Organisatie - 1 januari 1970

Terug naar Suriname

De in Paramaribo geboren ir Jacintha Vigelandzoon had al jaren een droom: terug naar Suriname om haar geboorteland te helpen opbouwen. Ze schreef een open sollicitatie om mee te mogen werken aan een EU-project. Ze haalde het project eigenhandig binnen en gaat nu in Suriname zelf de coördinatie doen. ‘Het was echt mijn droom. En in januari gaat het gebeuren.'

Ze woont sinds haar vierde jaar in Nederland, en heeft in Wageningen Tropisch landgebruik gestudeerd. ‘Ik heb doelbewust een studieprogramma gekozen waarin ik Suriname zou kunnen betrekken. In 1993 deed ik zes maanden stage in Suriname bij de Marrons, de nakomelingen van naar het binnenland gevluchte Afrikaanse slaven. Toen heb ik mij voorgenomen terug te gaan om in het binnenland te werken.'
Met het EU-project wil ze de inheemse bevolking en de Marrons helpen met het verbeteren de traditionele landbouw met moderne methoden.
Via een open sollicitatie bij prof. Coen Ritsema van het Centrum Bodem van Alterra kreeg ze de kans om deel te nemen aan een vierjarig EU-project, waarvoor ze een onderzoeksvoorstel moest schrijven. Ondanks enorme concurrentie van andere instituten lukte het haar het project binnen te halen voor drie landen in Latijns-Amerika. Een ervan is Suriname.
‘Het project wordt ook in Brazilië en Venezuela uitgevoerd. Het is een heel breed voorstel. Het heeft als basis de people-planet-profitbenadering. Het schrijven van het voorstel was echt een uitdaging; het plan werd goed ontvangen, maar het moest ook aan vele strenge criteria voldoen. Dat lukte me pas in tweede instantie.’
Samen met Ritsema gaat ze het onderzoek coördineren. Ritsema vanuit Nederland, Vigelandzoon vanuit Suriname. ‘Mijn gastinstituut in Suriname is het CELOS-instituut, dat banden met Wageningen heeft. Ik ga ook werken bij de Anton de Kom Universiteit.'
Ze gaan werken volgens de bottom-upmethode, waarbij wordt uitgegaan van de kennis van de inheemsen en de Marrons. De kerngedachte is: hoe kun je wetenschappelijke methodes invoegen in de inheemse. 'Ze doen daar al heel lang aan zwerflandbouw. Daarvoor heb je veel areaal nodig. De overheid belemmert dat door aan bedrijven hout- en landconcessies uit te geven. De inheemsen en Marrons vinden vaak op hun terrein het land omgeploegd en de oogst vernield door een bulldozer. De grondrechten zijn dan ook heel slecht geregeld in Suriname. De mensen in het binnenland worden eerder gezien als een last dan als vruchtbare dragers van een duurzame agricultuur. Mensen denken dat ze achterlijk zijn. Niets is minder waar. De Marrons wisten tijdens de slavernij te ontvluchten en zich te handhaven in een vreemde omgeving, in de bossen. En de inheemsen zijn best goed georganiseerd. Beide groepen zijn afhankelijk van landbouw; in het tropisch regenwoud is veeteelt niet gebruikelijk.’
‘Ik wil ze niet alleen helpen met het verbeteren van hun traditionele methoden, maar ook bevorderen dat ze met hun biologisch gekweekte producten toegang krijgen tot de biologische markten, zodat hun sociaal-economische positie er op vooruitgaat en ze zelfstandig een goed bestaan opbouwen en beter voor zichzelf kunnen opkomen.'/Lydia Wubbenhorst

Re:ageer