Wetenschap - 22 februari 2001

Thuis in het ziekenhuis

Thuis in het ziekenhuis

'Het is hier geoorloofd te roken van 14.00 tot 11.00 uur', staat op een bordje aan de muur. Marnix de Braak rookt een peuk in de kantine van het oude Wageningse ziekenhuis op de berg, dat ook nog als mortuarium heeft gediend. Nu is het zijn kamer. Sinds januari woont hij met elf anderen als antikraker in het pand midden in het bos. Het is nog even spannend of ze mogen blijven, want de gemeente moet nog een woonvergunning afgeven. Als dat geregeld is, kunnen er zeventig bewoners komen. Dan mogen ze er twee jaar blijven, want daarna wordt het ziekenhuis omgebouwd tot een kantorenpand.

De Braak gebruikt het meterslange buffet als keuken. In de ruimte staan een tafeltennistafel, tafels en bedden. De zithoek is tevens bioscoop en nog is er plaats over. "Hier passen mijn spullen wel in", zegt De Braak ironisch. "Je moet mij niet meer in een hok van zestien vierkante meter stoppen. Ik heb de ruimte nodig. Als je een dansje wil doen, doe je een dansje en als je wil klussen, kan dat midden in de kamer." Halverwege de kale ziekenhuisgang heeft hij zijn eigen badkamer. Dat alles voor driehonderd gulden inclusief per maand.

Naast de kantine is een grote ruimte met de restanten van de grootkeuken. Een kunstenaar gaat het als atelier gebruiken. In de volgende gang zijn de ramen en deuren beschilderd met vrolijke clowntjes en beesten. Zeven jongeren hebben er hun intrek genomen. Rosalie Heins, eerstejaars bioloog, zuigt op haar duim. "Dit was de kinderafdeling en die sfeer willen we zo houden", legt haar studiegenootje Fam Charko uit. In de keuken hangen briefjes met 'beste pati?ntjes' en 'hoi kinderafdeling'. Bijna iedereen heeft twee kamers en samen maken ze gebruik van de keuken en toiletten. Ze zijn nog druk aan het inrichten. Heins heeft een van haar kamers vol met banken gezet en binnen de kortste keren beschouwde iedereen die als huiskamer.

De werkende Emile Durieux is een hemelbed aan het bouwen. Aan het plafond hangen nog lichtgevende sterretjes. "Die hingen er nog, hoor." In de andere kamer sieren zijn doodskoppen de muren naast de schaapjes op de ramen. De warme lampen verraden dat dit de couveusekamer is geweest. "Daar heeft hij mooie zonnebanken aan overgehouden," zegt Heins.

Charko probeert bloemen te kweken in de zandbak voor haar kamer. Haar voormalige speelkamer heeft ze nog niet helemaal ingericht. "Ik heb de neiging het hier leuk te maken, maar misschien moeten we er volgende week al uit." Als alles doorgaat, heeft de kinderafdeling nog genoeg plannen: een foto-archief aan de muur, een computernetwerk en feestjes in de zomer.

Een verdieping hoger is het een stuk leger en er hangt nog een licht ziekenhuisgeurtje. Het laboratorium 'afgifte faeces en urine' is al wel verhuurd en verderop wonen vier mensen. Een van de huisgenoten fietst de gang in naar zijn kamer. "Als ik niks te doen heb, loop ik met mijn maclight het hele gebouw door. Dan speel ik een beetje bewaker", zegt De Braak.

Hoe vinden ze het om in een ziekenhuis te wonen? Durieux: "Ik vind het een leuk idee dat de jongste kinderen in mijn kamer hebben gelegen." "Alleen op de intensive care zou ik niet willen leven", zegt Heins. "Daar is het meeste pijn geleden en nu hangt er nog een rotsfeer." Charko heeft niet meer het gevoel van een ziekenhuis: "We zijn al een echte afdeling." Ze is vooral enthousiast over de omgeving. "Midden in het bos, wat wil je nog meer als bioloog?"

Af en toe komen er nog bezoekers voor het ziekenhuis. Zo stond er een keer een man te schreeuwen dat hij naar binnen moest. Hij was in paniek en dacht dat zijn vrouw daar aan het bevallen was. "De bewaking heeft hem buiten moeten houden," vertelt De Braak. Ook stond de brandweer eens met loeiende sirene voor het ziekenhuis toen iemand zijn pizza iets te krokant had gebakken. 's Nachts komen er geregeld mensen met auto's in de buurt van het pand. "Het is een echte vluggertje-in-de-auto-plek. Dat zijn de grappige dingen", zegt de Braak.

Als het aan De Braak ligt, gaat hij nooit meer weg. "Zo'n grote ruimte voor dit geld krijg ik nooit meer. Hoewel ik dit waarschijnlijk ook wel weer te klein ga vinden."

Suzanne Lommen, foto Guy Ackermans

Re:ageer