Wetenschap - 2 december 2010

Te lang gedraald bij aanpak Q-koorts

tekst:
Broer Scholtens

Niet alleen ministeries, ook wetenschappers hebben verwijtbare fouten gemaakt bij de aanpak van de Q-koorts vorig jaar. 'Besmette mensen hadden eerder ondervraagd moeten worden.'

Ministeries die de bal heen en weer spelen, wetenschappers die kraakheldere verbanden over het hoofd zien en daardoor: gebrek aan doortastende maatregelen die talloze besmettingen hadden kunnen voorkomen. De conclusies van de commissie die onderzoek deed naar de aanpak van de Q-koorts in Nederland zijn hard. De belangrijkste is dat het veel te lang duurde voordat erkend werd dat melkgeitbedrijven de bron waren van de Q-koortsbesmetting. Dat is deels te wijten aan de ambtenaren van de ministeries van landbouw en volksgezondheid, die de bal vele malen aan elkaar bleven toespelen. Maar ook wetenschappers gaan volgens de onderzoekers niet vrijuit. Die zouden teveel gefixeerd zijn geweest  op keihard wetenschappelijk bewijs, terwijl alle signalen eigenlijk al in dezelfde richting wezen.
De Wageningse hoogleraar Gert van Dijk was voorzitter van de commissie. Hij kreeg in januari opdracht om de oorzaak uit te zoeken van de besmettingsexplosie die aan zeker tien mensen het leven kostte. Duizenden anderen raakten besmet met de ziekte die in sommige gevallen levenslange gevolgen heeft. Dat er zo laat alarm werd geslagen kwam omdat de Q-koorts tot 2007 een relatief onschuldige ziekte leek, met gemiddeld slechts vijftien besmettingen per jaar. Toch meent Van Dijk dat sneller ingrijpen mogelijk was geweest. 'Een eerder besef had veel besmettingen bij mensen voorkomen.'
Hoe kon dit gebeuren?
'De Q-koortsuitbraak in Nederland is de grootste ooit. In het buitenland zijn er echter ook uitbraken geweest, kleinere. In Duitsland bijvoorbeeld. Daar is men sneller op zoek gegaan naar de bron, ze kwamen er daar al gauw achter dat het ging om herkauwers, schapen in hun geval. In 2006 is er al gekeken naar de kans op besmetting en de afstand van besmettingsgevallen tot mogelijke bronnen.'
Dat wisten ze hier niet?
'Het is nooit met zoveel woorden gezegd, maar we twijfelen er aan of het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIVM) op de hoogte was van de Duitse gevallen die in de literatuur worden beschreven. In het Duitse Soest bij Dortmund zijn in 2003 bijna driehonderd mensen besmet geraakt met de bacterie.'
De geitensector had veel eerder als bacteriebron kunnen worden aangewezen?
'Het RIVM komt pas in 2008 met zo'n bronnentabel voor Nederland. Dit is veel te laat gebeurd. In een vroegtijdig stadium hadden gezondheidsdiensten van ministeries met elkaar contact moeten hebben. Het ene ministerie wist niet hoe het bij het andere werkte. Ook is lang gedacht dat een Q-koortsbesmetting niet echt ernstig is, 60 procent van de besmette mensen merkt er immers niets van. Ook was er geen ministeriële consensus over uit te voeren maatregelen.'
Was de wetenschap te voorzichtig?
'Een onomstotelijk bewijs kan de wetenschap niet le­veren. Je kunt proberen voldoende aanwijzingen boven water te krijgen om verder te kunnen gaan. Het heeft me wel verbaasd dat er hier niet direct een degelijk bron­nenonderzoek is uitgevoerd. Hierdoor bleef de vraag ­boven de markt hangen of er wel voldoende hard bewijs was voor de geitensector als Q-koortsbron. Besmette mensen hadden eerder ondervraagd moeten worden, op zoek naar mogelijke verbanden tussen bronnen en besmettingen.'

Re:ageer