Wetenschap - 8 maart 2001

Transgene planten ingewikkelder dan gedacht

Transgene planten ingewikkelder dan gedacht

Er is geen peil te trekken op de productie van eiwitten door genetisch veranderde planten. De productie verschilt van uur tot uur en van blad tot blad. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van Wessel van Leeuwen.

Van Leeuwen bouwde het lichtgevende eiwit luciferase uit de vuurvlieg in bij petuniaplanten. De lichtproductie van de bladeren verschilde veel meer dan gedacht. Soms wel een factor driehonderd. De hoeveelheid licht is een indicatie van de hoeveelheid transgeen eiwit die een cel produceert. Na vier jaar onderzoek kan Van Leeuwen de grote verschillen niet verklaren. Aan de proefopzet kan het volgens hem niet liggen, hij heeft alle denkbare factoren onderzocht.

De onderzoekers hebben het gen voor het lichtproducerende eiwit achter drie veelgebruikte promotoren geplaatst. Een promotor is de aan- en uitschakelaar van een gen, in dit geval een lichtknopje. Hij regelt hoe vaak en wanneer een gen wordt aangeschakeld en dus eiwitten gaat aanmaken. De gebruikte promotoren komen uit plantenvirussen. Onderzoekers dachten tot nu toe dat die het licht altijd aanlieten. Dat blijkt dus niet waar te zijn. Van Leeuwen: "Onderzoekers die met transgene planten werken, doen er dus goed aan om meerdere monsters te analyseren als ze de activiteit van het ingebouwde eiwit willen bepalen. De toevallige variatie is echt enorm groot." | K.V.

Van Leeuwen promoveert 21 maart bij prof. dr. Linus van der Plas, hoogleraar Plantenfysiologie.

Lichtgevende transgene petuniabladen. Hoe meer licht, hoe meer lichtgevend eiwit het blad aanmaakt. De hoeveelheid varieert per blad (horizontaal) en per dag (verticaal). De opnamen zijn gemaakt met een speciale camera; normaal is het licht niet zichtbaar.

Foto: Tom Ruttink

Re:ageer