Wetenschap - 1 januari 1970

Tineke Creemers | Bestuiving van gewassen

Tineke Creemers | Bestuiving van gewassen

Tineke Creemers Bestuiving van gewassen

Naam Tineke Creemers, 47 jaar

Project Verandering van nectarsamenstelling om de bestuiving van gewassen te verbeteren

Instituut Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO)

Budget 246 duizend gulden

Aanvang project Begin 1996

Looptijd Tot eind 2000

Financiers LNV en KNAW

Partners Geen

Er zijn veel gewassen waar geen bijen meer op afkomen. Dan wordt de bestuiving een probleem, waardoor de zaadzetting laag is of er weinig vruchten komen. Bij de veredeling van gewassen wordt vooral gelet op eigenschappen als ziekteresistentie en opbrengst, niet op aantrekkelijkheid voor bestuivende insecten. Pas in het veld blijken bijen die gewassen weinig te bezoeken. Vooral voor de productie van hybridezaad, waarbij twee ouderlijnen met elkaar worden gekruist, is dit een probleem. Als de ene ouderlijn minder aantrekkelijk is voor bijen dan de andere vindt de noodzakelijke kruisbestuiving nauwelijks plaats.

Nectar wordt gevormd door nectariën. Dat zijn een soort kliertjes, meestal onder in de bloem, die een suikerachtige vloeistof aanmaken. De samenstelling en de concentratie van de suikers varieert tussen planten. Nectar is een product dat als enige functie heeft bijen voor hun bestuiving te belonen. Voor de bloem zelf heeft nectar, voor zover wij weten, geen functie.

We hebben op het CPRO-DLO genen in handen gekregen die een rol spelen bij de ontwikkeling van nectariën en de nectarsamenstelling. Door de functie van zulke genen te bestuderen, komen we meer te weten over de moleculaire regulatie van de ontwikkeling van nectariën. Daarna willen we die kennis gebruiken om de samenstelling van nectar gericht te veranderen.

Als modelplant gebruiken we petunia. Met het isoleren van genen uit petunia hebben wij veel ervaring en petunia is makkelijk transformeerbaar. We hebben inmiddels een aantal genen die geschikt zijn om de productie van nectar of de suikersamenstelling te veranderen. Het suikermetabolisme van de plant is echter een complex geheel, waarin een groot aantal enzymen een rol speelt. Schakel je oon enzym uit, dan kan het zijn dat een ander enzym de functie overneemt. We weten nog te weinig om deze processen precies te sturen. Daarom willen we de effecten van verschillende nectarveranderingen eerst in petunia bestuderen, om vervolgens die informatie in een belangrijk gewas toe te passen.

Het nadeel van de petuniaplanten is dat nachtvlinders en niet bijen de bloemen bestuiven. Petunia is daarom vooral geschikt om het effect van genetische modificaties op de nectarsamenstelling te analyseren. Op basis daarvan gaan we andere gewassen modificeren. Zo gaan we binnenkort bestuivingsproeven doen met katoen, in samenwerking met de Ambrosiushoeve, de Stichting Landelijk Proefbedrijf voor Insektenbestuiving en Bijenhouderij in Hilvarenbeek. L.N., foto G.A

Re:ageer