Wetenschap - 1 januari 1970

Tien miljoen voor veredeling van energiezuinige kasrassen

Tien miljoen voor veredeling van energiezuinige kasrassen

Tien miljoen voor veredeling van energiezuinige kasrassen

Energiezuinige rassen van glastuinbouwgewassen kunnen waarschijnlijk bijdragen aan een verminderd energieverbruik en een verminderde kooldioxide-uitstoot in de tuinbouw. Daarom financieren het Productschap Tuinbouw, de NOVEM, DLO, het ministerie van LNV en veredelingsbedrijven een groot veredelingsproject van tien miljoen gulden op dit terrein


Het project Rassen onder glas met minder gas is 26 februari begonnen. Het wordt gecoördineerd door het laboratorium voor Plantenveredeling van de Landbouwuniversiteit en heeft een looptijd van zes jaar. Het programma richt zich op tomaat, paprika, roos, chrysant en de kerstster. Deze gewassen bepalen voor een belangrijk deel het energiegebruik van de Nederlandse glastuinbouw

De onderzoekers willen rassen ontwikkelen die efficiënter met hun energie omgaan door bijvoorbeeld minder dikke bladeren te vormen en meer energie naar de vruchten te sturen. Verder gaan de onderzoekers op zoek naar genen die ervoor zorgen dat groeiprocessen ook bij lagere temperaturen goed verlopen

Als de energieprijzen flink omhoog gaan en stoken meer kost dan het oplevert, moeten tuinders met de nieuwe gewassen bij lagere temperaturen toch hun huidige opbrengstniveau kunnen handhaven. De ontwikkelde rassen zullen de tuinders bij de huidige kastemperaturen waarschijnlijk meer opbrengst per hectare leveren

Het veredelingsprogramma is onderdeel van een groter project dat het Productschap Tuinbouw heeft opgezet in het kader van de meerjarenafspraak energie tussen de glastuinbouw en de overheid. In 2010 moet het energieverbruik per eenheid product met 65 procent zijn gereduceerd ten opzichte van 1989

Volgens dr Theo Hendriks, een van de programmacoördinatoren, zal het veredelingsproject pas over tien jaar resultaat opleveren. De komende jaren zal de energiereductie in de glastuinbouw vooral moeten komen uit technische maatregelen die het energieverbruik verminderen. Dat kan bijvoorbeeld door de kassen op andere manier droog te houden dan door te stoken met de ramen open. Dit drogen is nodig om schimmels te weren die in een vochtig klimaat gedijen. Mede omdat de veredelaars verwachten dat dit vochtprobleem technisch is op te lossen, is er in het veredelingsproject niet voor gekozen om te werken aan resistentieveredeling tegen schimmels. Wij richten ons in dit project daarom meer op fundamentele processen die betrokken zijn bij de groei en ontwikkeling van de diverse gewassen.

Er doen veel verschillende onderzoeksinstellingen mee aan het project. Het laboratorium voor Plantenveredeling van de Landbouwuniversiteit, het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO) en het veredelingsbedrijf AGRIOM uit Aalsmeer gaan met de veredeling aan de slag. Het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) gaat veelbelovende planten die de veredelaars ontwikkelen fysiologisch testen en het Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente in Naaldwijk zal de planten onder praktijkomstandigheden testen. De Rijksuniversiteit Groningen brengt haar fysiologisch onderzoek aan de tomaat in in het project. Tussen wilde familieleden van de tomaat heeft de RuG al planten gevonden die beter groeien bij lagere temperaturen

Ook veredelingsbedrijven participeren in het project. Volgens Hendriks zorgt dit ervoor dat de resultaten ook daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast. De groenteveredelingsbedrijven waren vanaf het begin bereid te participeren, vertelt hij. Ook enkele sierteeltbedrijven hebben inmiddels toegezegd deel te nemen, maar er wordt nog geprobeerd meer bedrijven te interesseren. De sierteeltveredeling is nog relatief jong. Met de klassieke benadering is daar nog veel te bereiken op het terrein van houdbaarheid en kleur. Energie-efficiëntie heeft daardoor nog niet zo'n hoge prioriteit. M.S

Re:ageer