Organisatie - 30 april 2015

Toename studenten niet op te vangen met afstandsonderwijs

tekst:
Koen Guiking

De Open Universiteit heeft al vele jaren ervaring met afstandsonderwijs. En met succes. In de laatste Keuzegids, waarin Nederlandse masteropleidingen werden vergeleken, streeft de OU Wageningen Universiteit voorbij, die jarenlang de ranglijst in de Keuzegids aanvoerde. Wat kan Wageningen leren van de Open Universiteit?

Hoe kan het dat de Open Universiteit (OU) ‘ondanks het afstandsonderwijs’ toch zulke goede beoordelingen krijgt in de Keuzegids? Hoogleraar Carolien Kroeze moet lachen als ze die vraag krijgt. Kroeze is verbonden aan zowel Wageningen Universiteit als de Open Universiteit, die enkel afstandsonderwijs aanbiedt. ‘Afstandsonderwijs wil niet zeggen dat het afstandelijk is’, pareert ze. ‘Via internet kun je ook contact hebben met studenten en er zijn ook momenten in het jaar dat er face tot face contact is.’ “Online activerend onderwijs” wordt dit bij de OU genoemd. Bovendien is de OU-student een andere dan de Wageningse. De OU-student kiest voor afstandsonderwijs. De Wageningse campus- student niet. De scores in de Keuzegids zijn dus eigenlijk niet te vergelijken, vindt Kroeze.

Afstandsonderwijs is ook niet efficiënter of goedkoper dan face-to-face-onderwijs, zegt Kroeze er maar gelijk bij. ‘Dat is nog zo’n missvatting: denken dat universiteiten de groei in studentenaantallen kunnen opvangen met afstandsonderwijs. Het is geen kwestie van simpelweg opnames van een normaal hoorcollege online plaatsen en beschikbaar maken voor toenemende aantallen studenten op de campus. Ik zie weinig meerwaarde in het opnemen van hoorcolleges voor onze campusstudenten. Als ik bij de Open Universiteit een filmpje maak voor studenten die op afstand studeren, dan schrijven we eerst een script en waar nodig maken we meerdere opnamen, totdat het er echt goed op staat.’

Daarmee stipt Kroeze een belangrijk verschil aan tussen afstandsonderwijs en regulier campusonderwijs. Cursusmateriaal voor studenten die hun opleiding op afstand doen, moet tot in de details zijn uitgewerkt zodat iedere volgende stap die aan een student wordt uitgelegd logisch en begrijpelijk is, zonder al te veel begeleiding. Of, zoals ze dat bij de OU zeggen: ‘De begeleiding zit in het cursusmateriaal ingeblikt.’ Een college waarbij de docent vlak van tevoren nog even de powerpointpresentatie aanpast kan bij de OU niet. Voor studenten op afstand moet alles tot in de puntjes zijn voorbereid.

Een onderwijsprogramma helemaal voorkoken zodat een student bijna zonder begeleiding door de stof heen kan, betekent trouwens niet dat de verscheidenheid aan leervormen bij de OU beperkt is, benadrukt Kroeze. ‘Er zijn onderdelen waar studenten voorgeprogrammeerde vragen kunnen aanklikken en dan geautomatiseerde feedback krijgen, maar aan de andere kant van het spectrum zijn er ook opdrachten waarbij studenten op afstand, via een digitale leeromgeving, met elkaar moeten samenwerken, begeleid door een docent. En OU-studenten kunnen bijvoorbeeld ook virtueel stage lopen. Dan lopen ze op hun computerscherm binnen bij het NIOO in Yerseke, worden verwelkomd en krijgen direct hun eerste e-mail met daarin een opdracht.’

‘De didactiek staat bij de OU hoog in het vaandel’, zegt Kroeze. ‘OU-docenten zijn echte onderwijsdieren. Er wordt aan de OU ook wel degelijk onderzoek gedaan, maar dat staat in dienst van het onderwijs. Bij andere universiteiten ligt de prioriteit toch vaak meer bij het onderzoek.’ Een verschil met Wageningen is volgens haar dat bij de OU alle docenten nauw betrokken zijn bij het optimaal opzetten van het curriculum, terwijl dat in Wageningen is belegd bij de opleidingscommissies. Waarbij ze zich haast te zeggen dat het onderwijs in Wageningen didactisch ook heel goed in elkaar zit. En ze looft Wageningen Universiteit ook voor de tijd en het geld die er momenteel in onlineopleidingen gestoken worden.

