Nieuws - 1 januari 1970

Telekabel dreigt Internet op studentenflats stop te zetten

Telekabel dreigt Internet op studentenflats stop te zetten

Telekabel dreigt Internet op studentenflats stop te zetten

Studenten met een Internetaansluiting via de televisiekabel dreigen die per 1 maart te verliezen. De LUW en het bedrijf Telekabel, dat de verbindingen verzorgt, zijn het niet eens over de verlenging van het contract. Telekabel heeft gedreigd de Internetverbinding te verbreken als er op 1 maart geen nieuw contract is getekend

Volgens Herman Weerman van Telekabel kan het bedrijf door de onduidelijkheid over het contract de studenten niet de service leveren die het wil. Het oude contract liep 1 oktober af, sindsdien zitten we in een vacuem. Op 1 januari stopte de LUW bijvoorbeeld met het verzorgen van de helpdesk. Toen brak de pleuris uit. Dat willen we niet nog een keer.

Rudy Kistemaker van de afdeling Informatisering en Datacommunicatie dacht in december dicht bij een overeenkomst te zijn. Afgesproken was dat studenten 69 gulden per maand zouden betalen voor hun aansluiting. Nu betalen studenten 25 gulden per maand. De universiteit zou kijken of zij de studenten een bijdrage in de kosten zou betalen. Maar in januari kwam Telekabel met een nieuw voorstel. Het bedrijf was kort daarvoor overgenomen door kabelgigant UBC. Dat bedrijf wil consumenten door heel Europa een aantal standaardpakketten bieden voor een vaste prijs. Een korting aan studenten van de LUW past niet in dat beleid

Wel wilde UBC een overeenkomst aangaan met de LUW. Financieel hoeft daarmee volgens Telekabel niets te veranderen, maar het is in dat geval de universiteit die haar studenten en medewerkers Internetfaciliteiten biedt. Dat voorkomt dat het bedrijf consumenten voor verschillende prijzen eenzelfde pakket aanbiedt. Kistemaker verwacht dat het nieuwe voorstel veel juridische haken en ogen heeft - wie is waarvoor verantwoordelijk? - en denkt niet dat de universiteit per 1 maart een contract tekent. Of studenten daarvan de dupe zullen worden, kan hij nog niet zeggen. K.V

The Dutch Institute for Environmental Research (RIVM) is under criticism after an employee revealed that the institute's output, upon which politicians make their decisions, is based on research models which are not properly backed up by empirical data. The output of the institute is therefore less factual than it is made out to be. This subject is also of importance for the Wageningen scientists who work with agricultural and environmental research models. The main issues are that clients want clear results for a competitive price and scientists should ask themselves: is my research output viable under the client's conditions, should I ask for more research time and money, when there is the danger that the client will go to my competitors? DLO researchers argue that scientists have to rely increasingly on existing knowledge and cannot afford to invest in new knowledge under the conditions stipulated by many clients. Others mention that the government should create space for more than one research model and interpretation of their data, to test the application and uncertainties of the models

Tropical forests not only produce wood, but also contain useful products like nuts, medicines and oils. Some of these Non Timber Forestry Products, such as bamboo in Asia, have already been used for a long time. Many enterprises engaged in palm oil and shrimp exploitation in Latin American forests fail, partly because the companies over-exploit their resources. The Wageningen based Tropenbos Foundation recently held a symposium on this subject. They believe that foresters, ecologists and economists can support these companies by providing good advice. Market research in Guyana has shown that the local population could probably make money with medicines and rattan cane from the woods, without destroying the forests

Instating a nature reserve in the Mexican Colima-Jalisco region has saved a unique rain forest from logging companies, but has also reduced the living conditions of the Cuzalapa farming community in this region. The farmers, who grow maize, beans and tomatoes, have lost twenty percent of their land. As the prices of their products decreased, many moved to towns, states forester Peter Gerritsen in his book Styles of farming and forestry - the case of the Mexican community of Cuzalapa. Gerritsen noticed that the rich cattle farmers were less damaged by the creation of the reserve, because they lost little property and had a financial surplus. According to WAU professor Herbert Prins the small farmers are not the victims of nature conservation, but of the fact that they have nothing to save. The locals are compensated for their loss of land, but while the rich put the money on a bank and get richer, the poor spend it and ending up losing money and land.

The institute for Agrotechnical Research (ATO-DLO) is to set up a company to process flax for use in tissues and nappies. The ATO has a patent on the process and is cooperating with a flax processing company under the name of Fluffy Flax. The company will produce 13,000 tons of flax to replace synthetic fibres in tissues and nappies. This is only two percent of the amount of synthetic fibres used in tissues, and should create a turnover of fifty million guilders a year, the initiators state. The advantage of Fluffy Flax is that the flax fibres are biologically degradable, stronger and less expensive than synthetic fibres. The Ministry of Agriculture still has to approve the start of the first company of WUR