gisteren. Ze had zijn naam niet verstaan, hopelijk vond hij haar op Facebook.

Plotseling schrok Bianca wakker uit haar dagdroom. Er werd geklapt voor het muzikale duo. Het getinte meisje verdween in de menigte reizigers. Bianca keek op de klok. ‘Tien voor half-zes?’ dacht ze geschrokken. Zo snel als ze kon, pakte ze haar tassen op en sprintte weg. Ze had nog maar 1 minuut om de trein te halen. Op de roltrap duwde ze een paar jongens opzij en sprong de trein in voordat de deuren achter haar sloten. Buiten adem maar opgelucht bleef ze even staan en zag door het raam dat de trein het perron verliet. Er werd op haar schouder getikt. Een jongensstem zei: ‘Jij bent toch Bianca, jij stond gisteren toch bij de munten?’ Bianca voelde zich warm worden, en een tikkeltje gespannen draaide ze zich om.

Tekst: Simone Rijlaarsdam Illustratie: Kim Peterse


Re:ageer