Organisatie - 3 april 2008

Te water voor de helden van Argo

Anderhalf keer heeft Argo de oude vier gewonnen, het hoofdnummer op de Varsity. In 1960 moet de Wageningse studentenroeivereniging de overwinning nog delen met Njord uit Leiden. Een jaar later zegeviert Argo als ‘gevaarlijke outsider’ met drie lengtes verschil, en gaan op Ceres de ramen en deuren eruit.

Supporters feliciteren de Argoroeiers na winst op de Varsity in 1961.
Supporters feliciteren de Argoroeiers na winst op de Varsity in 1961.

Foto: Argo

Samen met stuurman Nanne van der Zijpp trainen vier ervaren roeiers in 1961 hard voor de Varsity: Olympisch roeier Arnold Wientjes (Rome, 1960), derdejaars roeier Pieter Olieman, en twee heren die maar niet afstuderen: Hans van Binsbergen en Karel Westerling. De laatste wordt ingeschreven onder de naam Opheusden Sepheer – naar het nabijgelegen pontje. Zijn ouders mogen niet weten dat hij roeit. En ondanks vele berichten over de wedstrijd in de landelijke pers, werkt de truc. ‘Mijn moeder herkende me wel op de foto bij een stuk over de voorbereidingen’, vertelt Westerling, ‘maar ze zag mijn naam niet en vermoedde dat het een oud plaatje was.’
De Argonauten verschijnen aan de start van de nationale wedstrijd voor studentenroeiverenigingen met een gloednieuwe gladde vier van het Nijmeegse Phocas. Die is sterk genoeg voor de Italiaanse opstelling die coach Ab de Wit wil, met in het midden twee riemen aan dezelfde kant. Pas bij het derde startschot is het veld goed weg. De kalmerende woorden van de stuurman doen de ‘overgeconcentreerde’ Van Binsbergen weer ontspannen. ‘Ik hoorde al snel de boot zingen en de dol van Arnold tikken. Van de training wist ik dat het dan goed zat.’ In een prachtig volgehouden tempo stevent Argo af op een recordtijd. ‘Iedere keer dat Nanne omkeek werd zijn grijns groter’, aldus Van Binsbergen.
Op vijfhonderd meter van de finish ligt de boot met bijna drie lengtes op kop. Wageningers op de kant trekken de al kleren uit om traditiegetrouw hun helden te gaan feliciteren. ‘Ineens moesten we laten lopen en zag ik allemaal bekenden in het water’, vertelt Westerling, die in trance had geroeid. De dolblije zwemmers klimmen op de boot, maar ‘in hun enthousiasme vergeten de tientallen badgasten dat de roeiboot geen rondvaartboot is’, aldus het Polygoonjournaal. De boot zinkt, waarna de halfontklede heren – dames bleven in die tijd nog op de kant – de meegevaren politieboten enteren.
In Wageningen gaan de vlaggen uit, en rinkelt de alarmbel bij Ceres, de moedervereniging van Argo. De thuisgebleven leden laten fusten bier en stapels kadetjes aanrukken, en brengen in allerijl het meubilair, de ramen en deuren in veiligheid. Als de feestgangers met bussen uit Jutphaas arriveren, vergapen burgers zich op de stoep aan die rare studenten. Na een diner met de Ceressenaat op de Wageningse berg, worden de roeiers in de overvolle sociëteit op wankele tafels getrokken voor de huldiging. De burgemeester belooft Argo een roeibaan – een baan die er nooit zal komen.
Het feest loopt uit op een chaos. Er breekt een brandje uit in het oude koetshuis en de brandweer kan niet blussen omdat feestgangers de brandweerslangen doorsnijden. In de vlammen gaat ook een koets verloren. Van Binsbergen ontwaakt de volgende ochtend in de sociëteit. Boekenkasten zijn omgetrokken en schoonmaaksters schrobben de modder van de vloer.
Het Argobestuur krijgt van de gemeente groene vestjes, met de belofte dat er nieuwe volgen als de Varstiy weer wordt gewonnen. De bestuurders dragen de vestjes echter nog steeds. De beschadigde boot moet Argo van Phocas overnemen. Na reparatie doet hij nog enige jaren dienst, en hij eindigt als trofee in de kroegzaal.
Op 6 april is het weer Varsity, op het Amsterdam-Rijnkanaal bij Houten. Argo heeft de kroegjool op Ceres al gepland.

Re:ageer