Wetenschap - 1 januari 1970

Toxicologen hebben er zorgenkindje bij

We hadden al PCB’s, dioxines en vlamvertragers om ons zorgen over te maken. Nu hebben we ook perfluorverbindingen. Onderzoekers van Wageningen UR doen mee aan Europese onderzoeksprojecten naar deze nieuwe categorie potentieel gevaarlijke stoffen in het milieu.

Een Amerikaans onderzoekslaboratorium ontdekte in de late jaren negentig dat de westerse wereld er misschien een milieuprobleem bij heeft. In het bloed van productiemedewerkers van de chemiereus 3M bevonden zich sporen van de verbinding perfluoro-octaansulfonaat, een stof die de kledingindustrie gebruikt voor water- en vuilafstotende producten als Gore-Tex en Teflon.
Dat de stof in de medewerkers aanwezig was lag voor de hand. De installaties van 3M produceerden de stof. Maar toen het lab ook bloedmonsters analyseerde van mensen die niets met 3M te maken hadden, bleek dat de verbinding in het bloed van alle Amerikanen aanwezig was. Bij sommige kinderen waren de concentraties zelfs hoger dan bij de gemiddelde productiemedewerkers van 3M. Ingevlogen monsters uit Nederland gaven hetzelfde beeld. Er was sprake van een synthetische verbinding die wereldwijd al ongemerkt in de lichamen van mensen was geslopen.
Toxicologen duiden het nieuwe zorgenkindje aan met perfluorinated compounds of PFC’s. ‘Ze hopen zich boven in de voedselketen op, net als PCB’s’, vertelt prof. Jacob de Boer van de leerstoelgroep Toxicologie en hoofd Milieuonderzoek van het onderzoeksinstituut Rivo. ‘Deze stoffen hechten zich aan in sedimenten en celwanden van organismen.’
PFC’s zitten behalve in sommige kunststoffen ook in beschermende sprays voor leren jacks, schoenen of bankstellen. Bezoekers van cafetaria komen ermee in aanraking via de witte fritesbakjes, waarop een flinterdun laagje zit dat voorkomt dat het vet weglekt. Ook in sommige pizzadozen is de stof verwerkt.
PFC’s zijn geen stoffen die zich bijzonder aangetrokken voelen tot vetten, zoals PCB’s. In dieren vinden onderzoekers ze vooral in de nieren en de lever. Dat onderzoekers ze ineens overal aantreffen wil niet zeggen dat de PFC’s nu pas in het milieu aanwezig zijn, benadrukt De Boer. ‘Perfluorverbindingen hechten aan glas. Je vindt ze dus alleen in bloed als je kunststof reageerbuizen gebruikt. Zolang we dat niet wisten waren we ons er niet van bewust dat het probleem speelde.’
Hoe gevaarlijk PFC’s zijn is nog niet bekend. ‘Geef je ze in grote hoeveelheden aan ratten, dan zie je niet zoveel’, zegt De Boer. ‘Hun ogen gaan tranen, dat is alles.’ De Boer is verbonden aan de European Food Safety Authority en probeert daar nu met zijn collega’s meer te weten te komen over de toxische effecten van perfluorverbindingen.
Drs Stefan van Leeuwen is net als De Boer verbonden aan het Rivo. Van Leeuwen onderzoekt binnen het Europees onderzoeksproject Perforce naar het voorkomen van PFC’s in het milieu. ‘We hebben hier in de vriezer monsters uit de Noordzee die teruggaan tot de jaren zeventig’, zegt hij. ‘Die gaan we analyseren om na te gaan of we een trend kunnen ontdekken. We gaan er niet automatisch van uit dat we zullen ontdekken dat de concentraties alsmaar stijgen. Er zou ook wel eens een kentering sprake kunnen zijn.’
Daarnaast gaat Van Leeuwen in de Westerschelde onderzoeken welke organismen de PFC’s in hun systeem hebben. ‘Dan krijgen we een beeld van de verspreiding van perfluorverbindingen in het milieu’, zegt hij. ‘De volgende stap is het onderzoeken hoe schadelijk PFC’s zijn.’ Het vervolgproject, verwacht hij, zal een samenwerking zijn met de leerstoelgroep Toxicologie. / WK

Re:ageer