Wetenschap - 9 september 2010

Tonijndenktank: ‘industrie moet in actie komen’

Niet consumenten, niet de overheid, maar de juist de industrie moet een centrale rol krijgen bij het verduurzamen van de tonijnvisserij. Tot die verrassende conclusie kwam een internationale denktank die bijeengeroepen was door Wageningen Universiteit en het Wereldnatuurfonds.

Tonijn.jpg
Hoe lang kan het nog, een blikje skipjack tonijn, of wat luxer, een moot verse geelvintonijn bij de supermarkt halen? Wereldwijd bevinden de tonijnbestanden zich in zwaar weer en het WNF luidt al jaren de noodklok. Tevergeefs, want het blijkt uitermate complex te zijn om voor deze vissoorten de visserij  te verduurzamen. Tonijnen trekken over grote afstanden en  hierdoor bevissen meerdere landen dezelfde populaties. Dat maakt het moeilijk om goede afspraken te maken over quota en vismethoden. Lida pet Soede van het WNF: 'Je kunt de tonijn wel in Indonesische wateren gaan beschermen, maar vervolgens vist Australië die vissen op.'
Dilemma's
Het doorbreken van die patstelling was het belangrijkste doel van de bijeenkomst vorige week. De denktank, een initiatief van de leerstoelgroepen Aquacultuur en Visserij en Milieubeleid in samenwerking met het Wereldnatuurfonds International (WNF), bestond uit een opmerkelijk veelzijdig gezelschap van wetenschappers, vissers, economen, multinationals en zelfs filmmakers. 
Zij bogen zich over de dilemma's rond de tonijnvisserij. Het blijkt uitermate complex te zijn om de visserij  voor deze vissoorten te verduurzamen. Ook is er het probleem dat de ene tonijnsoort meer bedreigd is dan de andere, terwijl ze zich wel in elkaars vaarwater bevinden. Denktankdeelnemer Simon Bush van de Leerstoelgroep Milieubeleid: 'Skipjacktonijn is de kleine, goedkope soort die we in de blikjes in de supermarkt vinden. Die wordt niet overbevist, maar skipjack vormt wel scholen met jonge tonijnen van de overbeviste soorten, zoals geelvin- en grootoogtonijnen. Die komen dus ook in de netten terecht.'
Bescherm jonge tonijn
Na drie dagen brainstormen kwam de denktank met een eindconclusie. De deelnemers waren het er over eens dat snelle en effectieve veranderingen niet alleen te vinden zijn in het koopgedrag van de consument. En ook maatregelen die via of door de overheid doorgevoerd worden leveren meestal pas laat resultaat op.
De nummer één oplossing zou volgens de dentankers liggen in het aanspreken van de inblikindustrie. 'De inblikindustrie speelt een centrale rol en heeft een enorme macht in de tonijnketen', stelt Bush. 'Als je met die industrie afspraken kunt maken om geen jonge tonijn meer in te blikken, heeft dit direct effect op de vangstmethoden en dwing je vissers de jonge tonijn met rust te laten.' Ook door de maaswijdte van de tonijnnetten te vergroten voorkom je dat vissers jonge tonijn vangen. 'Om dit snel door te voeren zou je kunnen denken aan een systeem waarbij vissers subsidie krijgen als ze hun oude net inleveren en een nieuw net, met grotere mazen, aanschaffen', legt Bush uit.
Nieuwe denkrichting
De Wageningse wetenschapper zegt onder de indruk te zijn van de resultaten waarmee het gemêleerde gezelschap kwam. De duidelijke conclusie dat de oplossing ligt in economisch gemotiveerde verbeteringen, in samenwerking met het bedrijfsleven is volgens hem een heel nieuwe denkrichting. 'De groep kwam met echt hele interessante en verassende ideeën.' Wageningen gaat in samenspraak met het WNF de ideeën concreet uitwerken en een onderzoeksprogramma opzetten die moeten leiden tot blijvende veranderingen in de tonijnindustrie.  

Re:ageer