Organisatie - 1 januari 1970

‘Theo, hoe doe je dat toch?’

Wiskundedocent ir. Theo Hendriks, verbonden aan de leerstoelgroep Operationele research en logistiek, werd vorige week door studenten uitgeroepen tot docent van het jaar 2006. Wat het geheim is van zijn succes, weet hij niet precies. Misschien wel de gezellige sfeer die hij graag in zijn collegezaal heeft.

Blij met de verkiezing?
‘Ja, zeker wel. Het brengt meer met zich mee dan ik had gedacht. Ik heb veel mailtjes met felicitaties ontvangen. Van collega’s, maar ook van studenten. En ik word zelfs op de fiets herkend en gefeliciteerd. Maar het blijft wat raar om één persoon als de beste docent aan te wijzen. Dat is natuurlijk niet absoluut meetbaar, zoals bij hardlopen.’

Hoe word je docent van het jaar?
‘Collega’s vroegen mij ook al: Theo, hoe doe je dat toch? En eigenlijk weet ik dat zelf ook niet zo goed. Ik denk dat het te maken heeft met een stuk enthousiasme. Je hoeft als docent geen Youp van ‘t Hek te zijn, maar je moet wel gewoon je best doen. Dat zien studenten. En als ze zien dat jij gemotiveerd bent, dan zijn zij dat ook. Ik probeer studenten persoonlijk te benaderen en te stimuleren, dan blijft het leuk. Het is ook best een beetje gezellig bij mij in de collegezaal. Een ontspannen sfeertje waar toch hard gewerkt wordt.’

Uw vakken staan niet bekend als gemakkelijk. Hoe verklaart u dan toch het succes?
‘Helaas komt het inderdaad regelmatig voor dat de helft is gezakt. Maar ik heb me nooit wat aangetrokken van lage slagingspercentages die uit de Muggenenquêtes als probleempunt naar voren kwamen. Studenten zelf hoor je daar ook zelden over. Het vak is goed te doen, maar ze moeten er wel voor werken.
Ik wil studenten geen handigheidjes aanleren. Het gaat om de logica die erachter zit. En die laat ik zien door dingen op drie manieren te vertellen, verbanden te leggen met wat ze al weten en te wijzen op de toepassingen. Die herkenning geeft studenten vertrouwen. Daardoor komen ze met goeie zin naar mijn colleges, ook als ze het vak voor een tweede keer komen volgen.’

Tijdens de uitreiking liet u zich kritisch uit over de aandacht die er voor onderwijs is. Wat moet er veranderen volgens u?
‘Het bedrag dat in Wageningen momenteel naar onderwijs gaat is ontoereikend. Het Brascampmodel waarmee het geld verdeeld wordt, zit goed in elkaar. Maar dan moet er wel genoeg geld te verdelen zijn. Nu zie je dat er bij leerstoelgroepen die zich toeleggen op het geven van intensief onderwijs forse tekorten ontstaan. De enige manier om dat op te lossen is door bijvoorbeeld minder uren te besteden aan onderwijs of minder ervaren docenten voor de klas te zetten. En dat kan ten koste gaan van de kwaliteit. Als je onze raad van bestuur mag geloven, komt er door de reorganisatie meer geld voor onderwijs beschikbaar. Dat lijkt me een goede zaak. Maar het blijft jammer dat het bestuur voor een groot bedrag aan onderwijsbonussen uitgekeerd heeft op basis van subjectieve criteria. Zorg dan dat iedereen daarvan meeprofiteert.’

Hoe lang gaat u nog door met lesgeven?
(Lacht). ‘Ik heb nog bijna twee jaar tot mijn pensioen. Met onderwijs geven zal ik moeilijk kunnen stoppen, dat vind ik echt leuk. Maar de beslommeringen eromheen kan ik missen als kiespijn.’ / JH

Re:ageer