Wetenschap - 1 januari 1970

Teelt van witlof richten op de zon

Teelt van witlof richten op de zon

Teelt van witlof richten op de zon

De gewasopbrengst van witlof gaat met tien procent omhoog als de witlofrij noordwest-zuidoost staat. In die positie vangt het gewas, bij de banen die de zon in Nederland beschrijft, het meeste licht voor het onkruid weg. Dat concludeert dr ir Bert Schnieders in zijn proefschrift, waarop hij 8 januari bij teeltkundige prof dr ir Rudy Rabbinge promoveerde

Schnieders, die zijn onderzoek deed bij het DLO-Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO), baseert zich op een door hem ontwikkeld rekenmodel dat de concurrentie tussen gewas en onkruid in een rij beschrijft. Tot nu toe bestond er geen model om de concurrentie uit te rekenen bij een bepaalde positie van het gewas. Met de bestaande modellen was de concurrentie ook alleen te bepalen op hectareniveau, en ze waren niet zo geschikt voor gewassen die niet het hele veld bedekken, zoals witlof en kool

Schnieders testte zijn model ondermeer met witlof en de onkruiden melganzevoet en klein kruiskruid. Het onderzoek leerde hem ook dat het goed is om witlof op een kleinere rijafstand te telen als het onkruid klein is, zoals klein kruiskruid. Bij groter onkruid, zoals melganzevoet, maakt de rijafstand niet zoveel uit. Daarnaast ontdekte de onderzoeker dat de onkruiden tot een week na opkomst moeten worden bestreden om opbrengstverlies te beperken

Schnieders keek ook naar de invloed van de temperatuur. Een relatief hoge bodemtemperatuur van zes graden bleek gunstig voor de witlof. Om het gewas flink wat voorsprong te geven op het onkruid, zo leerde het model, moet de boer witlof pas zaaien als de lucht- en de bodemtemperatuur hoog genoeg is. Het is mogelijk de zaai te vervroegen, zo denkt Schnieders, door de bodem af te dekken met ondoorzichtig plastic folie. De witlofplanten profiteren dan van de hoge temperaturen terwijl het onkruid wordt onderdrukt

Het model bleek ook bruikbaar voor het onderzoek naar ondergroei, om ziekten en plagen te onderdrukken. Zo onderdrukt klaver onder kool allerlei plagen. Nadeel is echter dat klaver de opbrengst van kool met zo'n dertig procent vermindert. Schnieders liet zien dat maaien van de klaver bij een temperatuursom (graden maal dagen) van vierhonderd tot zeshonderd het opbrengstverlies van de kool sterk verminderde

Volgens copromotor dr Bert Lotz, werkzaam bij het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO), is er veel belangstelling voor het model. Het is nog niet zeker dat de modelresultaten in de praktijk ook worden gehaald. Het Instituut voor Planteziektenkundig Onderzoek (IPO) zoekt dit nu uit voor prei. L.N

Re:ageer