Organisatie - 1 januari 1970

Techniek tegen verspreiding transgenen

Wageningse onderzoekers hebben een methode ontwikkeld waardoor een genetisch gemodificeerde plant zijn transgenen verwijdert zodra hij stuifmeel aanmaakt. Dit maakt het mogelijk de verspreiding van transgenen in te dammen en op een schonere manier planten als moleculaire fabriekjes te gebruiken.

‘Het lijkt een hele elegante techniek. Het komt er op neer dat bij de genen die we inbrengen ook een gen zit dat alle transgenen er weer uitgooit zodra de plant pollen gaat vormen. Hiertoe hebben we dat gen gekoppeld aan een promotor – een genetische schakelaar – die echt alleen aanstaat tijdens de stuifmeelaanmaak’, zegt dr. Jan-Peter Nap van Plant Research International. Samen met dr. Ludmila Mlynárova, nu werkzaam bij de leerstoelgroep Moleculaire biologie, en een Nieuw-Zeelandse collega publiceren ze deze benadering deze maand in Plant Biotechnology Journal.
Nap snapt dat deze techniek veel mensen doet denken aan de omstreden terminator-technologie, waarmee via genetische modificatie wordt voorkomen dat transgene planten zaad kunnen maken. Daarmee kunnen veredelingsbedrijven zorgen dat boeren ieder jaar terugkomen om het verbeterde zaad te kopen. ‘Het is inderdaad een nieuwe variant op GURT - Genetic Use Restriction Technology – waar ook de terminator bij hoort. Maar in ons geval kan een plant wel gewoon zaad aanmaken, alleen de productie van transgeen stuifmeel wordt voorkomen. Het komt tegemoet aan de kritiek dat transgenen via pollen in wilde verwanten of andere gewassen terechtkomen. Bovendien is het bij onze techniek niet nodig om de plant te bespuiten met een chemisch stofje om de schakelaar aan of uit te zetten. We hebben het uitgooien van trangenen gewoon onderdeel gemaakt van de biologie van de plant’, aldus Nap.
De nieuwe techniek maakt gebruik van een cre-gen, dat de eigenschap bezit om het genetische materiaal dat zich tussen twee genetische grenspaaltjes – de loxP-sites – te verwijderen. Door nu een genetische schakelaar – de promotor NTM19 – te gebruiken, die alleen aangeschakeld is tijdens de eerste fase van de pollenvorming, worden de transgenen alleen in het stuifmeel verwijderd.
Nap en zijn collega’s hebben het systeem allereerst getest bij tabaksplanten, waaruit de betrokken genetische schakelaar afkomstig is. Slechts twee van de 16800 zaden (0,024 procent) die afkomstig waren van stuifmeel van de transgene plant bleken nog transgenen te bezitten. ‘Een verrassend laag percentage’, aldus Nap. Het systeem is heel robuust en doet het ook uitstekend in de modelplant Arabidopsis (zandraket).
Een mogelijk nadeel is dat het – juist door het ontbreken van transgenen in het stuifmeel – lastiger is een zuivere veredelingslijn te handhaven. Nap voorziet vooral toepassingen in molecular farming, het gebruiken van planten voor de aanmaak van farmaceutica of gezondheidsbevorderende stoffen. De tabaksplant is heel geschikt om ingewikkelde stoffen te produceren, maar Nap ziet ook mogelijkheden voor bijvoorbeeld koolgewassen die de gezonde omega-3-vetzuren aanmaken.
Nap gelooft niet dat de kritiek van organisaties als Greenpeace nu zal verstommen. ‘Het verwijderen van de transgenen gebeurt op een genetisch heel schone manier, maar uiteindelijk blijven er nog 22 baseparen achter. Daarmee kan een plant geen transgene eiwitten meer aanmaken, maar als activisten een stok zoeken, kunnen ze hiermee slaan. Het blijft genetische modificatie.’ / GvM

Re:ageer