Wetenschap - 1 januari 1970

Te koop: toerismekennis

Elsbeth Gerritsen zoekt markt voor typisch Wageningse expertise.
In de nieuwe lidstaten van de Europese Unie liggen volop mogelijkheden om de uitgebreide Wageningse kennis over recreatie en toerisme te verkopen. Maar dan moeten Wageningers wel ophouden elkaar als concurrenten te zien, meent ing. Elsbeth Gerritsen.

Zelf wil ze liever niet zo genoemd worden, maar eigenlijk is ing. Elsbeth Gerritsen de marketeer die het onderzoek en onderwijs van Wageningen UR nationaal en internationaal in de markt moet zetten. De nieuwe markt zit volgens Gerritsen vooral in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. 'Daar zijn mensen bezig met het bouwen van hotels, het aanleggen van wegen, het opzetten van VVV's en het opleiden van hotelmanagers. We moeten daar nu zijn, een projectvoorstel maken en de boer op. Het is een nieuwe markt, dus moet je zorgen dat je de eerste bent die de kansen grijpt.'

Koploper
Dat moet ook kunnen, meent Gerritsen, omdat Wageningen in haar ogen een koploper is op het gebied van recreatie en toerisme. Er is een breed scala aan kennis over die onderwerpen en Gerritsen wil die bundelen onder de naam Tourism and Environment Group.
Voorbeelden van recreatieonderzoek in Nederland zijn studies van Alterra naar het gebruik van vaarwegen of wandelpaden, naar de ecologische gevolgen van recreatiedruk in natuurgebieden, de geluidsbelasting in recreatiegebieden, of de beleving van het stedelijk groen. Internationaal werkte drs René van der Duim van de leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse aan het opzetten van een duurzaam toerismeproject in Costa Rica, in samenwerking met de reisorganisatie De Boer & Wendel. En ir René Henkens werkte enkele jaren aan het combineren van natuurbescherming en toerisme in Mongolië.
Sinds januari 2004 is Gerritsen vanuit Alterra gedetacheerd bij de leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse, waar ze nu twee dagen per week onderzoeksvoorstellen schrijft, manieren zoekt om in onderzoek te participeren en praat, vooral veel praat. Voor de zomer ging Gerritsen bijvoorbeeld op bezoek bij Piet Jonckers, de national expert tourism bij de Tourism Unit van het Directoraat-Generaal Enterprise van de Europese Unie, om te onderzoeken of er Europese mogelijkheden zijn. Dat bleek zo te zijn, maar van een daadwerkelijke vraag naar de Wageningse toerismekennis is nog geen sprake.


'Samenwerken moet tussen de oren zitten bij de onderzoekers'

Verpakt
Gerritsen: 'De vraag zit altijd verpakt in een ander, breder project, zoals in de Europese Interreg-projecten. In de gemeente Apeldoorn loopt zo’n project.' Die gemeente wil het Apeldoorns kanaal weer bevaarbaar maken, en dat kan een stimulans betekenen voor het toerisme.
Volgens Gerritsen moet Wageningen zich dus niet presenteren als een onderzoeksinstituut dat zich richt op recreatie en toerisme, maar juist proberen om onderzoek naar recreatie en toerisme in te passen in breder onderzoek. Dat betekent samenwerken, vaak met veel partners. In het Europese Interreg-project rond het Apeldoorns Kanaal wordt bijvoorbeeld internationaal samengewerkt met onder meer British Waterways, Torfaen County in Wales, Devon in Engeland, Hainaut in België, Strabane in Ierland, de gemeente Utrecht en de Stichting Recreatie Toervaart Nederland.

Bundelen
Gerritsen ziet ook mogelijkheden voor het Wageningse onderwijs. Ze spiegelt Wageningen UR daarbij aan de World Leisure International Centres of Excellence (WICE), waarvan er eentje bij de leerstoelgroep Sociaal-Ruimtelijke Analyse is ondergebracht. 'Die hebben een wereldwijd netwerk van experts die ze op allerlei projecten kunnen inzetten, bijvoorbeeld voor doelgerichte cursussen. De Oostbloklanden zitten nu in een beginfase qua toerisme. Bij de Costa Brava heeft het toerisme al zijn vorm aangenomen, maar daar niet. Dat moet je daarom daar met de mensen zelf gaan vormgeven. Je kunt bijvoorbeeld beleidsmakers daar opleiden.'
Iets vergelijkbaars zou volgens Gerritsen kunnen ontstaan door de bundeling van het reguliere onderwijs aan de universiteit, de internationale MSc Leisure, Tourism and Environment, de aan de universiteit verbonden promovendi, de cursussen van het IAC, en het netwerk van WICE. Zo kan een internationaal netwerk van alumni en promovendi ontstaan waaruit de Tourism and Environment Group kan putten bij onderzoeks- en onderwijsprojecten.

Die bundeling van Wageningse kennis en expertise lijkt eigenlijk het meest ambitieuze deel van Gerritsens project. Het mag logisch klinken dat delen van Wageningen UR - Alterra, de universiteit, het IAC - kennis en expertise bezitten die gebundeld mogelijkheden bieden in nieuwe markten voor onderzoek en onderwijs, die logica zit niet bij iedere onderzoeker tussen de oren. Dat ondervond ook Gerritsen. Ze geeft het voorbeeld van een onderzoeksproject waar ook het IAC op had ingeschreven. Gerritsen heeft toen eerst voorzichtig geïnformeerd of het IAC in plaats van concurrent wellicht ook een partner zou kunnen zijn.

Samenwerken
Wageningse onderzoekers moeten zich volgens Gerritsen dan ook meer bewust worden van de mogelijkheden die Wageningen heeft. 'Samenwerken moet tussen de oren zitten bij de onderzoekers', vindt ze. 'De veranderde landbouw, regionale gebiedsvisies - er zit altijd wel iets van toerisme of recreatie tussen.' Onderzoekers die zich met dit soort grootschalige onderzoeksprojecten bezighouden, zouden dan ook heel goed de Wageningse kennis en expertise over toerisme en recreatie in kunnen schakelen bij die projecten.
Een ander probleem waar Gerritsen mee te maken heeft is tijd. Lobbyen in Brussel, inschrijven op projecten, praten met mogelijke partners, zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden - het kost allemaal veel tijd. 'De lobby om een nieuw onderwerp als toerisme en recreatie op de kaart te zetten binnen het zesde kaderprogramma van de EU duurt minstens vier jaar.' Zelf heeft Gerritsen tot november 2004 nog een contract om aan de samenwerking te werken, maar er is zicht op verlenging.

Martin Woestenburg

Re:ageer