Videoclips voor MOOC’s, online masters en een speciale cursus voor studenten van NTU Singapore worden vrijwel dagelijks opgenomen in een studio in het Agrotechnion, op de Dreijen. Beheerder Dennis Anneveldt (staand voor het green screen) wil de studio graag verhuizen naar de campus. Naar een goede locatie wordt gezocht.
Videoclips voor MOOC’s, online masters en een speciale cursus voor studenten van NTU Singapore worden vrijwel dagelijks opgenomen in een studio in het Agrotechnion, op de Dreijen. Beheerder Dennis Anneveldt (staand voor het green screen) wil de studio graag verhuizen naar de campus. Naar een goede locatie wordt gezocht.

Bij Wageningen Universiteit beseft men heel goed dat voor afstandsonderwijs compleet nieuwe onderwijsmiddelen en -methoden nodig zijn, vertelt directeur Distance learning Ulrike Wild. Voor de Massive Open Online Courses (MOOC’s) die begin 2015 gestart zijn, heeft de universiteit speciale e-learningmodules ontwikkeld, kennisclips (video’s) opgenomen, docenten bijgeschoold, enzovoorts. Die MOOC’s zijn gratis te volgen door iedereen die zich ervoor inschrijft, zonder toelatingseisen. Tienduizenden mensen hebben dat gedaan. Aan nieuwe MOOC’s wordt alweer gewerkt. Daarnaast start Wageningen Universiteit in september 2015 met twee complete online masters: Plant Breeding en Nutritional Epidemiology and Public Health. Jarenlang is er nagedacht over het zo interessant en logisch mogelijk opzetten van deze volwaardige masteropleidingen. Daarbij zijn ook lessen geleerd van de Open Universiteit, maar vooral ook van internationale universiteiten. Wild: ‘De Open Universiteit heeft veel ervaring in Nederland, maar onze doelgroep zit met name in het buitenland. Bovendien gaat de ontwikkeling van interactieve onderwijsmiddelen de laatste jaren heel hard. Die ontwikkeling – wereldwijd – houden wij scherp in de gaten.’

Middelen ontwikkelen voor onlineopleidingen is duur, maar Wild zegt dat veel van die middelen ook ingezet kunnen worden voor het reguliere campusonderwijs. Dat gebeurt ook al. Kennisclips die zijn opgenomen voor de MOOC’s werden al direct gebruikt in het campusonderwijs. ‘Blended learning’, noemen ze het mixen van online- en offlineonderwijsvormen. Kroeze zegt daarover: ‘Het is onzin om een virtuele werkgroep te organiseren als je met z’n allen op de campus rondloopt, maar lesstof die goed wordt uitgelegd in een paar videoclips is inderdaad ook voor ‘on campus’-studenten prima te gebruiken.’

Een ander verschil met de Open Universiteit, zegt Wild, is dat Wageningse onlinemasterstudenten per cohort starten. Dat wil zeggen: allemaal in dezelfde periode dezelfde opdrachten doen, dezelfde literatuur lezen en dezelfde kennisclips kijken. ‘Dan voelt het niet alsof je in je uppie keihard aan het studeren bent. Doordat je als groep bezig bent, is het beter vol te houden. En je houdt de mensen letterlijk bij de les door ze wekelijks opdrachten te geven en ze te laten begeleiden door een e-tutor.’ Bij de OU is het historisch inderdaad zo dat een student op ieder moment aan een opleiding kan beginnen en in zijn eigen tempo een cursus of een volledige opleiding doorloopt, erkent Frank van Belleghem, voorzitter van de opleidingscommissie van de faculteit Management, Science & Technology, waar ook Carolien Kroeze aan verbonden is. ‘Dat blijft ook kunnen, maar we moedigen nu wel aan dat studenten in cohorten studeren.’ De reden: het studierendement moet omhoog (minder uitvallers) vanwege de prestatieafspraken met het ministerie van Onderwijs.

OU-studenten komen trouwens ook meerdere keren per jaar fysiek bij elkaar. Voor groepsopdrachten, maar ook voor de examinering. Die vindt altijd in een van de OU-gebouwen plaats, omdat anders niet te controleren is of het inderdaad de cursist zelf is die een examen aflegt. En ook practica kunnen niet volledig online gedaan worden. Enkele weken per jaar huurt de OU daarom labruimte af in Wageningen, vertelt Kroeze.

Foto: Aart-Jan van de Glind



Re:ageer