Organisatie - 14 maart 2011

Topinstelling of boerenuniversiteit?

Wordt de universiteit van Wageningen door de academische wereld na 25 jaar voor vol aangezien? Of zijn we voor de buitenwereld nog altijd het boerenneefje uit de provincie?

22-calimero.jpg

Robbert Dijkgraaf
Voorzitter Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW)
'De Wageningse universiteit staat de laatste tijd sterk in de belangstelling van de academische wereld. Terecht denk ik. De universiteit heeft een sterke positie opgebouwd met duidelijke keuzes voor disciplines die sterk geworteld zijn in de organisatie. Wat ik zelf een prettige constatering vind, is dat Wageningen daarbij ook stevig heeft ingezet op het fundamenteel onderzoek. Náást het toegepaste onderzoek waar de instelling traditioneel goed in is. Dat zie je ook aan de academische prijzen die worden binnengehaald. Dat is een duidelijk stuk waardering van de wetenschappelijke wereld, die keihard kan zijn en echt geen pluimen uitdeelt als die niet verdiend zijn. In het buitenland is Wageningen ook een bekende naam. Vooral in Azië. Juist daar weten ze heel goed waar de mondiale specialisaties liggen, waar je je boodschappen moet doen. Voor Nederland hebben ze naast het watermanagement ook de landbouwsector op hun lijstje staan. Met de naam Wageningen daarachter. Noem het het academische Cruyff-effect. Ik denk dat daar een les in zit voor andere academische instellingen. Namelijk zorg dat je jezelf zichtbaar maakt en dat je je successen viert. Bouw voort op je eigen geschiedenis. Maak gebruik van je eigen kracht.'
Maaike Verhoek
Vice-voorzitter studentenvakbond LSVb
'Wageningen is natuurlijk een typische universiteit omdat ze gericht is op een specifieke doelgroep. De technische universiteiten hebben dat ook, maar in Wageningen proef je dat misschien nog wel sterker. In elk geval bij de LSVb, want Wageningen valt deels onder een ander ministerie en is daarom niet altijd in dezelfde mate betrokken bij het overleg dat wij voeren met de minister van Onderwijs. Wat me verder opvalt aan Wageningen is het internationale karakter. Bij onze Wageningse lidorganisatie WSO is het Engels de voertaal in de medezeggenschap. Dat is wel apart om mee te maken. Soms lijkt Wageningen zelfs fysiek wat verder weg, omdat het zo moeilijk is om er met het openbaar vervoer te komen. Eerst met de trein, en dan nog eens met de bus van Ede naar Wageningen. Daarom was het leuk te merken dat er bij de acties in januari toch zoveel betrokkenheid was. Met een eigen grote demonstratie in het centrum van Wageningen en goed georganiseerde busreis naar Den Haag. Dat viel ons wel op in positieve zin. Wageningen leek plotseling wat minder ver.'
Sophie in 't Veld
Europarlementariër voor D66 in Brussel
'Ik heb zelf middeleeuwse geschiedenis gestudeerd in Leiden, een echte alfa dus. Af en toe zat ik daar als een monnik middeleeuwse handschriften uit te pluizen in een koud gebouw. Daarom vond ik dat echte onderzoekssfeertje in Wageningen, de keren dat ik er was, wel heel inspirerend. Ik associeer Wageningen toch vooral met de bijzondere combinatie van onderwijs, onderzoek en bedrijfs­leven. En met de interactie en de synergie die dat met zich meebrengt. Combineer dat met haar specialisatie op een beperkt aantal thema's en je krijgt een instelling die stevig boven het maaiveld uit steekt. Dat past uitstekend in de toekomstvisie 'EU 2020' die de Europese Unie als leidraad voor het komend decennium neemt. Als je alle berichten hoort lijkt het soms wel of er helemaal niet meer deugt in Nederland, of we aan de rand van de afgrond staan. Maar een aantal sectoren, waaronder Wageningen, bewijst dat er wel degelijk innovatieve kracht in Nederland aanwezig is.'
Ben van Raaij
Wetenschapsjournalist bij De Volkskrant
'Ik heb op zich wel een positief beeld van de Wageningse wetenschap. Op mijn vakgebied, de biogerelateerde onderwerpen, zie ik Wageningen als een van de betere Nederlandse universiteiten. Relatief klein misschien, maar omvang zegt niet zoveel in de onderzoekswereld. Ik heb ook aan de universiteit Twente gewerkt en daar heb ik gezien dat je vooral kunt excelleren door in te zetten op iets waar je sterk in bent. Wageningen doet dat heel goed, en wordt daar internationaal ook om gewaardeerd. Het enige waar de universiteit volgens mij voor moet oppassen is dat de innige samenwerking met de landbouwsector en de voedingsindustrie niet de onafhankelijkheid van het onderzoek in gevaar brengt of lijkt te brengen. In de algemene opinie over de universiteit wordt dat toch als een reëel risico gezien. Onderzoekers moeten daarom steeds duidelijk naar voren brengen waar ze staan en zich nooit in de verleiding laten brengen om hun broodheren naar de mond te spreken. Doe je het zorgvuldig, dan kan onderzoek verrichten voor derden best met een onafhankelijke pet op. Uiteindelijk is het bedrijfsleven zelf daar ook het meest bij gebaat.'
Malou Willemars
Voorzitter Promovendi Netwerk Nederland (PNN)
'Wageningen afficheert zich trots als Europa's belangrijkste universiteit voor de life sciences. De missie? 'To explore the potential of nature to improve the quality of life'. Ook beroemt de universiteit zich op 220 succesvolle promoties per jaar. Van (valse) bescheidenheid heeft Wageningen dus hoegenaamd geen last meer. Maar gelukkig is Wageningen, ondanks die grootsheid en bloei, behoorlijk nuchter gebleven. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop de dean van de Graduate School pal voor z'n Nederlandse promovendi staat. Hij ziet ze als volwaardige medewerkers, die zinvol werk verrichten en daar ook naar behandeld moeten worden. Een koe die zich goed voelt, geeft betere melk, zou je kunnen zeggen.
Maar het Wageningse talent om het wereldse met het nuchtere te combineren, komt misschien wel het mooist naar voren in het promotiereglement. Daarin staat een fictief voorbeeld van een proefschift waarin verslag wordt gedaan van een ontwerpend onderzoek naar 'metropolitane landbouw en duurzame ontwikkeling'. Actueel en maatschappelijk relevant. Maar wel geschreven door Piet A. Ardappel.'

Re:ageer