Student - 7 december 2006

Thaise dienstbaarheid

Sophia van der Ploeg, zesdejaars Dierwetenschappen aan Wageningen Universiteit, ging voor haar afstudeeronderzoek naar Thailand. Iedere ochtend stapte ze om half zeven op de fiets, op weg naar een proefboerderij om waterbuffels te voeren en hun pensinhoud te analyseren.

194_nieuws.jpg
194_nieuws.jpg

Foto: .

‘Boeren in Thailand gebruiken waterbuffels als trekkracht. De buffels krijgen veevoer waarin cassave is verwerkt. Omdat cassave ook als brandstof wordt gebruikt, is de prijs gebonden aan de gasprijzen. Ik onderzocht of boeren hun kosten kunnen verlagen door de cassave gedeeltelijk te vervangen door maïs. Mijn onderzoek voerde ik uit op vier buffels van de universiteit.
Ik woonde op de campus en had een appartement helemaal voor mezelf. Toen ik aankwam op het vliegveld werd ik door negen mensen van de universiteit opgehaald. Ze brachten mij met z’n allen naar mijn kamer, maar deze vonden ze niet mooi genoeg. Ik kreeg gelijk een andere. Dat was een luxe appartement, volledig gemeubileerd, met airco, balkon en internet.
Thai zijn ontzettend vriendelijk. De studenten waar ik mee samenwerkte, belden me iedere dag op om te vragen of ik al plannen had voor het eten, en of ik mee wilde naar de markt. Ze wilden het me altijd naar mijn zin maken. Dienstbaarheid en vriendelijkheid staan daar centraal in het leven.
Het is ook opvallend dat er een hiërarchie is tussen ouderen en jongeren. Dit was vooral merkbaar bij de professor. Hij verwachtte dat iedereen elke ochtend gedag kwam zeggen en als hij weg ging hem uit kwam zwaaien. Ook stond hij bekend om zijn monologen die uren duurden, waarbij iedereen hem uit moest laten praten.
Op een gegeven moment kwam hij met een hernia in het ziekenhuis te liggen. Hij wilde per se dat een PhD student voor hem kookte, dus dat gebeurde dan ook. Maar als de professor er niet was, werden er achter zijn rug wel grappen over hem gemaakt.
De waterbuffels stonden op een proefboerderij in de buurt van de universiteit. Ik vertrok elke ochtend om half zeven, een half uurtje later was ik er. Terwijl ik de buffels voerde, mestte een Thaise jongen, die altijd met me meeging, de stallen uit. Dat mocht ik niet als vrouw. Daar zijn Thaise mensen heel strikt in. Als het even kon, droegen de mannen zelfs mijn tas.
Naast het voeren, analyseerde ik één keer per maand de pensactiviteit. De buffels hebben een dop in hun buikwand waardoor ik monsters kon nemen. Ik keek naar de bacteriën en mat onder andere de zuurgraad en temperatuur van de pensvloeistof. Uiteindelijk kon ik concluderen dat de cassave goed te vervangen is door maïs.’

Re:ageer