Wetenschap - 1 januari 1970

Toekomst nertsenfokkerij ter discussie

1

Toekomst nertsenfokkerij ter discussie

Toekomst nertsenfokkerij ter discussie

De vaste commissie landbouw van de Tweede Kamer overlegt op 1 juli met minister mr Laurens-Jan Brinkhorst over de toekomst van de nertsenfokkerij in Nederland. De stichting Bont voor Dieren, fel tegenstander, verwacht dat dit overleg zal leiden tot een verbod. De fokkers en het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, Spelderholt, verwachten van niet. Het Spelderholt doet al sinds 1990 onderzoek naar verhoging van het welzijn van nertsen

Dr. Gerrit de Jonge, senior onderzoeker nertsenhouderij bij het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij, verwacht niet dat er een verbod op de nertsenfokkerij komt. Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn een aantal jaren geleden goede afspraken gemaakt over de omvang van kooien en het dierenwelzijn. Nu kijkt de vaste commissie of de nertsenfokkers zich aan die afspraken houden. Uit diverse rapporten blijkt dat dat zo is. Als de Kamer dan toch de nertsenhouderij wil verbieden, dan houden ze zich niet aan de afspraken. Ik kan me wel voorstellen dat de minister de vrijwillige afspraken die eerder gemaakt zijn wil vastleggen in een wet. Wanneer de overheid de nertsenfokkerij verbiedt, ziet De Jonge ook weinig toekomst voor het onderzoek naar nertsen, dat voor de helft door het ministerie wordt betaald en voor de helft door de fokkers. Maar ik verwacht niet dat het onderzoek zal stoppen. Als er al een verbod komt, zullen de nertsenhouders eerst naar de rechter stappen, en de uitkomst daarvan valt nog maar te bezien.

Er zijn in Nederland tweehonderd nertsenfokkers die gezamenlijk ruim 2,5 miljoen bontpelzen per jaar produceren, goed voor een omzet van ongeveer 125 miljoen gulden. Het overgrote deel is bestemd voor de export. Nederland is na Denemarken de grootste producent van pelzen

De Jonge: Het onderzoek heeft zich de laatste jaren vooral gericht op het welzijn van de dieren. Daarbij kijken we naar de effecten van een ruimere huisvesting, maar ook naar andere invloeden op het gedrag. Negatief gedrag als onrustigheid en lichaamsverminking kan ook verdwijnen door andere voeding of kooiverrijking. Bijvoorbeeld cilinders of platforms in de kooien waarmee de dieren kunnen spelen. We hebben nu een kooi ontwikkeld voor groepen dieren in plaats van tweetallen.

Ook Wim Verhagen, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren (NFE), is niet bang voor een verbod. Professor Wiepkema heeft in 1995 geadviseerd de nertsenfokkerij in Nederland voort te zetten, op voorwaarde dat er aanpassingen komen om het dierenwelzijn te verhogen. De minister heeft daar herhaaldelijk steun aan betuigd. Het lijkt mij stug als er een verbod komt. Bovendien moeten ze in Den Haag dan vele miljoenen guldens klaar hebben liggen om de sector te compenseren.

Volgens Lieke Keller van Bont voor Dieren is een verbod nu echter dichterbij dan ooit. Keller: Er tekent zich een meerderheid af in de Tweede Kamer tegen de nertsenfokkerij. Bovendien is volgens een onderzoek van Intomart 86 procent van de Nederlanders tegen de nertsenfokkerij. Volgens een ander onderzoek, gedaan door het NIPO in opdracht van de NFE, zou ruim vier op de tien Nederlanders de nertsenfokkerij niet aanvaardbaar vinden. Keller: De vraagstelling bij dat onderzoek was suggestief. Er werd gevraagd wat mensen ervan vonden als het welzijn van de dieren goed was. Maar het welzijn van nertsen kan sowieso niet goed zijn in de fokkerij. Een nerts is een roofdier dat in het wild meer dan een vierkante kilometer territorium heeft. J.T

bij foto:De binnentuin van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) was donderdag 17 juni omgebouwd tot podium voor drie discussieforums onder leiding van Paul Witteman, over de toekomst van het IBN-DLO en het Staring Centrum

Op de foto (van links naar rechts) Paul Witteman, R. Nas (Bosschap), drs A. Woudstra (Waddenzeevereniging), drs P. de Jongh (LNV), ir A. Bosman (Natuurmonumenten), ir A. de Vries (Raad voor Milieu en Natuuronderzoek) en ir J. Jeekel (interdepartementale werkgroep Groen in en om de stad). De door het forum gewenste onafhankelijkheid van de onderzoekinstituten kwam in botsing met de wens van prof. dr Cees Veerman, voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen UR, om wetenschappelijke kennis en modellen te behouden voor Wageningen. Veerman (niet op de foto): Je mag ons ijsje kopen, maar het procodo blijft geheim. M.W., Foto Beeldgroep Wageningen UR

Re:acties 1

  • Martien v. Dooren

    In eigen regie heb ik een methode ontwikkeld om rest voedsel tot visvoer te verwerken , het verlangt geen grote investering en hoog opgeleid personnel .
    Een ideaal product voor de nertsenfokkers , huidige gebouwen lenen zich uitstekend daardoor .
    De fokker hoeft zijn bedrijf niet te sluiten het is enkel een ander product , Het tumult rond de nertsen behoord dan tot het verleden.
    Hopende een bijdrage te kunnen leveren aan het milieu en het bedrijfsleven ,

    Met vriendelijke groet
    M.v. Dooren

    Reageer

Re:ageer