Wetenschap - 14 maart 2002

Topsport

Topsport

Femke Pos en Carolien van Hooijdonk zijn twee van de drie studenten die volleyballen in het eerste damesteam van SKV. De derde, Anneke Hiemstra, is juist op de training door haar knie gegaan en dus voortijdig naar de dokter gebracht. Het maakt het fanatisme tijdens de training er niet minder om. De vlot lopende combinaties en aanvallen die ze spelen, doen vermoeden dat het hier gaat om meer dan een doorsnee volleybalteam. En dat is ook zo. SKV draait in de top mee van de tweede divisie.

De drie studentes krijgen van de universiteit niet voor niets een 'topsportbeurs'. Femke Pos verzacht het een beetje: "Topsportbeurs klinkt zo hoog. We noemen het zo omdat er geen andere naam voor is. Wij krijgen acht weken studiefinanciering. Ik vergelijk het altijd een beetje met een bestuursbeurs. Waar sommige studenten een bestuursbeurs krijgen, krijgen wij die topsportbeurs."

Het was Hiemstra die er mee kwam. Pos: "Anneke was actief bij de WSO en wist dat er zoiets bestond. We moesten hele schema's invullen en uiteindelijk werd het gehonoreerd. Het is natuurlijk altijd leuk als je geld kunt krijgen."

De studentes zijn volgens eigen zeggen behoorlijk druk met het volleyballen. Wanneer ze het even uitrekenen, komen ze tot zo'n twintig uur per week. Drie keer per week trainen, een wedstrijd per week, trainingen geven, scheidsrechter zijn, toernooien spelen, ledenvergaderingen bijwonen, in commissies zitten. Ook de voorbereidingen voor de trainingen en wedstrijden vergen nogal wat tijd. Pos: "Meestal ben ik de hele zaterdag kwijt. Omdat we zo hoog spelen, moeten we vaak ver rijden. Aanstaande keer bijvoorbeeld helemaal naar Zaanstad. Dan ben je al minstens zes uur kwijt."

SKV doet het ook dit jaar goed. Na kampioen te zijn geworden in de derde divisie ? wat volgens de studentes toch een groot verschil in niveau is met de tweede divisie ? stond SKV tot en met december nog ongeslagen bovenaan. Inmiddels staan ze op een vierde stek en is volgens Van Hooijdonk het kampioenschap buiten bereik.

Pos: "Vorig jaar zijn we sportploeg van Wageningen geworden, hoewel we dat pas op het laatste moment hoorden. We kregen een erepenning uitgereikt van wethouder Blankestijn omdat we zo hoog spelen."

Femke Pos heeft tijdens haar eerste jaar aan de universiteit in Elst bij de plaatselijke vereniging eerste divisie gespeeld. Die ambitie heeft ze nu niet meer. "Ik wilde nog wel een beetje van mijn studentenleven kunnen genieten, en dat lukte niet meer. Ik moest om vier uur 's middags weg en dan was ik om elf uur 's avonds terug. En dan moest ik nog koken."

Voor Carolien van Hooijdonk is het de laatste training. Ze gaat op stage naar Amerika. Of ze daar ook gaat volleyballen, weet ze nog niet. Het is volgens haar moeilijk om je als buitenstaander binnen te dringen in de high-schoolteams. Als ze terugkomt naar Nederland, wil ze hogerop gaan spelen. Eerst een half jaar eerste divisie, om het jaar daarop parttime te gaan werken en tegelijkertijd eredivisie te gaan spelen. Van Hooijdonk: "Ik heb wat rondgevraagd bij mensen die kunnen weten of ik het eredivisieniveau aankan en zij zeggen van wel. Ik weet dat ik het kan halen." Overigens heeft ze zich nog niet zo verdiept in de mogelijkheden die dat oplevert. Pos weet er meer van: "Je hoeft geen contributie meer te betalen, je reiskosten worden vergoed, soms word je betaald en bij sommige clubs krijg je wanneer je vaste basisspeelster bent, zelfs een auto."

Overigens werken volleybalclubs niet met transfers. Van Hooijdonk: "Het is niet zo dat je wordt weggekocht door de ene club bij de andere. Je meldt je gewoon aan bij de club waar je wilt spelen en na een paar trainingen zeggen zij dan of ze je nodig hebben of niet."

De echte top is overigens niet voor Van Hooijdonk weggelegd. Pos: "Je moet de perfecte volleybalmaten hebben, lang en dun. Van jongs af aan word je dan gevraagd door allerlei clubs en selecties, zelfs al kun je nog helemaal niet volleyballen. Dat leren ze je wel."

Trainer Daan Krijnen bevestigt dat de beide studentes te klein zijn voor de top: "Als je niet boven de 1.85 meter uitkomt, dan maak je weinig kans."

Arin van Zee, foto Guy Ackermans

Re:ageer