Student - 2 november 2006

Thuis in Australië

Bijna een jaar vertoefde Martin van Leeuwen, zesdejaars Geo-informatiekunde, in Australië. Hij zou eerst maar vier maanden wegblijven voor een klein afstudeervak. Dat werd groter, en toen voelde hij zich al zo thuis in het land dat hij er ook nog een stageplek zocht.

‘Voor mijn afstudeervak kwam ik terecht in een conservatief stadje in de buurt van Brisbane, Toowoomba. Ik heb daar een ontwerp gemaakt van een fotocamera waarmee je vanuit een onbemand vliegtuigje de illegale boskap kunt monitoren. Het bleek wat meer werk dan gedacht. Na drie en een halve maand had ik mijn begeleiders niet meer zo nodig en ben ik mooi in Brisbane gaan wonen. Dat is een geweldige stad. Het leven is relaxed, mensen maken makkelijk een praatje, de stad is groen en ligt natuurlijk aan de kust.
Ik kon niet surfen, maar nu wel. Vaak reed ik in het weekend met een paar vrienden naar Bayron Bay. Dat waren ook bijna allemaal buitenlanders trouwens; ik had weinig Australische vrienden. We bleven het hele weekend en overnachtten vaak op een camping vlakbij het strand. Soms sliepen we gewoon op het strand. Als je dan ’s ochtends om half acht wakker werd was het strand al levendig. Veel surfers waren al vanaf zes uur bezig. En dan zit jij daar nog in je slaapzak. Je werd dan wel een beetje gek aangekeken. Maar de maneschijn over het water en alles is prachtig. Het is er sowieso heerlijk: prachtig blauw water en geweldige golven, al blijf je er maar een paar seconden op staan met je surfboard.
Toen mijn afstudeervak klaar was ben ik een stage gaan regelen. Ik had een jaarvisum, had het geweldig naar mijn zin, vond dat ik nog lang niet genoeg had gezien, en een stage moet je toch doen. Om wat geld te verdienen heb ik toen ook een maand gewerkt als fundraiser. Het leek me leuker dan op een boerderij helpen met de oogst, een ander backpackersbaantje. Maar ik denk dat als er geen backpackers in Australië waren, de agrarische sector failliet zou gaan.
De stage was bij de universiteit van Melbourne, maar ik zat anderhalf uur verderop in het dorp Creswick, met driehonderd inwoners en een campus met veertig onderzoekers en tien studenten. Dat was een heel ander leven: it slows you down. Het was er stil en als ik ’s ochtends ging hardlopen kwam ik kangoeroes tegen. Met de studenten barbecueden we iedere week in de tuin van de lokale kroeg. Op een topdag kwamen daar twintig mensen.
Hoewel ik toch aardig wat gezien heb van Australië, voelde ik me afgelopen jaar meer burger dan reiziger. En wie weet ga ik weer terug voor een promotieonderzoek.’

Re:ageer