Organisatie - 24 maart 2016

Terug naar Culemborg

tekst:
Roelof Kleis

Als LEI-onderzoeker helpt Marien Borgstein rendabele combinaties van natuur en recreatie op te zetten. Nu zet hij als beginnend schapenboer zelf de eerste stappen op het ondernemerspad. Op de boerderij van zijn ouders.

Foto’s Guy Ackermans

Het uitzicht door het keukenraam van boerderij de Raafjeshof aan de Kooiweg-Oost is wijds. Weilanden rijgen zich aaneen, met hier en daar een slootje. ‘Vroeger was het heel anders’, herinnert Marien Borgstein zich. ‘Er stonden veel knotwilgen langs de weiden.’ Hij kan het weten, want hij is hier opgegroeid.

Sinds een paar jaar woont Borgstein weer in zijn ouderlijk huis. Als beginnend schapenboer en mantelzorger voor zijn bejaarde ouders. De omgeving is onmiskenbaar veranderd. Toch voelt het heel erg vertrouwd. ‘De plek is toch hetzelfde. Ik ben dertig jaar weggeweest, maar de helft van de mensen van vroeger woont er nog steeds. Ik ben een jongen van het platteland. Ik houd van buiten zijn en van dieren om me heen. En ik heb hier een goede tijd gehad.’

Green Deals

Marien Borgstein en zijn vrouw Puck Bonnier: 'De meerwarde van ons bedrijf zit 'm in de kleinschaligheid en het dierenwelzijn.'
Marien Borgstein en zijn vrouw Puck Bonnier: 'De meerwarde van ons bedrijf zit 'm in de kleinschaligheid en het dierenwelzijn.'

Borgstein stamt uit een boerengeslacht. Zijn opa had een stadsboerderij in Culemborg met een winkeltje aan huis. ‘Eind jaren zestig – ik was toen 2,5 jaar – zijn we naar het buitengebied verhuisd.’ Hij toont een foto. Links aan de voorgevel van het sobere huisje hangt een bordje: Raafjeshof. ‘Genoemd naar de Fries-Hollandse Raafje 2, de eerste koe van mijn vader die 100.000 liter melk produceerde. Dat was in die tijd –1986 – nog wat! De wethouder kwam zelfs langs.’

Marien Borgstein studeerde agrarische economie in Wageningen en trad daarna in dienst bij het LEI in Den Haag. Daar werkt hij nog steeds. Als kwalitatief onderzoeker houdt hij zich onder meer bezig met de ontwikkeling van het landelijk gebied door middel van zogeheten Green Deals voor natuur en recreatie. Projecten zoals die van Landgoed Schöndeln bij Roermond, waar voorheen niet toegankelijk agrarische grond is omgevormd tot een openbaar natuurgebied. Limousin-runderen zorgen er voor natuurlijke begrazing. Het vlees van de dieren levert de noodzakelijke inkomsten.

Natuurinclusieve economie heet dat met een mooi woord. Borgstein: ‘Hoe kun je natuur en economie vervlechten in een verdienmodel, zodat ook de natuur er beter van wordt en de biodiversiteit toeneemt. Ik begeleid die processen.’ Acht voorbeeldprojecten zijn er inmiddels opgezet.

Lamskoteletten

18 GA--20160312-751_2627 - webformaat.jpg

Borgstein kent het ondernemerschap dus van dichtbij. Maar zelf het ondernemerspad op? Een lang gekoesterde wens is het zeker niet. ‘Ik ben wat dat betreft niet zo plannerig’, zegt hij. ‘Ik ben wel ondernemend. Als de dingen op mijn pad komen, probeer ik er altijd wel iets leuks van te maken.’

