Wetenschap - 10 maart 2010

Trans- en cisgene aardappel komt dichterbij

De Europese Commissie geeft de lidstaten toestemming om de genetisch gemodificeerde aardappel Amflora van chemieconcern BASF te verbouwen. Dat is een grote stap vooruit, vindt Anton Haverkort van Plant Research International.

1-Grote-aardappel.jpg
De aardappel Amflora is niet geschikt voor menselijke consumptie, maar bedoeld voor de productie van zetmeel als grondstof van papier en veevoer. Daartoe maakt de aardappel extra veel van het zetmeel amylopectine.
Haverkort denkt dat ook de gentechaardappel Modena van Avebé binnenkort wordt toegelaten. Ook die produceert amylopectine. ‘BASF heeft het extra gen ingebracht met een antibiotica-merker. Avebé heeft een modernere, merkervrije techniek gebruikt. Ik verwacht nog minder beperkingen voor de aardappel van Avebé.’ Akkerbouwers mogen de Amflora aardappelen alleen verbouwen als ze goed worden afgescheiden van gewone aardappels.

Fytoftora
Zweden, Duitsland, Nederland en Tsjechië zouden interesse hebben de transgene aardappel te verbouwen. ‘Dit is de eerste toekenning van een transgeen gewas dat speciaal voor de Europese markt is ontwikkeld’, zegt Haverkort.
Hij ziet meer hoopvolle ontwikkelingen. Deze zomer gaat de Europese Commissie bepalen welke genetische technieken nog onder het regime van genetische modificatie komen te vallen. Haverkort is benieuwd of het door Wageningse plantenwetenschappers bepleitte cisgenese – modificeren met soorteigen genen – wordt bestempeld als genetische modificatie.
Zijn onderzoeksgroep is betrokken bij de ontwikkeling van een cisgene aardappel met resistentie tegen de ziekte fytoftora. In het onderzoeksprogramma Durph werkt PRI aan ziekteresistentie met drie á vier genen tegelijk. Het instituut sloot onlangs een overeenkomst met het internationale aardappelinstituut CIP in Peru en Cornell University in de VS om een cisgene aardappel in Afrika te maken. ‘De introductie van trans- en cisgene aardappels is een traag proces, maar er zit beweging in.’ 

Re:ageer