Student - 19 maart 2009

TUSSEN DE BAGGERAARS

tekst:
Gastredacteur

Tijdens zijn stage van vier maanden kwam Casper L*, student Kust- en zeemanagement aan VHL in Leeuwarden, erachter dat het in de baggerwereld stevig aanpoten is. En dat blanken zich in Guatemala opsluiten in beveiligde appartementen en geblindeerde auto’s.

nieuws_3074.jpg
nieuws_3074.jpg

Foto: .

‘Ik vertrok met een apart gevoel, omdat Guatemala niet het veiligste land is. Daar kwam bij dat ik stage ging lopen bij een baggerbedrijf aan de kust in het noordwesten, een zeer onstabiel gebied. Ik verbleef daarom in een streng beveiligd appartement in een nabijgelegen dorp. Mijn werkdag begon wanneer de chauffeur rond zes uur ’s ochtends de auto voor de deur parkeerde. De rit naar de werkplek was een ramp. Ondanks de slechte wegen, reed de chauffeur met een noodgang. Dit om te voorkomen dat je werd ingehaald. Het kwam namelijk wel eens voor dat er een auto naast ons kwam rijden en de inzittenden naar ons zaten te loeren. De ramen van onze auto waren geblindeerd zodat mensen niet konden zien dat er blanken in de auto zaten. Blanken beschouwen de inwoners als rijk. De kans dat je wordt overvallen is zeer groot. In een land als Guatemala, dat overheerst wordt door armoede en criminaliteit, is de stap tussen leven en dood erg klein. Mijn doel was om een duidelijk beeld te krijgen van de gang van zaken bij een kustbouwproject. Baggermaatschappijen komen regelmatig negatief in het nieuws en die negatieve kant heb ik meegemaakt tijdens mijn vorige stage in Hawaï, waar ik koraalonderzoek deed. Maar ik wou eerst zelf zien hoe een baggermaatschappij werkt, voordat ik een oordeel zou vormen. Bij een grote Nederlandse baggermaatschappij kreeg ik de kans om het hele bouwproces mee te maken. Van idee tot aan de bouw van golfbrekers en strekdammen; ik ben er intensief bij betrokken geweest. En met intensief bedoel ik ook intensief. Zeven dagen per week, dertien uur per dag. In mijn contract stond in kleine letters geschreven dat ik de zaterdagen vrij kreeg, mits het werk het mogelijk maakte. Ja, ja dat is het leven van een baggeraar. Ik heb ook twee weken nachtdiensten gedraaid als supervisor. Ik had dan de leiding over ongeveer 45 mannen die met uitgaand tij met graafmachines aan het baggeren waren. Was er buiten een probleem, dan was ik de persoon die als een gek in de auto moest stappen en midden in de nacht over het strand moest racen naar de waterkant. De baggerwereld draait om directe communicatie. Als er iets moet gebeuren, dan gebeurt het ook direct. Het bedrijf heeft trouwens ook een directe band met de lokale bevolking. Ik heb ook de voortgang in de sociaal-economische ontwikkeling van het gebied mogen meemaken. De baggermaatschappij krijgt namelijk 35 procent subsidie van de Nederlandse overheid om te besteden aan ontwikkelingswerk in het gebied. De laatste vijf dagen heb ik het binnenland verkend en onder andere een bezoek gebracht aan de Mayatempels. Ongelofelijk om de andere kant van dit land te zien, waar bij wijze van uitzondering wel toeristen worden toegelaten.’

Re:ageer