Student - 13 september 2007

Tellen in het Chinees

Tim van Laar moest wel weer wennen aan de lange mensen in Nederland, toen hij drie weken geleden terugkwam uit China. De vierdejaars student Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein in Velp volgt de major Tropical Forestry. In China liep hij vijf maanden stage bij een project voor natuurlijk bosbeheer.

1287_nieuws.jpg
1287_nieuws.jpg

Foto: .

‘Het vreemdste wat ik gegeten heb, was een lokale schotel van gefrituurde bijen in kruidendeeg. Dat was wel lekker. De rest van het eten leek in smaak erg op elkaar. In de stad ging ik wel eens naar Westerse of Indiase restaurants, voor de afwisseling.
In de Chinese steden zijn er overal en altijd een hoop mensen. Sommigen zeggen dat Nederland vol is, maar dat valt nogal mee. Het verschil tussen rijk en arm is enorm in China. In de stad zie je Ferrari’s rondrijden, terwijl de boeren op het platteland heel arm zijn. Ze stoken hout of kolen en een arme boerenfamilie heeft zo’n achthonderd euro per jaar te besteden.
Tijdens de eerste weken had ik wel een cultuurshock. Je weet van te voren wel dat het daar heel anders is, maar als je er bent ervaar je dat pas echt. Chinese leeftijdgenoten wonen nog thuis en zijn vooral bezig met school en vriendjes en vriendinnetjes. Ze dragen nog geen verantwoordelijkheden. Ze konden zich niet voorstellen dat ik zelf rekeningen betaal. Dan keken ze me aan van ‘dat doen je ouders toch?’ Andersom hoorde ik van tien jaar oudere collega’s dat ik toch wel een hoop wist voor mijn leeftijd.
Ik zat in het zuidwesten van China. Voor het project hebben we op verschillende plaatsen een hectare bos aangelegd ter demonstratie, zogenaamde proefplotjes. Op die manier leerden we lokale bosbouwers westerse technieken voor natuurlijke bosbouw. De stage was heel leuk. Mijn collega’s luisterden echt naar me als ik dingen te vertellen had tijdens het veldwerk, en aanwijzingen gaf.
Wat wel wennen was in de samenwerking is dat de leider van een groep geen fouten kan maken. Als die iets op papier heeft gezet, is dat maar moeilijk te veranderen. Als je erop wijst dat het misschien anders is, ligt het eraan hoe conservatief iemand is of er een grote discussie ontstaat.
Mijn basisstation was in de stad Chendu, maar voor de proefplotjes heb ik veel heen en weer gereisd. Ik sliep het grootste deel van de tijd in hotels en hostels. Door dat reizen was het lastig om hechte vriendschappen op te bouwen. Mijn collega’s waren mijn vrienden en ik ben ook wel met leeftijdgenoten opgetrokken.
Ik zou best nog eens terug willen naar China; ik heb nog lang niet alles gezien. Maar dan zou ik voor langere tijd willen gaan en de taal beter willen beheersen. Want nu was er wel een taalprobleem. Bijna niemand spreekt er Engels en ik spreek amper Chinees. Ik kan nu wel goed tellen in het Chinees, dat was in het werk erg belangrijk.’

Re:ageer