Wat niet wil zeggen dat het idee om terug te gaan naar Culemborg en parttimeboer te worden zomaar uit de lucht kwam vallen. ‘Mijn vrouw en ik hadden het er wel eens over dat het leuk zou zijn om met de kinderen buiten te wonen. Wij woonden in Haastrecht op een woonerf.’ In 2014 was het uiteindelijk zover. Het veeteeltbedrijf van zijn vader was toen al sinds 2000 niet meer in bedrijf. Het woonhuis werd grondig verbouwd en uitgebreid. Borgsteins ouders, 80 en 86 jaar inmiddels, trokken in de kangoeroewoning naast het huis. ‘Binnendoor kunnen we bij elkaar komen, maar ze wonen verder nog volledig zelfstandig. De zorgtaak is nu nog licht. Dat zal natuurlijk een keer veranderen, maar daar maak ik me niet zo druk om. Het komt zoals het komt. Ze komen beiden uit een sterk geslacht.’
Vorig jaar nam Borgstein ook de 30 schapen over – een hobby van zijn vader – en begon daarmee zijn bedrijfje. Nog datzelfde jaar werden 50 lammeren geboren: 30 ooien en 20 rammen. De rammen en een deel van de ooien werden geslacht, het vlees werd verkocht. Het schapenvleesbedrijf gaat dit jaar met 50 moederdieren van start. Die zullen naar schatting een kleine honderd lammeren op de wereld zetten. Elk lam levert zo’n 20 kilo vlees op. Koteletten, lamsbouten, gehakt en dergelijke. Te verkrijgen in pakketten van 5 of 10 kilo. ‘Als er dus nog een paar honderd collega’s zijn die een pakket willen kopen, is mijn keten rond’, grapt Borgstein. Het ondernemersbloed stroomt.

Korte keten

18 GA--20160312-751_2651 - webformaat.jpg

En zo zit de onderzoeker die anderen helpt verdienmodellen te bedenken, ineens zelf in de positie van kleinschalig ondernemer. Zonder een echt businessplan, zonder een marktverkenning. Borgstein erkent dat het allemaal learning by doing is. ‘Maar we hebben wel goed nagedacht over opslag en afzet hoor. Dit is geen hobby. Een hobby mag geld kosten. Dit moet iets opleveren, dat is het vertrekpunt. In eerste instantie zoek je je afzet dichtbij: onder vrienden en familie. Nu zijn we in de fase dat we een kring verder zoeken. De horeca in de Betuwe bijvoorbeeld. Ik heb naast een Facebookpagina een flyer die ik overal waar ik kom in de buurt achterlaat. Ik ben de thuismarkt aan het verkennen.’

Het handeltje in Raafjeshofvlees, want zo heet het, is een schoolvoorbeeld van een korte keten. Tussen producent en afnemer zitten nul schakels. ‘De meerwaarde zit ’m in de kleinschaligheid en het dierenwelzijn’, vindt Borgstein. ‘De consument weet dat er respectvol met de dieren is omgegaan. De schapen worden door een zelfslachtende slager in de buurt geslacht. Dat betekent weinig transportkilomters en geen gesol met dieren. De marge blijft in zijn geheel bij de producent.’ Maar die kleinschaligheid kent ook zijn beperkingen. ‘Handelingskosten kun je over minder kilo’s vlees omslaan. ’Daarom verkoopt Borgstein louter vleespakketten van 5 of 10 kilo. ‘Want hoe kleiner de pakketten, hoe meer afnemers en meer werk.’

18 GA--20160312-752_1796 - webformaat.jpg

Voor zijn werk als toegepast onderzoeker is zijn ondernemerschap mooi meegenomen. ‘Ik begrijp ondernemers nu beter, ik kan me makkelijker in hen verplaatsen. Als je zelf onderneemt, heb je een ander perspectief op de dingen.’ Want een kleinschalige onderneming begínnen is één ding, maar hoe ga je verder? ‘De opslag en het transport zijn uitdagingen. Het werk is nu nog te doen, omdat wij allebei vier dagen werken. We doen het erbij. Maar wat als je wilt opschalen? Is het dan echt rendabel? We zouden de uren eigenlijk eens goed moeten bijhouden.’

Mail Marien Borgstein voor meer informatie: marien.borgstein@gmail.com


Re:ageer