Wetenschap - 22 november 2016

Teken bestrijden is niet te doen

tekst:
Roelof Kleis

De kans op de ziekte van Lyme verkleinen door in te grijpen in het leven van de teek is ondoenlijk. Goede voorlichting helpt daarom beter, concludeert promovendus Tim Hofmeester.

(Foto's: Tim Hofmeester)

Teken zijn in ons land een steeds groter probleem aan het worden. Jaarlijks worden ongeveer 25 duizend mensen besmet met Borrelia burgdorferi, een complex van bacteriën dat verantwoordelijk is voor de ziekte van Lyme en wordt overgedragen door teken. Hoe valt de teek te bestrijden? Ecoloog Tim Hofmeester van Resource ecology ging in zijn onderzoek, een samenwerking tussen WUR en het RIVM, op zoek naar de zwakke schakel in de levenscyclus van de teek.

Zwakke plek
Die zwakke plek blijkt nog niet zo eenvoudig te vinden. Dat komt door de ingewikkelde levenscyclus van het beestje. De teek begint als larve, wordt dan een jonge teek (nimf) en eindigt als volwassen teek (adult) die eitjes legt. In ieder stadium heeft de teek één bloedmaaltijd nodig om te overleven. Tijdens die maaltijd vindt de besmetting plaats. En daar begint de moeilijkheid: larve, nimf en volwassen teek gebruiken elk verschillende gastheren om te eten.

Cameraval in schutkleuren
Cameraval in schutkleuren

‘In een gemiddeld bos voeden larven zich vooral op muizen en andere kleine zoogdieren’, legt Hofmeester uit. ‘Nimfen foerageren op vogels als zanglijster en merel en herten en reeën zijn de belangrijkste gastheren voor de adulten. Maar die verdeling hangt heel erg af van de aanwezigheid van die soorten.’ Om dat netwerk te doorgronden, zette Hofmeester in bosgebieden door heel het land cameravallen uit.

Sleepdoeken
De vallen legden in twintig stukken bos van een hectare negen maanden lang nauwkeurig vast welke dieren – lees: mogelijke gastheren – er voorbijtrokken. Met sleepdoeken werd het aantal teken in het gebied in kaart gebracht. Om een indruk te krijgen van het aantal teken per muis, ving Hofmeester bovendien op elke plek een week lang muizen. Met al die gegevens sloeg de promovendus aan het modelleren en rekenen.

De resultaten zijn intrigerend. De aanwezigheid van teken staat of valt bijvoorbeeld met die van herten. ‘In gebieden zonder herten is het aantal teken vrijwel nul. Maar meer herten betekent niet automatisch meer teken.’ Hofmeester heeft daar wel een verklaring voor. ‘Herten zijn belangrijk voor adulten. Zodra er één hert is, hebben de volwassen teken een gastheer en worden er dus veel larven geproduceerd. Maar die larven voeden zich nauwelijks op herten. Het aantal herten speelt voor die larven dus geen rol.’

In gebieden zonder herten is het aantal teken vrijwel nul
Tim Hofmeester, ecoloog

Niet elke teek is besmet en dus gevaarlijk. Uit de studie van Hofmeester blijkt dat de besmettingsgraad sterk afhangt van het aantal teken per muis. ‘Hoe meer teken een muis heeft, hoe groter de kans is op besmetting van de muis met Lyme en dus hoe groter de kans dat ook de larven die zich op die muis voeden, besmet zijn.’ Roofdieren spelen daarbij een grote rol. Roofdieren verlagen de tekenlast van muizen. Ook daar heeft Hofmeester een
verklaring voor. ‘Muizen blijven waarschijnlijk meer in de dekking als er roofdieren zijn en hebben daardoor een kleinere kans om een teek op te lopen.’

Muis met grote tekenlast
Muis met grote tekenlast

Voorlichting
Toch leveren deze en andere gevonden ecologische relaties volgens Hofmeester geen ‘smoking gun’ op. De ecologie van de teek is daarvoor te complex. ‘Als je één diersoort aanpakt, weet je niet wat er met de dichtheid van de andere gebeurt en of daardoor het risico op Lyme stijgt of daalt.’ Hij adviseert daarom geen beheer toe te passen op dierpopulaties, maar vooral goede voorlichting te geven op de juiste plekken.

Hofmeester voorspelt bovendien dat teken steeds meer in stedelijk gebied zullen voorkomen. Dat komt volgens hem door het veranderende landschap. ‘Dieren passen daar hun gedrag op aan. In de steden is de predatiedruk lager dan in het bos. In de stad zie je daardoor steeds meer egels, muizen, ratten en merels. Precies het ecosysteem dat ideaal is voor teken en hun ziektes. Behalve dan dat er nog geen herten rondlopen.’