Wetenschap - 1 januari 1970

Technisch praten over duurzame netwerken

Technisch praten over duurzame netwerken


Planoloog Sybrand Tjallingii liet bij zijn afscheid van Alterra vorig jaar
een gedachtegoed achter waar zijn oud-collega's nog steeds op
voortborduren. Tijdens zijn afscheidssymposium bleek zijn gedachtegoed niet
alleen binnen Alterra te leven, maar ook in de praktijk van planning bij
gemeentes, provincies en waterschappen. Ter gelegenheid van het afscheid
van Tjallingii schreven oud-collega's dan ook het boek 'Plannen met
principes', waarin ze uitleggen wat het gedachtegoed van Tjallingii
inhoudt, en hoe zij ermee denken verder te gaan.
Simpel gezegd komt de planningsstrategie die Tjallingii in de jaren
negentig ontwikkelde onder de naam Ecopolis neer op het duurzaam
organiseren van het hoogdynamische netwerk van verkeer en het
laagdynamische netwerk van water. Het verkeersnetwerk en het waternetwerk
zijn de sturende dragers in de ruimtelijke planning. Het waternetwerk
draagt functies als natuur, waterwinning en recreatie, het verkeersnetwerk
bedrijfsterreinen, dienstverlening en massarecreatie. Wonen is een
verbindende factor tussen de twee netwerken.
Duurzaamheid staat in Tjallingii's netwerkenstrategie voorop. Dat betekent
dat er bij de lange planningsprocessen - die duren vaak langer dan twintig
jaar - rekening gehouden wordt met maatschappelijke veranderingen die in
die periode optreden. Dat gebeurt door bij de planning niet telkens te
kijken naar de eindbeelden van een planproces, maar juist naar de duurzame
ontwikkeling van de dragende netwerken van verkeer en water.
Het probleem met het gedachtegoed van Tjallingii is dat het niet zo simpel
is als hierboven beschreven. Dat uit zich in het boekje in het wat
afstandelijke en theoretische taalgebruik, waardoor het voor de leek al
snel overkomt als een technisch en dus niet voor hem bestemd verhaal. Het
aardige aan 'Plannen met principes' is wel dat mensen uit de praktijk
beschrijven hoe de complexe planningsstrategie van Tjallingii ook
daadwerkelijk vorm krijgt. Het Morra Park in Drachten is een woonwijk die
is gebouwd volgens de principes van Tjallingii. Doel was om een zo
milieuvriendelijk mogelijke wijk aan te leggen. Daarbij draaide het niet om
de woningen, maar om het stedenbouwkundig plan. Zo werd bijvoorbeeld een
compleet zelfvoorzienend watersysteem ontwikkeld, zodat de wijk geen
vervuild water van buiten krijgt, maar ook geen vervuiling naar buiten
exporteert. Biezenvelden zorgen voor zuivering.
Ook de Gemeente Wageningen werkt al vier jaar met de concepten van
Tjallingii. Wethouder ruimtelijke ordening Rik Eweg legt in het boek uit
dat de gemeente zich bij de ruimtelijke planning meer op de stromen van
water en verkeer richt, maar hij merkt aan dat het nog wel vijftien jaar
duurt voor de eerste resultaten zichtbaar worden. Dilemma is daarbij
volgens Eweg dat de gemeente inzet op intensief ruimtegebruik en hoogbouw
terwijl de bestuurders van Wageningse kenniscentra meer zien in een
ongebonden ontwikkeling van een groen kennislandgoed als aantrekkelijk
klimaat voor studenten en onderzoekers.
In 'Plannen met principes' zijn praktijkvoorbeelden te vinden op
verschillende schaalniveaus, van de woonwijk in Drachten, de gemeente
Wageningen tot de stedelijke uitbreiding van Nijmegen de Waalsprong en het
regionale ontwerp voor natuurontwikkeling, verkeer, wonen, water en
landbouw in de randstad. Op al die schaalniveaus blijkt de simpele gedachte
om duurzaam te sturen op de netwerken van water en verkeer een goed
instrument voor analyse en ontwerp van het landschap. Daarmee lijkt
'Plannen met principes' een aardige inleiding in het gedachtegoed van
Tjallingii, alhoewel het taalgebruik in het boekje vaak wat afstandelijk en
theoretisch is.

Jos Jonkhof en Carmen Aalbers (red.), Plannen met principes - S2N, de
Strategie van de Twee Netwerken revisited, ├ćneas, ISBN 9075365527, 17 euro.

Re:ageer