Student - 5 maart 2010

Thuis zonder thuis te zijn

Drie Wageningse studentenverenigingen trekken zich niets aan van het internationale karakter van Wageningen UR. Zij richten zich uitsluitend op hun eigen streek.

25-carnaval.jpg
Ze voelen zich anders. 'Wij hebben onze taal en cultuur gemeenschappelijk, dat maakt ons persoonlijker', zegt Johannes Bouma. Hij is voorzitter van het Wageningsk Studinte Selskip foar Fryske Stúdzje, het WSSFS, zeg maar de Friese studentenvereniging in Wageningen. Naast de WSSFS telt Wageningen twee andere regionale studentenverenigingen: 't Noaberschop dat zich richt op Twente en de Achterhoek en het Brabants Studenten Gilde (BSG).
Veel van de activiteiten richten zich op hun streek. Zo gaan de Friezen graag schaatsen en zijn de leden van 't Noaberschop verknocht aan klootschieten. Voor de Brabanders, en trouwens ook Achterhoekers, is carnaval een jaarlijks hoogtepunt. 'Wij doen altijd mee met een optocht in een Brabants dorp, dit jaar was het Oosteind', zegt BSG-voorzitster Suzanne Aarts. Ook organiseert haar vereniging allerlei avonden. 'Onze organisatie is wel typisch, we hebben veertig commissies op zestig leden. Zo verdiept de ene groep zich in bier en organiseert een ander clubje onze jaarlijkse Tonproatavond (Brabants cabaret).
De drie studentenverenigingen organiseren hun activiteiten in cafés als de Woeste Hoeve en Annies. Aan een sociëteit hebben ze geen behoefte, dat zou te veel geregel worden.
Moeite hebben de clubs wel met de regeling Financiële Ondersteuning Studenten. Doordat de verenigingen niet internationaal georiënteerd zijn, ontvangen bestuursleden geen FOS om studievertraging op te vangen. Johannes: 'We geven onze leden veel leuke ervaringen. Bij grote studentenverenigingen krijgen zelfs commissieleden FOS, maar bij ons is ook het bestuur daarvan uitgesloten'.
'Daarnaast hebben we veel leden die anders nooit lid zouden worden van een studentenvereniging', zegt Suzanne. 'Internationale studenten zijn trouwens wel welkom. We hebben twee Duitse meisjes gehad, maar die vonden toch niet wat ze zochten.' Guus Diepenmaat van 't Noaberschop kan zich daar wel wat bij voorstellen. 'Veel buitenlandse studenten vinden Nederlands al moeilijk genoeg, laat staan dat ze het dialect begrijpen.'
Geen van de regionale studenten vindt dat  hij of zij iets van de wereld mist door zich op de eigen streek te richten. 'We zien al veel andere studenten tijdens projectwerk en op kamers', zegt Suzanne. Johannes heeft het wel geprobeerd bij een andere studentenvereniging, maar onder de Friezen bevalt het hem beter. Wij Friezen zeggen: Om utens dochs thús. Je bent niet thuis, maar toch heb je een thuisgevoel.'
Brabant in Wageningen
't Noaberschop startte als dispuut binnen KSV; het WSSFS was een ploegje mannen dat elkaar kende van Ceres. Langzaamaan verzelfstandigden de clubs. Inmiddels zijn de Friezen al tachtig jaar verenigd en is 't Noaberschop zo'n veertig jaar oud. Het Brabants Studenten Gilde ontstond in 1926. 'De transportmogelijkheden waren beperkt, veel Brabantse studenten konden in het weekend niet naar huis. Zij besloten Brabant dan maar naar de Nederlandse universiteiten te brengen', vertelt Suzanne Aarts. 'Bovendien wilden de studenten wat van hun kennis doorgeven aan de gewone Brabanders.' Langzaam kalfde de belangstelling echter af; de studentengildes werden opgeheven. In de jaren zeventig zorgde een groepje Wageningse Brabanders voor een wederopstanding. Wageningen is nu de enige stad met een Brabants Studenten Gilde. 'Misschien omdat Wageningen nog steeds slecht bereikbaar is met het OV', aldus Suzanne.

Re:ageer