Wetenschap - 1 januari 1970

Taxi

Taxi

Taxi


,,In mijn eerste maand had ik meteen een boete voor te hard rijden. Die
moet je zelf betalen, dus dat was balen’’, zegt Babs Jasper als ze met haar
taxibus over een weg rijdt waar de politie vaak staat te flitsen. Ze werkt
sinds een half jaar twee dagen per week als taxichauffeur. Babs, student
biologie en studentenraadslid, zit ontspannen achter het stuur van de bus
waarin plaats is voor acht personen en een rolstoel. Aan een beugel voor in
de bus hangt haar rugzakje met daarin onder andere (‘heel belangrijk’) haar
rijtijdenboekje. Naast een boete voor te hard rijden heeft ze ook al
brokken gemaakt. ,,Twee keer heb ik in het donker tegen een geparkeerde
auto aangezeten. Als je tegen een andere auto aan zit moet je
schadeformulieren invullen. Maar een paaltje hier en daar, daar merkt
niemand wat van.’’
Op deze doordeweekse avond rijdt ze vooral vaste klanten. Onder hen
verschillende ouderen die bij hun partner in een verzorgingshuis op bezoek
gaan. Zo haalt ze vanavond een man op die iedere avond zijn vrouw in een
Bennekoms verzorgingshuis bezoekt en zelf in Heelsum woont. ,,Ik vind het
eigenlijk absurd dat mensen gescheiden worden als één van de twee meer zorg
nodig heeft.’’ Als de man, die fris geparfumeerd is en een pet en gouden
zegelringen draagt, in de bus zit, vult ze de gegevens van de rit in op een
formulier en rekent ze af. De man gooit zonder te kijken het bonnetje dat
ze print in zijn plastic tas. ,,Hoe is het met het paard?’’, schreeuwt ze
de man toe die wat hardhorend is. Het antwoord is moeilijk te verstaan.
,,Mensen vragen aan mij wel waar ik vandaan kom, maar Renkums en Arnhems
zijn pas echt rare taaltjes’’, vertelt Babs, die hoorbaar uit Limburg komt,
later. ,,Toch weet je na een tijdje alles van de mensen. Soms ben je net
een maatschappelijk medewerker. Heb ook wel eens een passagier zitten
troosten omdat er net iemand overleden was.’’
Met passagiers heeft ze meestal geen problemen. Eén keer heeft een
verstandelijk gehandicapte man geld uit haar portemonnee gejat, maar dat is
allemaal goed gekomen. Ze spuit meer ergernis over medeweggebruikers.
,,Sommigen kunnen gewoon echt niet rijden’’, verzucht ze, verhalend over
langzaam en slingerend rijdende opa’s. Als ze bij een wegversmalling
voorrang krijgt, vertelt ze dat je als taxi vaak voorrang krijgt. ,,Veel
automobilisten denken dat taxichauffeurs asociale rijders zijn die toch
niet remmen, te hard rijden en andere verkeersovertredingen begaan. Dat is
niet zo, al moet ik bekennen dat ik mijzelf wel eens betrap op plakken.’’
Zelf is ze vanavond een verkeersheuvel aan de verkeerde kant gepasseerd.
,,Maar een passagier vertelde me dat iedereen dat daar doet.’’
Babs is taxi gaan rijden omdat ze geld nodig had voor de verzorging van
haar paard en omdat ze het leuk vindt om auto te rijden. ,,Ik heb op mijn
achttiende meteen mijn rijbewijs gehaald. Het leuke van taxi rijden is dat
je overal komt, ook in de Betuwe bijvoorbeeld waar ik anders nooit zou
komen. Ik ben best blij dat het ’s avonds weer langer licht is. Huisnummer
zijn makkelijker te vinden en bovendien duurt het op de één of andere
manier ook langer om routes te onthouden wanneer je in het donker rijdt dan
met daglicht.’’
Als ze later een man in een rolstoel van Bennekom via de Amsterdamse weg
naar Het Dorp in Arnhem rijdt zit ze echt van het uitzicht te genieten.
,,Ik wist nooit hoe mooi Nederland was en dacht altijd dat het buitenland
veel leuker en spannender was. Maar sinds ik taxi rijd is dat veranderd.
Het is hier zo mooi’’, zegt Babs terwijl buiten de hei gloeit in de
ondergaande zon.
In Het Dorp moet ze flink aan het stuur sleuren omdat de wegen nogal smal
en bochtig zijn. Nadat ze rijdend op haar spiegels de bus achteruit heeft
gemanoeuvreerd stapt ze uit om de laadklep naar beneden te doen en de
rolstoel los te maken. ,,Ik heb vaak ruzie met het systeem om iemand vast
te zetten. Eén keer kreeg ik, toen ik hier ’s nachts om één uur stond, een
pin niet los. Gelukkig had iemand in de centrale een nuttige tip.’’
Als haar dienst er op zit rijdt ze de bus naar de vrouw die er de volgende
ochtend mee weg mag. Een andere collega wacht haar daar op. ,,Dat is ook
leuk aan dit werk: je wordt gehaald en thuisgebracht’’, lacht ze.
Yvonne de Hilster, foto Guy Ackermans

Re:ageer