Wetenschap - 1 januari 1970

Tasty Tom moet glastuinbouw redden

De Nederlandse glastuinbouw heeft terrein verloren aan concurrenten, maar heeft nog steeds een goede uitgangspositie. Om die te behouden moet de sector zich profileren met nieuwe producten, zoals de tomaat Tasty Tom. Dat blijkt uit een concurrentieanalyse van het LEI en PPO-glastuinbouw.

De prijzen voor tomaten, komkommers en paprika’s zijn momenteel laag en de Nederlandse glastuinbouw lijdt daar onder. Als grootste exporteur is de Nederlandse glastuinbouw inmiddels ingehaald door Spanje en Mexico. Andere grote producenten, zoals Egypte, Marokko, Turkije en Polen, produceren wel erg veel maar exporteren nog vrij weinig. Ze verkopen vooral op de lokale markt. Dat komt omdat hun groenten nog niet voldoen aan de eisen die importerende landen stellen. Verbetert een klein percentage van die producenten de kwaliteit, dan betekent dat toch een grote toename in aanbod op afzetmarkten. En een toekomstige bedreiging voor de Nederlandse sector.
Om de concurrentie het hoofd te bieden moet de Nederlandse sector twee dingen doen, zegt ir Jo Wijnands van het LEI, projectleider van de concurrentieanalyse. Aan de ene kant moeten glastuinbouwers blijven streven naar de laagste kostprijs, bijvoorbeeld door robotisering of een moderne kas die het hele jaar door produceert. Aan de andere kant kan de sector proberen meer geld te verdienen door merkproducten te gaan maken zoals de tomaat Tasty Tom, of door producten te maken met een hogere toegevoegde waarde, bijvoorbeeld met een specifieke smaak, een betere verpakking of meer service. Ook kan het helpen als exporteurs lokale producten opnemen in hun assortiment. Fransen zien bijvoorbeeld erg graag dat een tomaat uit Frankrijk komt. Dat een Nederlandse exporteur de tomaat aanbiedt, zien ze niet.
Ook de overheid heeft een rol, vindt Wijnands. Die moet meer ruimte voor de glastuinbouw bieden, bijvoorbeeld. Wijnands vindt dat de sector, met nog geen procent van het Nederlands oppervlak cultuurland in gebruik, best meer kassen mag gaan bouwen. En de overheid moet geld blijven steken in onderzoek voor de sector. Dat is er nog wel, maar de budgetten staan onder druk, zegt Wijnands. / JT

Re:ageer