Organisatie - 11 februari 2016

Topsalaris voor toptalent?

tekst:
Roelof Kleis,Rob Ramaker

Wetenschappelijke toppers moeten meer kunnen verdienen dan een minister, anders verdwijnt talent straks naar het buitenland. Dat vreest de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). In de wet normering topinkomens moet de wetenschap daarom een uitzonderingspositie krijgen. Is die vrees terecht?

Beeld: Henk van Ruitenbeek

Martin Scholten, algemeen directeur van de Animal Sciences Group

22-Foto Martin 2015 - pasfoto.jpg

‘Binnen Wageningen University ervaar ik niet dat salaris een factor is waar topwetenschappers mee bezig zijn. Zij kijken naar de condities om topwetenschap te bedrijven. Het type laboratoriumapparatuur, de aantallen en kwaliteit van PhD-studenten en postdocs. Tegen mij beginnen wetenschappers nooit over salaris als reden waarom ze naar een andere baan uitkijken. Misschien dat dit in de medische en economische wetenschap wel speelt.

‘Overigens hebben we als universiteit maar weinig te bieden. Het geld voor fundamenteel onderzoek is enorm opgedroogd. En veel van de beschikbare middelen zijn ook nog geoormerkt op onderwerp en bijvoorbeeld maatschappelijke relevantie. Zo blijft er geen geld over om toppers binnen te halen. Als ik de Tweede Kamer mocht adviseren, zou ik zeggen dat het geldtekort de achilleshiel is. Voor welk probleem hogere topsalarissen de oplossing zijn, zie ik in ons vakgebied niet.’ 

Marleen Kamperman, leerstoelgroep Physical chemistry and soft matter

22-Marleen Kamperman.jpeg

‘Ik geloof niet dat deze vraag speelt binnen mijn groep. Wetenschappers zijn niet zo door geld gedreven. Misschien speelt salaris een rol bij mensen van het kaliber Spinoza-laureaat. Ik kan me voorstellen dat je die een pakket aanbiedt om ze voor Nederland te behouden. Niet zozeer qua salaris, maar in de werkomstandigheden. Ik ben lid van de Jonge Akademie. Daar ken ik Maaike Kroon van de TU/e van, die naar Abu Dhabi is gegaan. Maar ook bij haar gaf volgens mij niet het hogere salaris de doorslag, maar de uitdaging om een graduate program te vormen. De salarissen in de wetenschap in vergelijking met het bedrijfsleven zijn scheef. Maar dat weet je als je bij een universiteit gaat werken.’

Jan-Willem Kortlever, blogger bij Resource

22-Jan-Willem geel groot 09-2015.jpg

‘Nederland is een kennisland. Wetenschapstoppers hebben we heel hard nodig. Daar kan een salaris bij horen dat hoger is dan dat van een minister. Als je iemand alleen op die manier binnenboord kunt houden, moet dat kunnen. De vraag is: wie is dat waard? Moeten we dan bijvoorbeeld een percentage instellen per universiteit? Hoe ga je dat regelen en hoever moet je gaan? De race met buitenlandse kennisinstellingen lijkt me lastig te winnen. Persoonlijk denk ik dat als je een echte wetenschapper bent, je meer waarde hecht aan een goed wetenschappelijk klimaat om in te werken dan een hoog salaris. Voor 20 procent meer salaris zou ik niet verkassen. Maar wat als je elders twee keer zoveel kunt verdienen?'

Chantal Vogels, secretaris van de Wageningen PhD-council

22-ChantalVogels.jpg

‘Het is maar de vraag of een hoger inkomen nou de voornaamste drijfveer is voor onderzoekers. Voor hoge inkomens ga je niet de wetenschap in, maar het bedrijfsleven. Zeker jonge wetenschappers vinden de omstandigheden in de Nederlandse wetenschap belangrijker. Denk bijvoorbeeld aan de doorgroeimogelijkheden en het aandeel succesvolle subsidieaanvragen. Dat lijkt me veel belangrijker dan het salaris van één persoon voor de Nederlandse concurrentiepositie. Eigenlijk moet worden onderzocht waarom wetenschappers Nederland verlaten – gewoon vragen naar het waarom. Als salaris hierbij toch een belangrijke drijfveer is, verandert dat de zaak.'

Marian Stuiver, voorzitter van de WUR-council

22-marian_stuiver.jpg

‘Wie gaat dan bepalen wat een wetenschappelijke topper is? Het is maar de vraag of je kwaliteit eerlijk kunt meten met bijvoorbeeld alleen het aantal citaties. Kijk je dan alleen naar onderzoekskwaliteit of ook naar onderwijs? Op deze manier wordt kwaliteit bovendien per individu bepaald. We zijn niet voor deze individualisering, omdat veel wetenschap in teams gebeurt. Je moet kijken naar de kwaliteit van een hele groep. Ook vragen we ons af waarom je zo eenzijdig op salaris zou focussen. Je zou goede onderzoekers beter kunnen belonen met meer mogelijkheden.’

Liesje Mommer, persoonlijk hoogleraar Plantenecologie

22-Liesje Mommers_Guy Ackerm.jpg

‘Ik word niet gedreven door het salaris en ik denk ook mijn collega’s niet. Als je rijk wilt worden, moet je niet de wetenschap in. Dat weten zelfs mijn kinderen. Belangrijker is het klimaat op een universiteit of instelling: hoe is het met de werkdruk, de werksfeer, tenure track? Dat zijn zaken waar collega’s al dan niet om vertrekken. Daarnaast zijn de slagingskansen voor onderzoeksprojecten erg klein in Nederland. Dat kan een reden zijn om naar het buitenland te gaan. Ik ben het overigens wel met het principe eens dat prestaties mogen worden beloond. Niet iedereen hoeft hetzelfde te verdienen. Maar ik zal niet vertrekken omdat ik elders een beter salaris kan krijgen. Ik ben naar Wageningen gekomen, omdat ik hier veel connecties heb met andere wetenschappers die voor mijn werk van belang zijn.’


Re:ageer